Het ongemakkelijke gelijk van nuance: jeugdige zedendelinquenten, niet anders dan wij cover

6 jul 2026 | Column

Het ongemakkelijke gelijk van nuance: jeugdige zedendelinquenten, niet anders dan wij

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

​Wanneer minderjarigen ernstige seksuele feiten plegen, is de maatschappelijke reactie doorgaans fel en voorspelbaar. De feiten roepen afschuw op, en terecht. Seksueel geweld behoort tot de zwaarste vormen van normschending, zeker wanneer het gepaard gaat met vernedering, dwang of de doelbewuste aantasting van de integriteit van een slachtoffer. Dat dossiers rondom jeugdige zedendelinquenten publieke verontwaardiging uitlokken, hoeft dan ook niet te verbazen.

Toch wringt precies daar iets. Hoe ernstiger de feiten, hoe kleiner vaak de ruimte wordt om nog met nuance over sanctionering te spreken. Het debat verengt dan al snel tot de vraag of een reactie wel streng genoeg is, alsof de kwaliteit van justitie uitsluitend afhangt van de zichtbare hardheid van de sanctie. Net in dossiers over jeugdige zedendelicten lijkt die reflex bijzonder sterk aanwezig. Begrijpelijk is dat wel. Verstandig is het daarom nog niet. Wie ernstig wil nadenken over de manier waarop een rechtsstaat moet reageren op dergelijke feiten, zal verder moeten durven kijken dan verontwaardiging alleen.

Normaal grijp ik in dit soort discussies terug naar Hannah Arendt en haar reflecties over de banaliteit van het kwaad en de neiging om daders te diaboliseren. Volgens Arendt stellen we plegers al te graag voor als monsters, terwijl het vaak om gewone mensen gaat, mensen zoals u en ik. Die gedachte is ook hier moeilijk helemaal van tafel te vegen.

​Afschrikking heeft in veel gevallen minder effect dan men veronderstelt

Laten we stilstaan bij de mogelijke redenen waarom jongeren dergelijke feiten plegen. Daarbij moet ik u meteen teleurstellen. Een duidelijke, eenduidige reden is vaak niet voorhanden. Die kan ik dus ook niet aanreiken. Vaak projecteren we onze eigen waarden, normen en manier van denken op mensen die misdrijven plegen. Toch meen ik dat we daar voorzichtig mee moeten omgaan. We gaan er als burgers die zich binnen de norm bewegen te snel van uit dat wie de norm schendt dezelfde morele afwegingen maakt als wijzelf, terwijl de praktijk vaak aantoont dat hun referentiekader anders kan functioneren. Net daarom heeft afschrikking in veel gevallen minder effect dan men veronderstelt: wat voor de ene persoon een duidelijke morele of juridische grens vormt, wordt door een andere niet noodzakelijk op dezelfde manier ervaren. Dat betekent echter niet dat er een fundamenteel of wezenlijk verschil bestaat tussen wie zich binnen de norm beweegt en wie de norm schendt. Integendeel: het onderscheid tussen beide groepen is vaak veel kleiner dan we graag denken.

Misschien zat Hannah Arendt dan toch niet ver van de waarheid met haar theorie over diabolisering. De ontwikkeling van jongeren is erg kwetsbaar. Vele factoren hebben invloed op hoe de persoonlijkheid wordt gevormd. Dat gegeven kunnen we niet negeren.

Ik wil hier geen criminologische analyse van maken die zoekt naar de oorzaken, noch een analyse die met een pasklaar antwoord komt. Ik wil vooral nuance brengen in het debat rond het sanctioneren van jongeren die misdrijven hebben gepleegd.

​Waar het echt om draait, is de maatregel die effectief wordt genomen door de rechtbank

Of we een straf een straf moeten noemen, vind ik een nutteloze kwestie van symboliek. Ik verzet me tegen het gebruik van symbolische straffen om een signaal te geven. Waar het echt om draait, is de maatregel die effectief wordt genomen door de rechtbank. Daar begint de mogelijkheid om daadwerkelijk iets te veranderen. Door een effectieve maatregel kunnen resultaten worden geboekt. Ik wil mij hier niet uitspreken over sancties in concrete dossiers. Wie tussen de lijnen leest, zal mijn terughoudendheid ten aanzien van louter symbolische strengheid wellicht begrijpen.

Laten we de aandacht hier vooral vestigen op een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit. Het responsiviteitsprincipe moet daarbij doorslaggevend zijn. Dat principe houdt in dat een sanctie zo veel mogelijk dient te worden afgestemd op de pleger. In België hebben we ons jeugddelinquentierecht hieraan aangepast. Jongeren worden bij een gesloten maatregel eerst een maand ter observatie geplaatst in De Grubbe in Everberg. Daarna kijkt men of geslotenheid wel de meest gepaste sanctie is. Dergelijke systemen zijn zonder meer te verdedigen.

Een laatste punt van ongemak betreft de manier waarop politici zich steeds vaker publiek uitspreken over rechterlijke beslissingen in strafzaken die maatschappelijke verontwaardiging oproepen. Dat de feiten ernstig zijn en emoties losmaken, staat buiten kijf. Ook de verontwaardiging daarover is vaak begrijpelijk. Maar net dan is terughoudendheid geboden. Het beoordelen van feiten, schuld en sanctie behoort in een rechtsstaat tot de opdracht van de rechterlijke macht, die haar functie in onafhankelijkheid en in eer en geweten moet kunnen uitoefenen. Wanneer politici zich publiek mengen in het debat over de gepastheid van een concrete straf of openlijk aandringen op een zwaardere reactie, dreigt die fundamentele grens te vervagen. Dat is geen onschuldige vorm van betrokkenheid, maar een tendens waarvoor men waakzaam moet blijven. Een rechtsstaat heeft geen nood aan een publiek beklagrecht voor politici, wel aan voldoende vertrouwen in de instellingen die met rechtspraak belast zijn.

Ik voel mij toch verleid om bij Arendt aan te knopen en te benadrukken dat ook wie de norm ernstig schendt, niet tot een andere mensensoort behoort. De afstand tussen “ons” en “hen” is, ook bij bij jeugdige zedendelinquenten, vaak kleiner dan we graag denken. Juist daarom moeten we, zelfs bij bijzonder ernstige feiten, de moed behouden om met open blik naar oplossingen te zoeken. Daarmee doen we niet alleen recht aan de nood aan maatschappelijke bescherming, maar uiteindelijk ook aan onszelf als samenleving.

Nuno Daneel

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *