‘Kunst en Recht’: keerzijde van dezelfde medaille cover

20 jul 2026 | Management & Deontology

‘Kunst en Recht’: keerzijde van dezelfde medaille
  • Today’s Lawyer is een tijdschrift voor en door advocaten van vandaag.

    De kernredactie bestaat uit advocaten die gepassioneerd zijn door hun beroep en die graag stilstaan bij nieuwe evoluties die de advocatuur aanbelangen.

    Daarnaast werken er auteurs mee die beknopt en to-the-point hun expertise (in marketing, IT, HR en personeelsbeleid, accountancy, deontologie, sociaal recht, enz.) delen in leesbare, toegankelijke bijdragen.

    Dit tijdschrift informeert u (elk kwartaal) over alle onderwerpen die de ondernemende, hedendaagse advocaat interesseren en aanbelangen.

    Op zoek naar meer informatie of naar de abonnementsvoorwaarden? Ontdek het hier!

  • Oliver Lenaerts is jurist-kunstenaar. Als jurist is hij al meer dan twintig jaar actief in het ondernemingsrecht. De laatste tien jaar is zijn passie als kunstverzamelaar uitgegroeid tot een juridische kunstrecht praktijk waarbij hij de rol opneemt als juridisch aanspreekpunt voor iedereen die werkt in de kunsten en musea, kunstverzamelaars en kunstdealers juridisch adviseert. Die juridische kennis gebruikt hij als kunstenaar om kunst te maken op he snijvlak van kunst en recht: Oliver hanteert het recht als medium om nieuwe artistieke beelden te maken waarbij tekst en beeld elkaar beïnvloeden.

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Strafrecht Familierecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen

In Vlaanderen zijn er tal van organisaties die kunst te huur aanbieden om de werkomgeving aangenamer te maken. Achter die trend zit er een businessmodel dat gebaseerd is op een diepgaandere theorie dan het maken van winst. Het succes van het model heeft een psychotherapeutische en kunstfilosofische onderbouw.

Om de vraag te onderzoeken waarom kunst kan bijdragen tot een aangenamere of, zelfs, meer inspirerende werkomgeving, is het interessant om even stil te staan bij tekeningen van bijvoorbeeld Guillaume Corneille, een bekend schilder uit de COBRA-beweging. Die tekeningen zijn kleurrijk, figuratief en helder en hebben iets weg van een kindertekening en toch is (bijna) iedereen het erover eens dat dit kunst is. En toch is die conclusie niet evident als je ervan uitgaat dat kunst hand in hand gaat met smaak en schoonheid. We kennen allemaal de uitdrukking ‘over smaak valt niet te twisten’. Hoe kan je dan volhouden dat mijn smaak beter is dan de jouwe? Toch kan men dit kunstfilosofisch verklaren. In de theorie van ‘esthetische reactie’ van Emmanuel Kant wordt de nadruk gelegd op het feit dat goede esthetische oordelen gebaseerd zijn op de kenmerken van een kunstwerk en niet alleen op onze voorkeuren.[1] Hij verwees ter ondersteuning van die theorie naar het concept ‘doelmatigheid zonder doel’.[2] Stel je een rode roos voor. De typische aspecten van die roos dwingen je bijna om het te etiketteren als mooi. De roos heeft een eigen doel maar dat is niet de reden waarom ze mooi is. Iets in de tooi en de textuur van de roos fluistert je verstandelijke vermogens in om het te kwalificeren als ‘juist’ of ‘mooi’. Als je een ding ‘juist’ of ‘mooi’ noemt, beweer je daarmee dat iedereen het erover eens behoort te zijn. Hoewel het label ‘mooi’ wordt ingefluisterd door ons gevoel van genot, heeft het voor de wereld een objectieve toepassing. Die redenering geldt ook voor de tekening van Guillaume Corneille. Een kindertekening is vanuit artistiek oogpunt minder interessant dan de tekening van Corneille omdat de kenmerken van de tekening van Corneille ons dwingen om het mooi te noemen. Er is met andere woorden een soort van basis om te claimen dat een bepaald voorwerp kunst is. Die objectieve kenmerken vertolken een soort van intens realisme: het voorwerp op zich is ‘juist’ en wordt geobjectiveerd.

