Wie dezer dagen de actualiteit volgt kan er niet omheen dat de minister van Justitie niet op veel aanhang kan rekenen in de Wetstraat. Dat zegt natuurlijk niets over de spreekwoordelijke “Dorpsstraat”, maar wanneer partijvoorzitters van coalitiepartijen openlijk de vraag stellen of de minister van Justitie nog te vertrouwen valt is er op zijn minst een kink in de kabel. Ze is stilaan de meeste geviseerde minister in de regering, wat haar partijvoorzitter noopt tot de vaststelling dat op haar een “karaktermoord” wordt gepleegd.
De website van de VRT citeerde een anonieme “NVA-insider”: “Dat mens (sic!) is niet geschikt voor de politiek”. Ze zou te koppig zijn. Het Nieuwsblad citeert ook een NVA-insider: “Haar koppigheid wordt stilaan politieke domheid”. Kranten selecteren ter ondersteuning van hun vette titels foto’s met een boze of star voor zich uitkijkende minister. Je moet al haar sociale media volgen om eraan herinnerd te worden dat ze soms nog vrolijk kan zijn, maar de framing in de media lijkt haar regelrecht naar een inferno te leiden.
De media hebben trouwens een vette kluif aan de lekken binnen de regering. Daar zou het koosnaampje “Madame Teflon” de ronde doen, omdat ze alle kritiek van haar laat afglijden. Het Nieuwsblad citeert – ook al anoniem – een collega-minister die haar smalend “Analyse Verlinden” noemt. “Wanneer je Verlinden om een plan vraagt, krijg je enkel een analyse. Wanneer je haar om oplossingen vraagt, krijg je nog meer analyses”. Bij het begin van de federale regering sprak men volgens diezelfde bron nog over haar als ‘De Juridische Dienst’. Dat klinkt wat raar, want in de vorige regering, toen minister Verlinden bevoegd was voor binnenlandse zaken, pareerde ze alle kritiek op de soms wankele coronamaatregelen als “juridisch geneuzel”.
Haar omschrijven als “juridische dienst” is zichtbaar als kritiek bedoeld. In de media wordt een – ook hier weer anonieme – regeringsbron geciteerd die “het probleem Verlinden” samenvat met de stelling dat ze niet als een politicus, maar als een jurist (advocaat) naar dossiers kijkt. En volgens “een bron bij Les Engagés” zou ze meer pleiten dan onderhandelen. Uit de context blijkt duidelijk dat dit niet als een compliment is bedoeld.
Is een juridisch argument hanteren een teken dat men “het” niet begrijpt?
Die kritiek overstijgt het anecdotische. Is een juridisch argument hanteren een teken dat men “het” niet begrijpt? En wat is dat dan? “Ze ziet gewoon altijd het onmogelijke, in plaats van het mogelijke”, vertrouwde iemand bij Vooruit toe aan de media.
"Wij komen stilaan tot de conclusie: dat mens is niet geschikt voor de politiek. Het is geven en nemen, maar ze zweert bij het grote gelijk. Ik denk niet dat ze echt vals is, het is gewoon pure onkunde”, aldus een andere door de VRT geciteerde anonieme insider.
Is dat nu eigenlijk kritiek op de persoon van de minister of heeft de politieke elite een afkeer voor juridisch denken, waar wordt geargumenteerd binnen een consistent kader? En staat dat dan haaks op de wankele compromissen die zorgen voor mismeesterde wetsontwerpen, geaborteerde plannen en afspraken in “atomaschriftjes” die blijkbaar kracht van wet hebben maar door hun ondoorzichtige onduidelijkheid voor velerlei interpretaties vatbaar zijn. Wie die alchemie niet beheerst is dus blijkbaar dom.
Wijst de crisis rond de minister van Justitie niet eerder op een dieperliggende malaise? De minister werd zes jaar geleden binnengehaald als “wit konijn” en wordt nu door sommigen weggezet als “zwart schaap”. Het zegt iets over de vergankelijkheid in de politiek.
De vijandelijkheden tussen de politici mogen niet leiden tot immobilisme.
De politieke zeden zijn al altijd bijzonder geweest. Dat wist Machiavelli al toen hij in 1513 Il Principe schreef. De vijandelijkheden tussen de politici mogen echter niet leiden tot immobilisme. De minister van Justitie is bevoegd voor gevoelige ethische dossiers, waar nogal wat stemmen opgaan om het primaat van de politiek te laten gelden eerder dan wetenschappelijke inzichten. Dat veronderstelt natuurlijk wel een sereen debat in het parlement met een minister die dat debat in goede banen leidt.
Maar er is ook de problematiek van de gevangenissen (er zijn nog altijd meer en meer grondslapers), de schending van de mensenrechten door de onaanvaardbare gerechtelijke achterstand bij het Brusselse hof van beroep, de slechte allocatie van middelen (de recent besliste kleine verschuiving van het aantal magistraten lijkt niet meer dan een doekje voor het bloeden) en de vele andere pijnpunten van justitie. Alle hefboom-, kathedraal- en andere plannen ten spijt, blijft het op het terrein toch nog altijd zeer precair. Als die zware taak te veel is om alleen te laten dragen door één minister van Justitie, moet de gehele regering verantwoordelijk worden gemaakt. Anders dreigt de burger de hele politieke klasse te verdenken van onkunde.
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.





0 reacties