Rechtuit

Democratie, juristocratie, de FBA en de realiteit genaamd Minister Ben Weyts

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Vlaams Minister Ben Weyts heeft geen hoge pet op van het Europees Hof van Justitie. Toen het advies bekend geraakte van de advocaat-generaal over de vraag of het decreet op het verbod van onverdoofd slachten al dan niet strijdig is met het Europees recht, vond hij het aberrant dat “democratisch genomen beslissingen” door een rechtbank kunnen worden vernietigd. Daarop volgden de inmiddels beroemde woorden: “We leven in een democratische rechtsstaat. En die woorden staan in de juiste volgorde: de democratie komt eerst”. OVB-voorzitter Callens tweette prompt gevat met: “Hoezo, democratie gaat voor op de rechtsstaat? Neen, mijnheer de minister, democratie functioneert binnen de rechtsstaat. Democratie die voorgaat op de rechtsstaat leidt naar het einde van zowel de rechtsstaat als finaal ook de democratie”. Enkele dagen later waren de debatfiches van de minister wat bijgesteld, maar in de studio van de Zevende Dag meldde hij strijdvaardig dat hij zijn stem zou blijven laten horen om te verhinderen dat de Vlaamse democratie “buiten spel wordt gezet door een rechtbank”. Of dat bijvoorbeeld ook betekent dat hij in eigen land vindt dat het Grondwettelijk Hof aan banden moet worden gelegd vroeg de journalist hem niet.

Wie ooit een juridische opleiding volgde heeft moeite met dergelijke tussenkomsten uit de mond van een minister. Democratie is toch gebaseerd op afspraken en die spelregels worden toch door parlementen bepaald? De bevoegdheid van de rechters liggen vast in allerhande wettelijke normen. Wie deze spelregels niet aanvaardt, moet trachten die via een wetswijziging te laten veranderen. Wie vindt dat de rechters van het Hof van Justitie te veel bevoegdheden hebben, kan mobiliseren om het unieverdrag te laten aanpassen om die bevoegdheden in te perken of, zoals de Britten deden, beslissen om als lidstaat uit de Europese Unie te stappen. Zij die dan weer vinden dat de rechters van het Europees Hof van de Rechten van de Mens te veel macht hebben met hun interpretatie van grondrechten, moet dan misschien ook de politieke moed hebben om te zeggen dat ze vinden dat hun land uit het EVRM moet stappen. Het debat wordt gevoed door ‘souvereinisten’ die de supranationale wetgeving willen afschaffen of toch minstens stevig willen terugdringen.

Zo wees Mark Elchardus (professor emeritus aan de VUB en in een eerder leven huisideoloog van de socialistische partij) er dit weekend nog op hoe gevaarlijk volgens hem het Hof van Justitie is, omdat het wetgeving ongedaan kan maken (wanneer die strijdig is met een hogere Europese norm), want “dan wordt democratie geruild voor juristocratie” (De Morgen, 12/9). Die kritiek leeft ook bij anderen, soms zelfs bij juristen, zodat er best aandacht wordt besteed aan een zorgvuldige weerlegging. Wanneer de bevoegdheid van rechters in vraag wordt gesteld – zeker wanneer ze niet aan machtsoverschrijding doen en handelen binnen de krijtlijnen die de wetgever hen heeft verleend – zet dit de deur wagenwijd open voor de willekeur van een tijdelijke machthebber. Is democratie er niet in de eerste plaats om de minderheid te beschermen?

Voor de voorzitter van de OVB is het een uitdaging. In het recentste nummer van de Juristenkrant laat hij noteren dat bij het debat over de rechtsstaat “in al zijn geledingen, op juridisch en maatschappelijk vlak” de advocatuur het eerste referentiepunt moet zijn. Hij wil de OVB spiegelen aan de American Bar Association (ABA), een organisatie met meer dan 410.000 leden. Zijn FBA (Flemish Bar Association) is met de 11.000 advocaten die het vertegenwoordigt dan wel het hele kleine broertje, maar de vergelijking met de ABA vindt de voorzitter niet getuigen van grootheidswaanzin.

Recente gebeurtenissen in buurland Nederland tonen alvast aan dat waakzaamheid vereist is. In het Marganenproces is gebleken dat het Openbaar Ministerie advocaten heeft geobserveerd en hen gevolgd heeft tot in Dubai, omdat er getipt was dat ze daar een afspraak hadden met hun voortvluchtige cliënt (NRC, 10/9). Een dag later belichtte het Financieel Dagblad over meerdere pagina’s de juridische strijd dat een groot advocatenkantoor in Nederland levert omdat in een strafzaak gebruik gemaakt werd van e-mailverkeer van dat kantoor met de cliënt.

Diezelfde dag verscheen in De Volkskrant een lezenswaardig opiniestuk van Prof. Barendrecht. Die merkt fijntjes op dat regels die ooit werden opgesteld om de onafhankelijkheid van rechters en advocaten te garanderen vernieuwing zijn gaan beletten. Hij pleit voor dejuridisering van conflicten.

Het wordt uitkijken hoe het nieuwe bestuur van onze ‘FBA’ al die uitdagingen in haar beleidsplan concreet zal verwerken.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

1 Comment

  • Dank je, beste Hugo. Over de vergelijking met de American Bar Association liet ik ook optekenen, in hetzelfde interview: “Weliswaar moeten we dat aanpassen aan de schaal van ons land. Ik lijd niet aan grootheidswaanzin, de advocatuur kan zoiets hier ook.” Als wij geen ambitie tonen, dan zijn wij klein Vlaanderen, maar als wij dat wel doen zouden wij grootheidswaanzin hebben? Een stuk gezonde ambitie mag wel en met wat je zelf vaststelt lijkt dat voor de advocatuur ook wel nodig! Zeer hartelijk, Peter Callens

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.