Rechtuit

De gerechtsdeurwaarder moet af van het NAMV-syndroom.

Avatar
Geschreven door KnopsPublishing

Op woensdag 18 maart is auteur Kris Slabbaert samen met Barend Blondé te gast als spreker op de studienamiddag “De gerechtsdeurwaarder als openbaar ambtenaar en als ondernemer: strategische uitdagingen” te Antwerpen.

Als gerechtsdeurwaarder geïnteresseerd in deelname? Hier vindt u meer informatie.

De gerechtsdeurwaarder staat, net als elk ander juridisch vrij beroep, onder druk. De uitdagingen zijn groot in omvang en aantal. De antwoorden zijn divers en niet eensluidend.

Concurrentie vs. samenwerking

Al te veel wordt tussen de juridische vrije beroepen een vorm van concurrentie ontwikkeld die nefast is voor elke vorm van samenwerking, terwijl, door net te focussen op de kerntaken (monopolietaken) van elk van de juridische beroepen an sich, die samenwerking eerder noodzakelijk kan worden geacht.

Eerder dan de advocaat en de notaris als een concurrent te zien, is het wenselijk elk van deze spelers in zijn specifiek domein de expertise te laten ontwikkelen die nodig is om de rechtzoekende bij te staan in het bereiken van zijn doel tot rechtsvinding. Dat er mogelijk overlappingen zijn tussen de takenpakketten is onvermijdbaar, maar de focus is duidelijk afscheidbaar. Zoals reeds gesteld is het doel van de verschillende taken van de diverse juridische vrije beroepen echter veelal hetzelfde, namelijk de rechtszoekende leiden naar rechtsvinding. Logischerwijs is dan ook dat samenwerking over de beroepsgroepen heen voor de hand ligt en bepaalde vraagstukken, zoals bijvoorbeeld deontologie, eerder vragen voor een eenmaking dan voor een samenwerking.

Voorwaarde tot samenwerking over de beroepsgroepen heen is vertrouwen, of alleszins het loslaten van het smeulend wantrouwen. Door zij aan zij te strijden voor een correcte juridische dienstverlening kan het vertrouwen in het eigen metier in het bijzonder en in justitie in zijn algemeenheid enkel worden verbeterd.

Maatschappelijke taak van de gerechtsdeurwaarder

Al te veel wordt voorbij gegaan aan de maatschappelijke taak, de maatschappelijke relevantie van de gerechtsdeurwaarder. Een belangrijk takenpakket van de huidige gerechtsdeurwaarder bestaat uit het invorderen van belastingen in de meest ruime zin van het woord, het innen van boetes enz.

In deze hoedanigheid geeft de gerechtsdeurwaarder uitvoering aan politieke keuzes. Bij het invorderen van belastingen gaat het in casu over het herverdelen van rijkdom, wat de initiële bedoeling is van de wetgever door het opleggen van deze belastingen. Door concrete inning wordt invulling gegeven aan de wensen van de wetgever, gebrekkige inning zou aanleiding geven tot een structurele en niet gewenste ongelijkheid.

Een vergelijking dringt zich op. Bij de publieke opinie is er grote eensgezindheid over het uitvoeren van gevangenisstraffen. Straffen moeten worden uitgevoerd, gevangenissen worden bijgebouwd en desnoods gehuurd om het mogelijk gevoel van straffeloosheid uit te roeien. De perceptie moet worden gecreëerd dat opgelegde gevangenisstraffen uitgesproken door de rechter dienen te worden uitgevoerd. Moeilijker ligt het blijkbaar als dezelfde rechter een boete oplegt die dient te worden geïnd. De faciliteiten die de gerechtsdeurwaarder verkrijgt blijken beperkt, toegang tot databanken is streng en af en toe onlogisch gereguleerd, de lijst van in beslagneembare goederen staat onder druk.

Samenwerken met de overheid

De signalen vanuit de politieke wereld zijn tweeslachtig en moeilijk in overeenstemming te brengen met de maatschappelijke taak die de gerechtsdeurwaarder dient uit te voeren. Bij het corps van gerechtsdeurwaarders leeft het gevoel dat de overheid weinig tot geen steun geeft voor de uitoefening van de elementaire taken van de gerechtsdeurwaarder. Dit gevoel wordt nog gevoed door regelrechte en eenvoudig te weerleggen aanvallen vanuit de overheid omtrent kostenstructuur. Een kostenstructuur die inderdaad gevoelig verhoogd is door maatregelen van diezelfde overheid. Op deze wijze wordt een duale en tegengestelde politiek gevoed waarbij de overheid gebaat is bij een terdege en krachtdadige uitvoering van een door haar uitgestippeld beleid  maar tegelijkertijd de monopoliehoudende uitvoerder zijn werk onvoldoende faciliteert. Vandaar de roep tot samenwerking met de overheid, de vraag om in alle openheid te streven naar een gedreven en onderbouwde kruisparticipatie in het belang van alle spelers bij de inning.

In het verleden werd reeds gesteld dat de gerechtsdeurwaarder het pad van de onpartijdigheid dient te verlaten ten voordele van het idee van de tweezijdige partijdigheid, van de gerechtsdeurwaarder die optreedt in het belang van schuldeiser en schuldenaar. Ik ben ervan overtuigd dat de tweezijdigheid inmiddels is geëvolueerd naar de nood van een driezijdige partijdigheid, dat de gerechtsdeurwaarder als openbaar en ministerieel ambtenaar niet enkel moet optreden in belang van schuldeiser en schuldenaar maar ook in het belang van de maatschappij als geheel.

Vanzelfsprekend dient dezelfde redenering te worden doorgetrokken naar de private invordering. Indien de private schuldeiser na het doorlopen van een juridische procedure wordt geconfronteerd met een onmogelijke gedwongen uitvoering van de bekomen beslissing lijdt dit zonder meer tot frustratie, geuit in een stijgend ongeloof in justitie in zijn geheel.

Ook hierin dient de overheid haar rol te spelen om haar eigen geloofwaardigheid te behouden door de versterking van het ambt dat bevoegd en verantwoordelijk is voor de uitvoering van gerechtelijke uitspraken. Door een versterking en uitbreiding van mogelijkheden kan immers de mogelijke frustratie ten dele worden bestreden door in beginsel een procedure te vermijden en in haar finaliteit een procedure succesvol af te ronden. Ook hier is een uitgestoken hand op zijn plaats.

Wederzijds vertrouwen

Alleszins zal een intense samenwerking met de wetgever dienen te worden gevoed door wederzijds vertrouwen. Een grote verantwoordelijkheid ligt hier bij het eigen corps dat als monopolist met uitgebreide bevoegdheden een onkreukbare speler moet zijn, zonder ook maar de minste toegeving of nuance. Als monopolist beladen met een onevenaarbare verantwoordelijkheid binnen de juridische uitvoering, is elke vorm van twijfel omtrent de loyale uitvoering van de toegewezen taken inacceptabel.

In de lijn van het NIMBY-syndroom moeten we als gerechtsdeurwaarder af van het NAMV-syndroom, het Niet-Aan-Mijn-Voordeur-syndroom. De kap van boeman moet af.

Kris Slabbaert – Gerechtsdeurwaarder

***

Als gerechtsdeurwaarder de opleiding “De gerechtsdeurwaarder als openbaar ambtenaar en als ondernemer: strategische uitdagingen” bijwonen? Schrijf u hier in!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.