Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

De standpunten en opinies vertolkt in de artikels die onder de Jubel-postbus verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Reactie op artikel “Waarom magistraten soms niet ernstig (mogen) genomen worden?” van de hand van Hans Rieder. Door Bruno Luyten, Ere-eerste-voorzitter van het hof van beroep Antwerpen, Ere-advocaat bij de balie te Brussel


Uit het antwoord op mijn bijdrage “Waarom advocaten soms niet ernstig genomen worden” dat meester Rieder op 25 november jl. op Jubel liet verschijnen, blijkt meteen wat hij over de magistratuur denkt, waarvan de leden “met elkaar over de straatstenen rollen als het op benoemingen aankomt.”.

Het lijkt mij nuttig een en ander recht te zetten.

Vooreerst heb ik geen commentaar geleverd op de geciteerde uitspraken. Ik heb mij beperkt tot het letterlijk citeren van uittreksels uit een aantal arresten van het Hof van Cassatie, die zeer duidelijk en expliciet zijn. De betreffende zaken werden beëindigd en zijn m.i. niet meer ‘sub judice’.

Wat het juridisch aspect betreft ‘vergeet’ de betrokkene dat het arrest d.d. 14.09.2017 (C.16.0543.N), van het Hof van Cassatie een gewone voorziening in Cassatie betreft, waarvoor de tussenkomst van een advocaat bij het Hof van Cassatie wel degelijk noodzakelijk was. En waarbij deze advocaat niet vermeldde dat zijn ambt werd gevorderd. Dat dezelfde advocaat bij het Hof van Cassatie nadien nog acht (8) maal optrad voor de verzoekende partij in vorderingen tot onttrekking, waar zijn tussenkomst inderdaad niet noodzakelijk was, ondersteunt nog eens het vrijwillig karakter van diens medewerking aan wat het Hof van Cassatie omschreef als "kennelijk een deloyale proceshouding ertoe strekkende de behandeling ten gronde van een pecuniair zeer belangrijke vordering op systematische wijze uit te stellen" en “maneuvers die er duidelijk toe strekken te beletten dat de aldus gevatte kamer uitspraak zou doen over de al dan niet bestaande wettelijke mogelijkheid om de zaak verder te behandelen in eerste aanleg" en verder dat de procedures "aldus afgewend worden voor onrechtmatige doeleinden, namelijk het vertragen van de procedure ten gronde en het dwarsbomen van een goede procesorde".

Verder ‘vergist’ de betrokkene zich volkomen waar hij zich geviseerd voelt door wat ik schreef over het manifest ontoelaatbaar hoger beroep tegen “het proces-verbaal van de uitloting van gezworenen van 4 januari 2016, opgemaakt en ondertekend door de voorzitter en de griffier.”. Het betreft immers een andere advocaat in een andere zaak waarin de beschuldigde geen halfblinde man was, maar een vrouw. Nazicht van de data had deze vergissing kunnen vermijden. Maar ik noteer dat de betrokkene bekent ook al zo een manifest ontoelaatbaar hoger beroep ingesteld te hebben met louter dilatoire bedoelingen. Waarvan akte. Het door mij geciteerde geval betreft wellicht copycat-gedrag.

Wat betreft de vaststellingen van gerechtsdeurwaarders beperk ik mij ook tot wat het Hof van Cassatie dienaangaande stelde in de arresten d.d. 29.03.2018: “Hieruit volgt dat, al zou er een recht bestaan – waaromtrent het Hof in het kader van deze procedure niet te oordelen heeft – om naar omstandigheden op een terechtzitting of op een griffe op verdoken wijze vaststellingen te laten verrichten door een gerechtsdeurwaarder, dit eventueel recht door de verzoekster te dezen werd misbruikt teneinde fictieve procedure-incidenten uit te lokken en deze aan te wenden in verdere vertragings-maneuvers.

Verre van enige wettige verdenking te kunnen doen ontstaan ten aanzien van de magistraten van het hof van beroep Antwerpen, werpt dit incident een licht op het deloyaal optreden van de ver zoekster.”.

M.i. laat dit aan duidelijkheid niets te wensen over. En ik herhaal nog eens: “… teneinde fictieve procedure-incidenten uit te lokken en deze aan te wenden in verdere vertragingsmaneuvers.”.

Deze citaten uit de Cassatie-arresten betreffen slechts een deel van de ongebreidelde strapatsen van de betrokkene, die het o.m. ook nodig vond om ongegronde klachten op straf- en tuchtgebied tegen magistraten en griffiers in te dienen. Ik neem aan dat de betrokkene hierbij art. 152 (Afd. III.4.1) van de Codex deontologie voor advocaten heeft nageleefd, zodat de organen van de balie hierover niet onwetend kunnen zijn.

Uit het Kommilfoo-verhaal kan alvast afgeleid worden dat de Stasi werkt, maar toch niet perfect.

De waarheid is de volgende. Ik heb mij altijd geërgerd aan de samenzweringstheorieën, veelal gesteund op indianenverhalen die -niet helemaal onbegrijpelijk- er in gaan als zoete koek bij recht zoekenden die zich geconfronteerd zien met een voor hen ongunstige uitspraak van één van onze rechtbanken. Dat is één van de redenen dat wij in het hof van beroep Antwerpen in 2014 gestart zijn met een performante persdienst. Die wordt waargenomen door magistraten, griffiers en griffie personeel, die in hun vrije tijd opleidingen volgden en de taken van deze persdienst waarnemen naast hun gewone werklast, zonder enige bijkomende vergoeding. Een van de oogmerken is door een goede communicatie indianenverhalen te voorkomen. Wij zijn er eveneens in gelukt overeenstemming te bereiken met alle korpsen van de zetel en het O.M. van het ressort Antwerpen-Limburg over een eenvormig persprotocol.

Persoonlijk heb ik het ook altijd belangrijk gevonden dat, wanneer ik in mijn omgeving geconfronteerd werd met complottheorieën en indianenverhalen over Justitie, daarover in gesprek te gaan. Als ik nooit zou mogen spreken met mensen die betrokken zijn in procedures voor rechtbanken van het ressort, zou mijn leven wel heel moeilijk worden.

Toen een vriend mij aansprak over zijn broer, die de indruk had slachtoffer te zijn van zo’n samenzwering omdat hij al zijn processen zou verliezen, heb ik -hooghartig als ik ben- aanvaard om met de man een gesprek te hebben om hem uit te leggen dat zo’n samenzwering volkomen onmogelijk is. De betrokkene is een verstandig man en een geslaagd ondernemer zodat ik ervan uitging dat een gesprek zinvol kon zijn.

Ik begreep dat de man betrokken was in een carrousel van procedures met zijn gewezen echtgenote, waarbij hij kort daarvoor een aantal ongunstige beslissingen in vennootschapsrechtelijke dossiers had gekregen van de rechtbank van koophandel. Voor zover mij bekend waren er geen zaken aanhangig voor het hof van beroep.

Ik heb de man dan uitgenodigd voor een lunch -op mijn kosten- waarbij ik hem uitlegde dat onze magistraten volkomen integer zijn en het systeem een aantal waarborgen biedt die complotten on mogelijk maken, o.m. de collegiale kamers in de rechtbank van koophandel en de rechtsmiddelen, zonder evenwel in te gaan op de concrete zaken.

Ik heb de man ook uitgelegd dat de voornaamste reden dat men ongelijk krijgt voor de rechtbank erin bestaat dat men ook werkelijk ongelijk heeft, maar dat rechters zich wel kunnen vergissen, waarvoor er rechtsmiddelen bestaan.

Tot slot heb ik hem gewezen op de mogelijkheid van bemiddeling. Partijen hebben gemeenschappelijke (meerderjarige) kinderen, hebben ook zekere leeftijd zodat het beter is de ‘Remains of the Day’ niet te vergallen met lange en bitsige procedures, en zij zijn welstellend zodat er meer dan voldoende ruimte was voor een regeling waarbij zij beiden levenslang een zeer comfortabel leven zouden kunnen leiden. Ik heb er tevens op gewezen dat het enige dat men zeker wint bij een procedure, plaats in de portefeuille is.

Geruime tijd later heeft de man mij laten weten dat er een volledige regeling getroffen werd, zodat beiden met hun nieuw gezin verder kunnen zonder zich nog bezig te moeten houden met irritante en kostelijke procedures. ‘Honni soit qui mal y pense.’

Het is duidelijk dat de betrokkene op alle slakken zout probeert te leggen om zijn doel te bereiken.

Om de zaken waarover het Hof van Cassatie zich gebogen heeft even samen te vatten: de recht bank van koophandel was niet betrouwbaar genoeg om deze te beoordelen, het hof van beroep evenmin, en het Hof van Cassatie ook al niet. Gelukkig is er de betrokkene met zijn zelfverklaarde ‘edele strijd’ (sic), om dit onrecht aan te kaarten bij het Hof van Justitie, het Hof voor de Rechten van de Mens en het Mensenrechtencomité.

Het moge duidelijk zijn dat voor de betrokkene het doel de middelen heiligt en hij geen enkel maneuver schuwt. Het Hof van Cassatie spreekt onomwonden van “het uitlokken van procedure incidenten”. Iedere actie, reactie of zelfs maar louter verweer van zijn opponenten geeft onmiddellijk aanleiding tot ongebreidelde, disproportionele en rabiate initiatieven.

Dit leidt ertoe dat de betrokkene dikwijls weinig weerstand ondervindt. Kennelijk deinzen sommige verantwoordelijken ervoor terug om dit een halt toe te roepen. Het is natuurlijk niet vol doende om colloquia te organiseren als “De dag van de Rechtstaat” en daar -terecht- de lof te zingen van de Franse magistraat Eric de Montgolfier met zijn “Le devoir de déplaire”. Als men dat propageert moet men er ook naar handelen.

Ik ga ervan uit dat de betrokkene handelt in een onweerstaanbare drang waaraan hij niet kan weerstaan. Het zegt genoeg dat hij dit zelf omschrijft als zijn ‘edele strijd. En ik geloof dat hij dat nog echt meent ook.

Dat zijn omgeving er evenwel niet in slaagt hem tot redelijkheid te brengen en de instanties van de balie bij dit tomeloze procesrechtsmisbruik -dat volgens het Hof van Cassatie ongeziene proporties aanneemt met het doel het dwarsbomen van een goede procesorde- zich dienaangaande hullen in het meest volstrekte mutisme is voor mij, als ere-advocaat, moeilijk te vatten.

Tenzij men dit als het nieuwe normaal beschouwt en de betrokkene als een lichtend voorbeeld voor ethisch handelen in de advocatuur wil etaleren. Blijkbaar zijn er reeds copycats die dat zo begrepen hebben.

Bruno Luyten,

Ere-eerste-voorzitter van het hof van beroep Antwerpen – Ere-advocaat bij de balie te Brussel


Meer over de verhouding advocatuur/magistratuur

Een advocaat die opkomt voor de rechten van zijn cliënt: waarom mag dat dan niet meer? (Hugo Lamon)

Meester, gij begint weer: over verhouding magistratuur en advocatuur (Philip Daeninck)

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

De standpunten en opinies vertolkt in de artikels die onder de Jubel-postbus verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.