De prijs van een onvolledige boodschap cover

4 jun 2026 | Column

De prijs van een onvolledige boodschap

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

​Sinds gisteren kan je er in de media niet meer naast kijken: een zogenaamd baanbrekende beslissing waarin een rechter een consument het recht zou hebben gegeven op terugbetaling van zijn geld na phishing. De koppen suggereren een ommekeer, een principiële doorbraak, een nieuwe lijn die slachtoffers van bankfraude eindelijk soelaas zou bieden. Laat me meteen heel uitdrukkelijk zijn: wat hierna volgt is geen commentaar op de beslissing van de collega-rechter en evenmin op de inhoud van de zaak zelf. Het gaat mij om iets anders, namelijk om het gebrek aan of de foute duiding van wat hier juridisch werkelijk gebeurd is.

Want wie de berichtgeving naast de juridische realiteit legt, ziet al snel dat er twee cruciale nuances ontbreken die de hele zaak in een ander licht plaatsen. De eerste nuance betreft de aard van de procedure. Het gaat hier om een beslissing in kort geding. En een beslissing in kort geding is per definitie en zonder uitzondering slechts voorlopig. De kortgedingrechter spreekt zich niet uit over de grond van de zaak, hij beslecht het geschil niet definitief en hij bindt de bodemrechter geenszins. Hij verleent een voorlopige maatregel op basis van een schijnbaar recht, een recht dat prima facie of op het eerste gezicht voldoende aannemelijk lijkt om een ordemaatregel te rechtvaardigen. Dat is iets fundamenteel anders dan een vaststelling dat het recht ook daadwerkelijk bestaat. Wie de uitspraak voorstelt als een definitieve erkenning van een recht op terugbetaling, vertekent de juridische werkelijkheid op een wezenlijk punt.

De tweede nuance, die minstens even belangrijk is, betreft de toegepaste wetsbepaling. De rechter heeft toepassing gemaakt van artikel VII.43 van het Wetboek economisch recht. Die bepaling regelt inderdaad dat de bank, in geval van een niet-toegestane betalingstransactie, de gelden onmiddellijk moet terugbetalen. Maar wie de tekst en de systematiek van die bepaling leest, weet dat dit slechts een voorlopige regeling is. Het gaat om een mechanisme van onmiddellijke terugbetaling dat de positie van de betaler beschermt zolang niet vaststaat dat hij zich grof nalatig of frauduleus heeft gedragen. De wetgever heeft die terugbetalingsplicht juist losgekoppeld van de uiteindelijke aansprakelijkheidsvraag, precies omdat die laatste een totaal andere oefening vergt. De bank kan, ook nadat zij heeft terugbetaald, alsnog aantonen dat de betaler met grove nalatigheid heeft gehandeld, en in dat geval het terugbetaalde bedrag terugvorderen. De vraag wie uiteindelijk de schade draagt, is dus geenszins beslecht door de terugbetaling op te leggen. De terugbetaling is een eerste stap, geen eindpunt.

Wie beide nuances samenlegt, ziet hoe wankel de kop "consument krijgt recht op terugbetaling bij phishing" eigenlijk is. We hebben hier een voorlopige maatregel, verleend op basis van een schijnbaar recht, met toepassing van een bepaling die zelf slechts een voorlopige terugbetaling oplegt zonder de aansprakelijkheid definitief te beslechten. Dat is een dubbele voorlopigheid. En toch wordt die voorgesteld als een verworven, definitief recht.

Hier knelt voor mij het schoentje echt. Door een onvolledige of onjuiste juridische duiding creëren we een verwachtingspatroon bij de burger en de consument. Wie vandaag het slachtoffer wordt van phishing, leest in de krant dat een rechter heeft beslist dat de bank moet terugbetalen en zal redelijkerwijs concluderen dat ook zijn geld terugkomt en dat de kous daarmee af is. Hij gaat naar zijn bank met die verwachting. Maar de juridische realiteit is genuanceerder en de kans bestaat dat hij aan het einde van de rit, na een eventuele bodemprocedure of een terugvordering door de bank, met lege handen achterblijft. Hij zal zich dan verschalkt voelen, niet door de manier waarop de boodschap tot hem is gekomen, maar door de rechter en Justitie. En dat ondermijnt uiteindelijk het vertrouwen in de rechtsstaat zelf.

Daarmee kom ik tot de kern van wat mij bezighoudt. Het is een goede zaak dat Justitie communiceert. De roep om een meer transparante, toegankelijke en zichtbare rechtspraak is terecht en uitspraken die maatschappelijk relevant zijn, verdienen toelichting. Maar het volstaat niet dat Justitie communiceert. Zij moet dat ook juridisch correct en nauwkeurig doen. Communicatie die de aard van een procedure verzwijgt, die het voorlopige als definitief voorstelt, die een terugbetalingsmechanisme verwart met een aansprakelijkheidsoordeel, is geen voorlichting maar misleiding, hoe goedbedoeld ook.

De verantwoordelijkheid ligt daarbij niet enkel bij de pers, die nu eenmaal koppen moet maken en niet altijd over de juridische bagage beschikt om de nuances te vatten. Zij ligt evenzeer bij de juridische actoren die de informatie aanleveren en bij ons, juristen, om de duiding bij te sturen waar zij ontspoort. Een burger heeft recht op een eerlijke voorstelling van wat een rechterlijke beslissing wel en niet betekent. Niet de spectaculaire kop, maar de correcte nuance dient uiteindelijk het vertrouwen in onze rechtsstaat. En dat vertrouwen is te kostbaar om te laten verdampen in een verkeerd begrepen krantenkop.

​​Pierre Thiriar

Deze bijdrage vertolkt louter de opinie van de auteur in eigen naam.

Andere opiniestukken van Pierre Thiriar lees je hier.

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *