Uit het recordaantal faillissementen in 2025[1] blijkt dat de continuïteit van veel Belgische kmo’s onder druk staat. Wanneer een onderneming in financiële moeilijkheden geraakt, blijft de impact zelden beperkt tot de aandeelhouders; er ontstaat een domino-effect dat leveranciers, personeel, klanten en de overheid raakt. De wetgever rekent (ook) op een waakzame accountant om dit systeemrisico in te perken. U bevindt zich als accountant in een spreidstand: uw cliënt ziet u als een vertrouwenspersoon die meedenkt en oplossingen zoekt, terwijl de wetgever – en bij faling de curator – in u een poortwachter ziet die tijdig en onverbiddelijk aan de noodrem trekt.
Wanneer een onderneming failliet gaat, richten curatoren en onbetaalde schuldeisers hun pijlen steeds vaker op de accountant als ‘medeplichtige’. Als deep pocket – de partij met een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering – bent u een aantrekkelijk doelwit om het tekort in de boedel te dichten. Sinds de inwerkingtreding van Boek 6 BW[2] is dit risico nog toegenomen door de verruimde aansprakelijkheid voor hulppersonen. Hoe ver reikt uw ‘waakzaamheidsplicht’? Wat gebeurt er als het bestuur doof blijft voor waarschuwingen? En vooral: hoe wapent u zich tegen de groeiende claimcultuur, zonder de commerciële relatie met uw cliënt te verzuren? Dit artikel focust op uw aansprakelijkheid in de schemerzone tussen continuïteit en discontinuïteit.
Advies- en waarschuwingsplicht van de accountant bij (dreigende) discontinuïteit
De adviesverplichtingen van de accountant in de context van (dreigende) discontinuïteit vloeien in essentie voort uit een samenspel van het vennootschapsrecht (WVV), het insolventierecht (Boek XX WER), de deontologie[3] en het contractueel kader (opdrachtbrief).
De accountant als de facto bewaker van de alarmbel? (WVV)
Het (tijdig) activeren van de alarmbelprocedure is wettelijk gezien een verplichting van het bestuursorgaan. Het bestuur moet de algemene vergadering bijeenroepen wanneer specifieke financiële drempels worden overschreden.[4] Hoewel de verplichting formeel niet bij de accountant ligt, vormt hij de facto wel een cruciale schakel in het proces. U bent immers de samensteller van de cijfers waarop de toetsing gebeurt. Bestuurders van kmo’s vertrouwen voor de interpretatie van hun financiële toestand vaak in grote mate op uw expertise.
Dit creëert een tweeledig risico voor de accountant:
1/ Niet tijdig signaleren
Blijkt uit de cijfers (tussentijdse staten, jaarrekening) dat de alarmbeldrempels zijn overschreden of dreigen ze overschreden te worden? Dan moet u dit meteen bij vaststelling schriftelijk signaleren aan het bestuursorgaan. Doet u dit niet, dan schiet u tekort in uw adviesplicht.
2/ Bijzonder verslag
Wanneer de alarmbelprocedure wordt geactiveerd en het bestuur wil de activiteiten voortzetten (keuze voor continuïteit), moet het bestuur een bijzonder verslag met herstelmaatregelen opstellen en dit aan de algemene vergadering voorleggen. In de praktijk zal de accountant vaak bijstand verlenen bij de opmaak en cijfermatige onderbouw van dit plan.
Als u bijstand verleent, waak er dan over dat de voorgestelde herstelmaatregelen doordacht en onderbouwd zijn. Als de maatregelen onrealistisch of onhaalbaar zijn en u verleent hieraan kritiekloos uw medewerking, dan komt uw aansprakelijkheid als adviseur in het gedrang. Bij een faillissement van de onderneming, kan de curator argumenteren dat u, samen met het bestuursorgaan, het faillissement heeft uitgesteld. In dat geval komt u samen met het bestuur in het vaarwater van verboden wrongful trading[5], waarbij de schuldenput dieper werd gemaakt door het voortzetten van verlieslatende activiteiten.
Autonome meldingsplicht (Boek XX WER)
Dwingender voor de accountant is de autonome, proactieve meldingsverplichting uit het insolventierecht (WER) die geldt voor de externe accountant, de externe belastingconsulent, de externe erkend boekhouder en de bedrijfsrevisor[6]:
"De externe accountant […] die in de uitoefening van zijn opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten vaststelt die de continuïteit van de economische activiteit van de schuldenaar in het gedrang kunnen brengen, licht deze laatste hiervan schriftelijk en op een omstandige wijze in."
Deze plicht is algemener en beperkt zich niet alleen tot de verplichting die geldt in het kader van de alarmbelprocedure. Een vennootschap kan boekhoudkundig nog ‘gezond’ zijn, maar bijvoorbeeld toch kampen met een (acuut) kastekort, het verlies van een cruciale vergunning of een verlammend conflict tussen aandeelhouders. Dit zijn ‘gewichtige en overeenstemmende feiten’ die u verplichten tot handelen, nog voor de alarmbel rinkelt.
Schriftelijk en omstandig
U moet uw cliënt ‘schriftelijk en op een omstandige wijze’ inlichten. Een telefoontje of informele waarschuwing tijdens een balansbespreking of een vage zin in een e-mail volstaan juridisch niet om aan aansprakelijkheid te ontsnappen. U moet kunnen bewijzen dat u de ernst van de situatie hebt aangekaart.
Klikrecht aan de rechtbank
Indien het bestuur binnen één maand na uw waarschuwing geen afdoende maatregelen treft, kan (geen verplichting) de accountant de voorzitter van de ondernemingsrechtbank inlichten.[7] In dat geval wordt het beroepsgeheim opgeheven. Dit zal de vertrouwensrelatie met uw cliënt uiteraard niet ten goede komen. Echter, in gevallen van fraude of manifeste roekeloosheid waarbij u vreest zelf meegesleurd te worden, kan dit zeker overwogen worden om u te behoeden voor aansprakelijkheid.
Deontologie en algemene zorgvuldigheidsnorm (BW)
Accountants zijn ook gebonden aan een strikte deontologische code die hen verplicht om integer, objectief en met de nodige vakbekwaamheid te handelen.[8] Deze professionele gedragsnormen geven concreet inhoud aan de algemene zorgvuldigheidsnorm van het BW.[9] Een rechter zal uw gedrag toetsen aan het ‘goede huisvader’-principe: die van een normaal, redelijk en vooruitziend accountant.
Indien een accountant de deontologische regels schendt – bijvoorbeeld door passief toe te kijken hoe een cliënt afstevent op een faillissement, zonder te waarschuwen – kan dit door de rechtbank gekwalificeerd worden als een fout in de zin van het aansprakelijkheidsrecht. De redenering is dat een zorgvuldig accountant in dezelfde omstandigheden wél zou hebben gewaarschuwd. Een tuchtrechtelijke inbreuk kan zo de basis vormen voor een burgerrechtelijke schadeclaim.
De opdrachtbrief
De opdrachtbrief vormt het contractuele kader waarbinnen uw plichten zich situeren.[10] De accountant moet, in overleg met zijn cliënt, een opdrachtbrief opmaken die de rechten en plichten van beide partijen omschrijft.[11] Een heldere taakafbakening is hierbij essentieel: u bent in principe enkel aansprakelijk voor de taken die u heeft opgenomen. Zonder duidelijke afbakening van de taken kan een rechter oordelen dat u een algemeen mandaat/takenpakket had. Dit pakt vaak nadelig uit voor de accountant: de rechter kan oordelen dat uw advies- en waarschuwingsplicht erg ruim is, omdat u nergens beperkingen heeft vastgelegd.

Rode vlaggen: wat moet u als accountant zien?
Een accountant kan zijn cliënt pas waarschuwen als hij de signalen van discontinuïteit herkent. Dit vereist een actieve, kritische houding in de dagelijkse verwerking. Indien de cliënt u de toegang tot noodzakelijke informatie ontzegt, dient u dit te documenteren om uw aansprakelijkheid te beperken.[12] Het ITAA heeft een checklist met indicatoren waar u rekening mee kan houden. Hieronder noemen we de meest cruciale vragen die u zich moet stellen:
- Art. XX.23 § 1 WER : Werd de handelshuurovereenkomst gerechtelijk ontbonden lastens de huurder?
- Art. XX.23 § 2 WER : Meer dan één kwartaal achterstand inzake RSZ, bedrijfsvoorheffing, sociale bijdragen of btw?
- Is er achterstal inzake betaling van lonen?
- Werden onlangs wisselbrieven geprotesteerd?
- Waren er onlangs betalingsachterstanden inzake personenbelasting of vennootschapsbelasting?
- Is er sprake van vertrek van personeel op sleutelposities zonder vervanging?
Aansprakelijkheid van de accountant
We maken onderscheid tussen (contractuele) aansprakelijkheid ten aanzien van uw eigen cliënt (de vennootschap of curator) en (buitencontractuele) ten aanzien van derden (schuldeisers, fiscus).
Contractuele aansprakelijkheid (t.a.v. cliënt/curator)
Als de cliënt (of de curator die in haar plaats treedt na faillissement) u aanspreekt, gebeurt dit op basis van de opdrachtbrief.
De kernvraag is hier: heeft u gehandeld als een normaal, zorgvuldig en vooruitziend accountant? De verbintenis van de accountant is in de regel een inspanningsverbintenis. U garandeert niet dat de onderneming gered wordt (resultaat), maar u belooft wel naar best vermogen het nodige te doen om de cliënt correct te adviseren en te waarschuwen.
De cliënt of curator moet bewijzen dat de accountant een fout (contractuele wanprestatie) maakte, dat de vennootschap schade leed, en dat die schade er niet was geweest zonder die fout (causaal verband).
In het kader van contractuele aansprakelijkheid bestaat de ‘fout’ uit een inbreuk op een contractuele verplichting. Bijvoorbeeld:
- niet of laattijdig signaleren van de alarmbeldrempels
- negeren van vragen van het bestuur over liquiditeitsproblemen
- niet wijzen op de verplichting om de boeken neer te leggen indien de wettelijke voorwaarden daartoe zijn voldaan.
De schade kan bijvoorbeeld bestaan uit het ‘verlies van een kans’ om de onderneming te redden (door tijdig een gerechtelijke reorganisatie aan te vragen) of de toename van het passief door het rekken van de verlieslatende activiteiten.
Buitencontractuele aansprakelijkheid (t.a.v. derden/schuldeisers)
Als accountant bent u niet alleen verantwoording verschuldigd aan uw cliënt, maar potentieel aan iedereen die op uw ‘gebrekkige’ cijfers en adviezen vertrouwt. Onbetaalde leveranciers, de bank of de overheid (fiscus, RSZ) kunnen, bij gebrek aan contract, pogen de accountant buitencontractueel aansprakelijk te stellen.[13] Ook zij moeten bewijs leveren van fout, schade en causaal verband.
In het kader van buitencontractuele aansprakelijkheid bestaat de fout uit de schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag oplegt of verbiedt, of van de algemene zorgvuldigheidsnorm die geldt in het maatschappelijk verkeer[14].
Aansprakelijkheid van hulppersonen
Een belangrijke wijziging sinds 1 januari 2025 betreft de positie van hulppersonen van de accountant. In de praktijk contracteert een cliënt (vennootschap) vaak met een boekhoudkantoor, waarna het dossier wordt behandeld door een specifieke accountant-vennoot of -medewerker (natuurlijk persoon of zijn managementvennootschap). Deze uitvoerder is juridisch een ‘hulppersoon’ (uitvoeringsagent) van het boekhoudkantoor.
Tot voor kort genoot deze hulppersoon ‘quasi-immuniteit’. De cliënt kon in principe enkel het boekhoudkantoor aanspreken voor fouten, niet de individuele accountant die het dossier behandelde. Onder Boek 6 BW is dit samenloopverbod afgeschaft.[15]
Dit betekent dat de cliënt (of de curator na faillissement) nu een bijkomende partij heeft op wie hij zijn schade kan verhalen. De cliënt kan het boekhoudkantoor aanspreken op basis van het contract, of kan de individuele accountant (hulppersoon) rechtstreeks buitencontractueel aanspreken.
Een nuance is dat de hulppersoon zich wel kan beroepen op de verweermiddelen uit het contract tussen de cliënt en het boekhoudkantoor (bijvoorbeeld exoneratiebedingen), alsook op de verweermiddelen uit zijn eigen contract met het kantoor.[16] Het belang van waterdichte contracten op alle niveaus is dus groot.
Noot van de redactie: Het ITAA heeft voor haar leden een voorbeeld van een opdrachtbrief[17] opgesteld met daarin een voorbeeldclausule waarin wordt bepaald dat de wettelijke bepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid tussen de partijen niet van toepassing zijn op de vergoeding van schade die is veroorzaakt door het niet uitvoeren van de opdracht (behalve in geval van opzet of grove nalatigheid waarvan de dekking is uitgesloten door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of bij de uitvoering van speciale opdrachten die door de wet zijn voorbehouden aan revisoren en gecertificeerde accountants). Overeenkomstig artikel 6.3, §2, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek kan deze uitsluiting van de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid ook worden ingeroepen door de hulppersonen van de beroepsbeoefenaar.
Praktische checklist: hoe dekt u zich in?
Hier volgen vijf concrete pijlers voor risicobeheersing.
De opdrachtbrief
De opdrachtbrief vormt, samen met uw algemene voorwaarden, uw belangrijkste juridische schild tegen aansprakelijkheid.
- Exoneratie en hulppersonen: neem een geldig exoneratiebeding op dat uw aansprakelijkheid beperkt tot een maximumbedrag (bijvoorbeeld cap tot het verzekerde bedrag).[18] Stipuleer expliciet dat hulppersonen (medewerkers, bestuurders van het kantoor) zich eveneens kunnen beroepen op deze beperkingen.
- Taakafbakening: omschrijf helder wat u doet, maar vooral ook wat u niet doet.
- Informatieplicht: stipuleer expliciet dat de cliënt verantwoordelijk is voor de volledigheid en juistheid van de aangeleverde stukken.[19] U kan niet waarschuwen voor zaken die de cliënt voor u achterhoudt.
- Nulmeting bij start of overname: stelt u bij de start van uw opdracht al continuïteitsproblemen of andere onregelmatigheden vast? Signaleer en documenteer deze onmiddellijk. Zo vermijdt u dat de lijken uit de kast van de voorganger aan u worden toegeschreven.
Proactief detecteren
- Ken uw cliënt (KYC)[20]: een cliënt met een historiek van faillissementen, ondoorzichtige structuren of een levensstijl die niet strookt met de inkomsten vormt per definitie een hoger risico.
- Slimme boekhoudsoftware: moderne boekhoudpakketten (met toepassing van AI) hebben ingebouwde alarmfuncties en dashboards voor negatief eigen vermogen, dalende liquiditeit of oplopende R/C's. Negeer deze pop-ups niet.
Documenteren en bewijsvoering
In een rechtbank geldt: wat niet op papier staat, is niet gebeurd. Dit benadrukt het belang van dossieropbouw en schriftelijke communicatie.
- Maak interne notities bij zorgwekkende vaststellingen. Dit toont aan dat u uw dossier actief beheert.
- Stuur bevestigingsmails naar uw cliënt na mondelinge besprekingen.
- Bij (dreigend) continuïteitsgevaar: maak een formele melding (aangetekend of e-mail met ontvangstbevestiging) conform art. XX.23 WER. Wees duidelijk: verwijs naar de feiten (en de cijfers) en wijs op de wettelijke verplichting van het bestuur om te handelen en documenteer dit.
Waarderingsregels
Indien een onderneming besluit haar bedrijf stop te zetten, of indien er niet meer kan van worden uitgegaan dat de activiteiten zullen worden voortgezet, dwingt het boekhoudrecht tot waardering in discontinuïteit.[21]
Als u een jaarrekening samenstelt in going concern terwijl u weet dat er geen toekomst meer is, werkt u mee aan het kunstmatig overwaarderen van de onderneming. Dit misleidt derden en schuldeisers en is een direct ticket naar aansprakelijkheid.
Weigert de cliënt waardering in discontinuïteit ondanks duidelijke signalen? Weiger de opdracht of maak een einde aan de samenwerking.
Exit-strategie
Als de cliënt uw waarschuwingen stelselmatig negeert, de schuldenput blijft vergroten of weigert uw adviezen op te volgen (zoals het faillissement aanvragen), is er maar één advies: beëindig de samenwerking schriftelijk en gemotiveerd.
Case study: hof van beroep Gent (2023)
Dat rechters streng oordelen over de adviesplicht van accountants en het belang van degelijke documentatie, blijkt uit een recent arrest van het hof van beroep te Gent[22]. In deze zaak ging een vennootschap kort na oprichting failliet. De curator vorderde schadevergoeding van de oprichters wegens ontoereikend startkapitaal. De oprichters riepen op hun beurt de accountant in vrijwaring: de accountant had hen bijgestaan bij de opmaak van het financieel plan en had hen moeten waarschuwen dat het plan onhaalbaar was.
In eerste aanleg werd de accountant veroordeeld tot betaling van 50% van de schade.[23] De rechter oordeelde dat de accountant niet louter als ‘rekenmachine’ had mogen fungeren en de cliënt actief had moeten waarschuwen voor de liquiditeitstekorten in het plan. Een exoneratiebeding in de opdrachtbrief werd terzijde geschoven omdat de kern van de adviesverlening was uitgehold.
In beroep werd het vonnis in eerste aanleg hervormd en ging de accountant vrijuit. Het hof oordeelde dat op de accountant een inspanningsverbintenis rust. Via e-mailcorrespondentie kon de accountant bewijzen dat hij wel degelijk kritiek had geuit op de liquiditeitstekorten. Hij kon ook aantonen dat de oprichters zelf hadden aangegeven dat ze dit zouden oplossen via een rekening-courant. Het hof oordeelde dat de accountant aan zijn adviesverplichting had voldaan door te waarschuwen. Dat de ondernemers het risico vervolgens toch namen, viel onder hun beleidsvrijheid en kon de accountant niet worden verweten. Voor de controle op de omzetprognoses kon de accountant zich succesvol beroepen op het exoneratiebeding in zijn contract.
Conclusie
Een combinatie van vennootschapsrechtelijke waarborgen, strenge insolventiewetgeving en nieuwe aansprakelijkheidsregels maken de accountant (en zijn medewerkers) kwetsbaarder voor aansprakelijkheidsclaims.
Uw aansprakelijkheid stopt echter waar u kunt bewijzen dat u uw taak als accountant als goede huisvader hebt vervuld. Het is niet uw taak om de onderneming te redden – dat is de taak van het bestuur – maar wel om tijdig te waarschuwen en te wijzen op de risico’s. Door proactief te handelen, consequent schriftelijk te communiceren (ook het slechte nieuws) en uw contractuele documenten op orde te hebben, beschermt u niet alleen uw cliënt tegen onnodig onheil, maar ook uw eigen professionele reputatie.
Natalie Van Boven en Mathieu Verfaillie
Dit artikel verscheen eerder ook in het ITAAzine van het ITAA.
Lees van deze auteurs ook “Alarmbelprocedure: plicht van de bestuurder, zorg van de accountant?”



0 reacties