Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Dinsdag vroeg de Orde van Vlaamse Balies via LinkedIn wanneer ik voor het laatst gelachen had. Het kaderde in een promotiecampagne om de vertrouwensadvocaten onder de aandacht te brengen, die ter hulp moeten snellen van zodra advocaten niet meer kunnen lachen.

Enkele uren voordien had de OVB via hetzelfde kanaal gemeld dat advocaten steeds vaker als verdachte worden beschouwd in strafzaken, wat niet echt tot lachen aanzet. De OVB-bestuurder o.m. bevoegd voor strafrecht liet in De Tijd (“Advocaten almaar vaker als verdachte beschouwd” – 16 augustus) optekenen dat hij zich zorgen maakt over de tendens om advocaten af te luisteren, waarna dit onrechtmatig verkregen bewijs toch wordt gebruikt als gevolg van de Antigoonleer.

Er werd in het artikel ook verwezen naar het incident van enige tijd geleden in een politiekantoor, waarbij de politie een vertrouwelijk gesprek tussen een advocaat en zijn cliënt had afgeluisterd. In het daarvoor bestemde lokaal hingen camera’s, die toen nog op permanente wijze filmden en geluid registreerden. Het incident leidde tot een omzendbrief van het College van Procureurs-Generaal waarin het principe werd herhaald dat het gesprek tussen de advocaat en de cliënt absoluut vertrouwelijk is. “De relatie tussen de cliënt en advocaat is bijna heilig” zo voegde de OVB-bestuurder er in de krant aan toe.

Het is allicht voer voor specialisten kerkelijk recht om het juiste statuut te doorgronden van een “bijna heilige relatie”, maar allicht werd hier bedoeld dat het beroepsgeheim van essentieel belang is voor de advocatuur. Het staat nergens vermeld in een wettekst. Artikel 458 Strafwetboek heeft het uitdrukkelijk over “geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen” en maar zijdelings ook over “alle personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd”. Het beroepsgeheim van de advocaat wordt nochtans door alle hoogste rechtscolleges als een fundamenteel beginsel beschouwd en is er in de eerste plaats voor de cliënt.

Bij de dokter moet je je soms letterlijk uitkleden en de patiënt moet erop kunnen rekenen dat wat de arts dan ziet en vaststelt een geheim blijft. Alleen op die manier kan de patiënt zich in volle vertrouwen bloot geven. Dat is bij een advocaat niet anders. De cliënt moet alles kunnen vertellen, ook de schaduwkanten en de misstappen, zodat de advocaat dan in alle onafhankelijkheid met de cliënt kan overlopen hoe hierop – vertrekkend vanuit de rechtsregel – het best wordt gereageerd. De advocaat ontmoet dan vaak de cliënt op het meest kwetsbare moment. Het maakt daarbij niet uit of het over strafbare feiten gaat, want ook in commerciële discussies of in samenlevingsgeschillen overheerst soms de emotie en is de advocaat er om orde te scheppen in de chaos van feiten, angsten en tunneldenken. In totalitaire regimes kan een advocaat vaak geen vertrouwelijk overleg hebben met de cliënt en vinden die gesprekken plaats in aanwezigheid van vertegenwoordigers van het regime of worden die gespreken afgeluisterd. Een samenleving die er prat op gaat de rechtsstaat hoog in het vaandel te dragen kan niet verdragen dat aan het beroepsgeheim wordt getornd.

Dat principe is heilig, maar dan moet de advocaat zich ook als een heilige gedragen, of toch minstens als een normaal zorgvuldig advocaat. Een advocaat mag natuurlijk zelf geen misdrijven plegen of vergemakkelijken. Soms is de scheidingslijn tussen advies geven en actief helpen niet altijd duidelijk. En vanaf wanneer hebben speurders voldoende aanwijzingen om te zeggen dat de advocaat zijn boekje te buiten gaat en het beroepsgeheim kan sneuvelen?

Het beroepsgeheim is er ook om de samenleving te beschermen, omdat daardoor ook het recht van verdediging voluit kan spelen. Uiteindelijk helpt het ook de advocaat zelf, wanneer getracht wordt hem onder druk te zetten om dingen te vertellen die de cliënt hem in alle vertrouwen heeft toegezegd.

Het is soms een complex debat. Zo herinnerde het Hof van Cassatie er in 2018 aan dat het beroepsgeheim niet verhindert dat de cliënt met het oog op zijn verdediging de briefwisseling bijbrengt die hij met zijn advocaat heeft gevoerd. In 2015 oordeelde datzelfde Hof dat het voor een cliënt niet verboden is een gesprek in het advocatenkantoor in het bijzijn van een derde op te nemen en die opname te gebruiken wanneer dit noodzakelijk is voor zijn verdediging in een strafzaak tegen onder meer die advocaat. In 2010 zei hetzelfde Hof dan weer dat het beroepsgeheim niet belet dat stukken in beslag worden genomen en gebruikt worden door een onderzoeksrechter wanneer die betrekking hebben op “verdachte activiteiten van een advocaat”.

Het beroepsgeheim is heilig, maar met mate en dus “bijna”. En het is niet altijd zaligmakend.

Hugo LAMON

***

Onze columnist meester Hugo Lamon schreef ter gelegenheid van het eerste Jubel Zomermagazine een extra column. Download de Zomermagazine-pdf hier.

Lees hier eerdere columns van Hugo Lamon

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

2 reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Misschien toch eens een andere – wat meer vriendelijke – foto boven de column zetten Hugo
    vroeger was uw brilletje niet zo streng en had je nog een monkel lachje. Hou voor het overige zeker vol !

  • Terechte nuances t.a.v. het vermeende “bijna heilige” karakter van het beroepsgeheim. Ik heb me recent geërgerd aan het feit dat sommigen dit een draagwijdte schijnen te willen geven die het volgens mij niet heeft.

    Het beroepsgeheim van de advocaat is er m.i. in de allereerste plaats op gericht de cliënt te beschermen, zodat hij in alle vrijheid en ongeremd kan spreken met zijn advocaat, en deze laatste de cliënt daardoor optimaal kan adviseren en bijstaan.

    Maar het dient zeker niet om de advocaat te beschermen tegen de vaststelling van evt. misdrijven die hij zelf zou begaan n.a.v. het adviseren van zijn cliënt.

    En evenmin dient het om de advocaat te beschermen tegen zijn eigen cliënt wanneer die gebruik wil maken van wat is gezegd in een dispuut met de advocaat.

    Wanneer de advocatuur de indruk zou geven dat het beroepsgeheim een meer algemene draagwijdte heeft en in bovenstaande situaties de advocaat moet beschermen, riskeert men de legitimiteit ervan te ondergraven.

    Uiteraard betekent het voorgaande geen vrijgeleide om gesprekken tussen advocaat en cliënt af te luisteren, behoudens in zeer bijzondere omstandigheden en omringd met de nodige waarborgen.