Kunst verschilt hierin dus vreemd genoeg van andere concepten die met smaak, voorkeur of gevoel te maken hebben. Zelfs zonder exacte definitie zal je moeten toegeven dat kunst ‘iets’ is dat ‘iets’ met je kan doen, dat andere objecten niet kunnen. Maar het punt is dat je hiermee kunst op een of andere manier kan vaststellen door het effect dat het genereert, en dat, gezien de ervaring van kunst zulke diepe wortels heeft in ons zelfbeeld, je dit effect kan gebruiken om aan je ‘zelf’ te werken. Ik heb het over kunst als vorm van therapie.

Stelling: kunst is een instrument voor een inspirerende werkomgeving

Over kunst en gezondheid zijn tal van artikelen[3] en boeken[4] verschenen. Het is allang algemeen bekend of vanzelfsprekend dat kunst een nuttig instrument is in verschillende vormen van therapie. Op Wikipedia staat onder “Kunsttherapie” (of beeldende therapie):

“een behandelvorm die creatieve expressie — zoals tekenen, schilderen of boetseren — inzet om emoties, gedachten en innerlijke ervaringen te verkennen en verwerken”

De bekendste vorm van klassieke therapie is de ‘Cognitive Behavioral Therapy’ (CBT). Het is een uiterst pragmatische therapie die zich kort gezegd richt op het identificeren van onjuiste denkpatronen en het aanleren van nieuwe patronen. Kunst wordt in die therapie ingezet als instrument in de betekenis dat ze kan bijdragen aan het succes van de therapie door het narratief te veranderen van de innerlijke verhalen waarmee we ons zelfbeeld opbouwen. Ga je nog een stap verder dan kom je op het gebied van zingeving. Als je aanvaardt dat kunst kan worden ingezet in therapie, is de stap naar het nut van kunst in de bredere werkomgeving niet erg groot. Voor een goed begrip: kunst biedt geen oplossing voor deze zaken, maar wel een uiterst efficiënt – direct en bruikbaar – middel ertoe.

​Als je je omgeeft op werkplekken door werken van kunstenaars draagt dit, naast het feit dat kunst onze kantoren verfraait, bij aan een inspirerende werkomgeving

Concreet, als je je omgeeft op werkplekken door werken van internationale en nationale kunstenaars draagt dit, naast het feit dat kunst onze kantoren verfraait, bij aan een inspirerende werkomgeving. Dit geldt voor alle bedrijfstakken maar vele advocatenkantoren doen dit al vanuit de overtuiging dat inspiratie en creatief denken leiden tot innovatie en originaliteit en dat creatief denken kan leiden tot innovatieve oplossingen.

Een bekend advocatenkantoor in Nederland schrijft op haar website[5]:

“De bijzondere aandacht voor kunst correspondeert dan met een persoonlijke en onderscheidende manier van werken. Kunst laat advocaten toe om feiten anders te lezen, om de veelheid aan interpretaties en de openheid van een situatie te koesteren. De kunst biedt de advocaten een soort dagelijkse, geestelijke gymnastiek, die ze beoefenen door simpelweg van tijd tot tijd je ogen en gedachtes te laten dwalen. Kunstwerken zijn daarom veel meer dan ‘iets moois aan de muur’. De kunst biedt context, contrast en context die bijdraagt aan de kwaliteit van de dienstverlening. Bottomline, voor een creatieve oplossing hoef je vaak niet iets totaal nieuws te maken, maar moet je over de gave beschikken om de bestaande feiten opnieuw te lezen.”

Als je de tekst leest, lijken kunst en recht wel voor elkaar gemaakt. Maar is die stelling ook ontvankelijk en gegrond?

Judging by the Cover, 2026 (hout gesneden in de vorm van drie codexen, tissue, PUR-schuim (polyurethaan) en staal) – Oliver Lenaerts

Een theorie rond ‘kunstrecht’ en ‘kunst en recht’ als onderbouw voor de stelling

Een ommetje via de interactie tussen het juridische praktijkdomein ‘kunstrecht’ en de artistieke stroming ‘kunst en recht’ tonen aan dat de ‘claim’ op die leuke online woorden van het advocatenkantoor wel degelijk ontvankelijk en gegrond zijn .

Ontvankelijkheid

De term ‘kunstrecht’ is ingeburgerd geraakt op het ritme van de ontwikkeling van de kunsten. In de jaren 70 en 80, rolde de ‘Artist's Reserved Rights Transfer and Sale Agreement’ van een onafhankelijke pers in New York.

Het was een initiatief van de innovatieve Amerikaanse curator-uitgever van conceptuele kunst en voormalig handelaar, Seth Siegelaub, waarin hij enkele algemeen erkende ongelijkheden in de kunstwereld schetste. Het document bevatte clausules in zwaar juridisch jargon die beloofden deze misstanden te verhelpen. Een van de voorwaarden was het recht van kunstenaars om tentoonstellingen van hun werk te weigeren, het recht om te weten wie het heeft gekocht en, het meest controversieel, het recht om 15% van de wederverkoopwinst op te eisen, waardoor kunstenaars een stem krijgen in hoe hun werk wordt gebruikt en een aandeel in de toekomstige waarde ervan. Dat was het beginpunt van het ‘kunstrecht’[6]. De ontstaansgeschiedenis van het kunstrecht is met andere woorden te danken aan een kunstwerk. De ontvankelijkheid van de ‘claim’ dat kunst leidt tot innovatie en originaliteit is daarmee zeker bewezen. Met andere woorden de technische toetsing die voorafgaat aan de beoordeling ten gronde of kunst wel degelijk sociale relaties beïnvloedt, doorstaat kunst met glans. Sindsdien is kunstrecht een gerespecteerde discipline geworden en zijn meer en meer advocaten zich beginnen specialiseren in de materie naarmate het verband tussen kunst en recht duidelijker werd. Vandaag is kunstrecht een amalgaam van een myriade aan juridische domeinen die in elkaar vasthaken en die academici, advocaten en de wetgever hebben aangepast aan de specifieke noden van de ‘stakeholders’ op de kunstmarkt.

Gegrondheid

Kunstrecht is iets anders dan kunst & recht. Kunst en recht verwijst eerder naar een kunstpraktijk waarbij kunstenaars het recht gebruiken als medium voor de kunst. Op het snijvlak van kunst en recht vinden kunstenaars inspiratie en nieuwe manieren om zich uit te drukken met het recht als middel. Het werk, van de hand van de Italiaan Maurizio Cattelan, dat enkele jaren geleden werd verkocht op een kunstbeurs in het Amerikaanse Miami Beach is een mooi voorbeeld van de interactie tussen kunst en recht. Het werk is niet meer of minder dan een banaan die aan de muur wordt geplakt met tape. Je vraagt je onmiddellijk af of een banaan met tape errond werkelijk een kunstwerk kan zijn? De kunstenaar ziet het werk vooral als een aanklacht tegen de doorgedreven financialisering van de kunstmarkt en heeft net om die reden gekozen om dit werk op te hangen op een wereldbekende kunstbeurs die de tendens tot financialisering belichaamt. Bovendien is die banaan als vorm vergankelijk wat onmiddellijk een probleem oproept op het vlak van economische waardering – wie zou er immers een vergankelijk goed willen kopen. Gaat het dan eerder om de richtlijnen (in de vorm van een certificaat) die je meekrijgt als je het werk koopt? Dit roept dan weer vragen op rond de status van dergelijk certificaat – is een contract of een voorwerp vatbaar voor eigendomsrechten. Of is eerder het achterliggende idee het kunstwerk – het fysieke object is dan niets meer dan zichtbare manifestatie van het onderliggende werk. Dat is zeker een mogelijkheid, al roept dit meteen vragen op over de auteursrechtelijke bescherming.

​Kunst is meer dan iets moois aan de muur, maar biedt contrast dat aanzet tot reflectie

Met het kritische ‘statement’ van Catellan is meteen duidelijk dat kunst en kunstenaars soms contrast kunnen bieden bij de maatschappelijke rol die het recht speelt als maker van sociale relaties. Sommige hedendaagse kunstenaars, zoals onder andere Seth Sieglaub, Felix Gonzalez Torres[7], Sergio Sarmiento Munoz[8], Carey Young[9] en andere hedendaagse en moderne kunstenaars, richten zich in hun eigen artistieke werk op het recht. Hun doel is om het recht als artistiek medium te gebruiken en artistieke onderwerpen – het sublieme, vragen over de leegte, performance of het romantische – via het recht aan de orde te stellen. Dit heeft geresulteerd in werken in uiteenlopende media, waaronder fotografie, video, installaties of ingelijste prenten. Deze kunstwerken hebben ook vaak de status van juridische instrumenten (en worden als zodanig erkend door juristen) en hebben vormen aangenomen als disclaimers, contracten of licenties, en zijn voortgekomen uit onderzoek naar diverse juridische gebieden. Het is hun bedoeling om bijvoorbeeld een contract te gebruiken om een experimentele, immateriële en beladen choreografie te creëren tussen kunstenaar, toeschouwer en de tentoonstellingscontext.[10] Ze proberen kunstwerken te maken die de relaties tussen wetgeving en fictie en wetgeving en het lichaam onderzoeken die ingaan op de maatschappelijke rol van het recht en de macht van wetgeving. Hier zit een perversiteit in: de werken zijn gevormd uit juridische taal, maar ze bekritiseren deze ook en tonen de inconsistenties, subjectiviteiten, hiaten en zwakheden ervan waarmee meteen bewezen is dat de claim dat kunst leidt tot innovaties wel degelijk gegrond is. Het is de maatschappelijk taak van de kunstenaar om die prangende vragen te stellen maar het is even belangrijk om kunstenaars niet te bekritiseren, zij moeten precies kunnen maken wat ze willen. Een spiegel voorhouden aan beleidsmakers heet dat dan. Die artistieke missie werkt meteen door op de inhoudelijke dienstverlening die bedrijven die kunst tonen op de werkplek door. Kunst is meer dan iets moois aan de muur, maar biedt contrast dat aanzet tot reflectie en betere kwaliteit van de dienstverlening. De stelling dat kunst soms meer is dan ‘iets moois aan de muur’ is daarom absoluut gegrond.

Nog verdere integratie tussen ‘kunst en recht’: ‘embodied knowledge’

Kunst hoeft niet meteen te duidelijk en helder te congrueren met de inhoudelijke missie van de onderneming of de organisatie die kunst tentoonstelt. Maar op het snijvlak van kunst en recht vinden zowel kunstenaars als juristen inspiratie en nieuwe manieren om zich uit te drukken met het recht of de kunsten als middel. De taal van de jurist en de kunstenaar is uiteraard verschillend. Dit weerhoudt tal van kunstenaars er zich niet van om het recht te hanteren. Sommige werken daarom samen met juristen. Met de samenwerking komt een beladen term in beeld: ‘embodied knowledge’.[11] Congruentie is volledig als beide rollen zich vereenzelvigen in één persoon: de jurist als beeldend vertaler.[12] Dan pas kunnen woord en beeld het ontzettend goed met elkaar vinden. De jurist-kunstenaar moet zich dan niet laven aan wat beeldende kunstenaars voor hem hebben gerealiseerd en wat wordt aangeleerd op academies. Door zijn eigen juridische taal te hanteren creëert hij nieuwe artistieke beelden. De proza die de jurist normaal hanteert krijgt zo iets van poëzie, en juridische adviezen en wetten worden zo een soort van kunstwerk dat gebruikmaakt van taal om iets te zeggen. Het beeld van de kunstenaar krijgt een diepgang die enkel tot stand kan komen door het begrip dat hij als jurist of door juristen heeft verworven via persoonlijke ervaringen en interacties met de juridische wereld. Die ‘embodied knowledge’ geeft, op zijn beurt, aanleiding tot creatieve processen die kunnen leiden tot positieve maatschappelijke veranderingen en de creatie van nieuwe inzichten in het recht (zie, hierboven het geciteerde kunstwerk van Seth Siegelaub).

Corporate Entity Chart, 2025 (hout, olie pastel, witte olieverf, transparant papier) – Oliver Lenaerts

Besluit

We zijn van ver gekomen. Laten we recapituleren. Als je aanvaardt dat objectieve kenmerken van kunst iets moois maken, betekent dit dat kunst een objectief effect heeft en dat je dit effect kan gebruiken als inspiratiebron. Kunst in de werkomgeving is dan een eenvoudig voorbeeld van hoe kunst kan bijdragen tot een inspiratie. Maar er is meer want kunst is ook een instrument om bepaalde boodschappen door te geven. Veel kunstenaars gebruiken recht als medium voor hun kunst om bepaalde mistoestanden of praktijken aan te kaarten. Zij bieden juristen en beleidsmakers de opportuniteit om kunst in een wet om te vormen met maatschappelijke betekenis die ontbloot is van de loutere wil tot het uitdrukken van macht. Wij zien de wet niet meer als een soort van kunstwerk maar als een instrument om een politieke wil tot macht uit te drukken. Het zijn instrumenten om bepaalde doelen te bereiken. Nochtans is er veel voor te zeggen dat wetten in de eerste plaats een maatschappelijke betekenisconstructie zijn die als een bijzonder soort kunstwerk kunnen worden begrepen.[13] Daar kunnen kunstenaars en kunst toe bijdragen. Kunst is dus niet alleen een inspiratiebron voor de werkomgeving maar kan dit niveau overstijgen als kunstenaars hun kunst een betekenis geven die zinvol is voor beleidsmakers die maatschappelijk relevante wetten moeten maken. ‘Gejuridiseerde kunst’ kan dan worden omgevormd tot ‘artistieke wetten’. In andere woorden, tekst en beeld beïnvloeden elkaar wel degelijk alhoewel het niet altijd duidelijk is welk een het ander beïnvloedt.

Kortom, kunst en recht zijn de keerzijden van dezelfde medaille.

​Oliver Lenaerts, kunstenaar en jurist

Dit artikel verscheen eerder in Today’s Lawyer, uitgegeven door KnopsPublishing.


Bronnen

[1] Cynthia Freeland, Maar is het Kunst, een inleiding in kunsttheorie, Uitgeverij Bert Bakker, 2013.

[2] Oliver Lenaerts, Kunstobject als eigendomsobject, Lea Uitgevers, 2022.

[3] https://www.theartcouch.be/nieuws/kunst-een-vorm-van-zelftherapie/.

[4]Susan Hogan, Art Therapy Theories: A Critical Introduction”, Taylor Francis, 2026. Henry Bauchau, Het Blauwe Kind, Ludion, 2011.

[5] https://www.heronlegal.com/art-office.

[6] Emile en Ferdinand, Interview met Oliver Lenaerts, Kunstrecht, kunst en recht, recht en kunst, Magazine, Larcier-Intersentia, n° 18, 2021.

[7] Introduction, Law in the Work of Félix González-Torres, in Cornell Journal of Law and Public Policy, Volume 26, Number 3. Co-authored with Eduardo M. Peñalver (June 2017).

[8] https://www.sergiomunozsarmiento.com/pagecv.

[9] https://www.careyyoung.com/.

[10] “Law as Art”, Mousse Magazine, December 2013; Interview, “Sarmiento on Sarmiento,” in Yale Journal of Law & the Humanities (US, 2015). Interview on the relationship between art & law, as part of the Legal Medium art & law conference at Yale Law School (Fall, 2015). Podcast Interview, “Redistribution,” conversation with Lauren van Haaften-Schick and Kenneth Pietrobono on artistic projects that invoke the law, in particular, written agreements (August 2020).

[11] ‘Het lichaam in kunstwerken’, Tijdschrift over cultureel erfgoedwerk, Faro, jaargang 17, nr. 1, 2024.

[12] Zie, kunstwerken van Oliver Lenaerts: www.oliverlenaerts.be.

[13] Witteveen W., De wet als kunstwerk, Een andere filosofie van het recht, Boom, Amsterdam, 2014.

  • Today’s Lawyer is een tijdschrift voor en door advocaten van vandaag.

    De kernredactie bestaat uit advocaten die gepassioneerd zijn door hun beroep en die graag stilstaan bij nieuwe evoluties die de advocatuur aanbelangen.

    Daarnaast werken er auteurs mee die beknopt en to-the-point hun expertise (in marketing, IT, HR en personeelsbeleid, accountancy, deontologie, sociaal recht, enz.) delen in leesbare, toegankelijke bijdragen.

    Dit tijdschrift informeert u (elk kwartaal) over alle onderwerpen die de ondernemende, hedendaagse advocaat interesseren en aanbelangen.

    Op zoek naar meer informatie of naar de abonnementsvoorwaarden? Ontdek het hier!

  • Oliver Lenaerts is jurist-kunstenaar. Als jurist is hij al meer dan twintig jaar actief in het ondernemingsrecht. De laatste tien jaar is zijn passie als kunstverzamelaar uitgegroeid tot een juridische kunstrecht praktijk waarbij hij de rol opneemt als juridisch aanspreekpunt voor iedereen die werkt in de kunsten en musea, kunstverzamelaars en kunstdealers juridisch adviseert. Die juridische kennis gebruikt hij als kunstenaar om kunst te maken op he snijvlak van kunst en recht: Oliver hanteert het recht als medium om nieuwe artistieke beelden te maken waarbij tekst en beeld elkaar beïnvloeden.

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Strafrecht Familierecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *