In Frankrijk ging het proces van start rond de aanslagen in Parijs van 13 november 2015, waarbij 130 slachtoffers het leven lieten. Vooral in de concertzaal Bataclan werd een bloedbad aangericht. Salah Abdeslam moet er zich verantwoorden, samen met 19 anderen (die allemaal banden met België blijken te hebben). Het proces zal maanden duren en startte alvast onder grote mediabelangstelling.

Het was voor de Antwerpse advocaat Walter Damen aanleiding tot een opmerkelijk en interessant opiniestuk in De Standaard (“Eichmann en Abdeslam: publiek proces onwaardig”, DS 13/9). Hij hekelt het feit dat de verdachte van het proces gebruik kan maken om een “publieke show” op te voeren die niet zou bijdragen tot de waarheidsvinding. Hij pleit dan ook voor een proces achter gesloten deuren in dergelijke terreurprocessen. “Ik vrees dat anders nog extra kwaad wordt veroorzaakt, in casu het verderf van gemakkelijk gecreëerde internetpropaganda en onterechte extra pijn voor de slachtoffers”. Hij vergelijkt Abdeslam met Eichmann, die volgens de auteur ook een nutteloos proces kreeg.

Prof. Daems reageerde de dag nadien in dezelfde krant (“Geen bijzondere behandeling voor Abdeslam”, DS 14/9). Hij is het niet eens met de vraag naar een bijzondere, afwijkende behandeling voor terroristen. “Een strafproces gaat niet alleen over diegenen die op de beklaagdenbank zitten: het gaat ons allen aan (…) De wijze waarop we omgaan met het strafvraagstuk raakt onze identiteit”. De strakke scenario’s en rituelen die kenmerkend zijn voor ons strafprocesrecht moeten volgens hem niet in vraag worden gesteld.

Het is goed dat er over dergelijke vraagstukken publiek debat wordt gevoerd. Openbaarheid van de rechtspraak is een belangrijk goed. Als we als samenleving niet kunnen zien en controleren wat de rechter doet, dat kan het snel bergafwaarts gaan. Bovendien is het niet slecht eraan te herinneren dat rechters, anders dan politici, niet “ter democratische verantwoording” kunnen geroepen worden. De openbaarheid is dan een soort compensatie voor dat gebrek aan democratische controle.

Afwijken van de regels op grond van verwerpelijke gedachten en acties van de verdachten kan trouwens ook perverse gevolgen hebben. In een nog altijd lezenswaardig boek uit 2010 (’Leve de rechtsstaat’) reflecteert Prof. Béatrice de Graaf over terrorisme en de rechtsstaat en stelt: “In tijden van gevaar of crisis wordt de rechtsstaat soms eerder als hinderpaal dan als hulpmiddel beschouwd en wordt het recht soms aangepast aan veranderende veiligheidseisen. Hoe logisch dat ook mag zijn, het is daarbij belangrijk om te bedenken dat terroristen vaak uit zijn op een verharding van het klimaat, aanscherping van de regels en ondermijning van de rechtsstaat. De effectiviteit van terrorismebestrijding wordt mede bepaald door onze reactie op terrorisme, onze omgang met de rechtsstaat en onze bijdrage aan het ‘sociale drama’ en het ‘theater van de angst’ dat terroristen proberen te genereren”. We mogen dus niet in de val trappen om terroristen anders te willen behandelen, omdat we ze daarmee precies versterken.

Toen de huidige minister van justitie in Frankrijk (Eric Dupond-Moretti) in 2018 nog gewoon “bekende mediagenieke strafpleiter” was, schreef hij ‘Le dictionnaire de ma vie’. Daarin waarschuwde hij voor wat hij de “bataclanisation des esprits” noemde. De aanslagen van 2015 dreigden volgens hem in Frankrijk te zorgen voor een minder tolerante samenleving, die ertoe leidt “de réprimer plus, cogner plus, tolérer moins. Sa prescription: une réduction des libertés que nous devons pourtant de défendre en tant que citoyens”. Wie vreest dat het internet een megafoon is voor de verwerpelijke gedachten van terroristen, moet ook beseffen dat terrorisme ook kan leiden tot radicale tegenreacties van bedreigde burgers.

In zijn stuk vergelijkt confrater Damen het proces rond Abdeslam met dat van Eichmann, dat hij nutteloos vond (de maximumstraf stond vooraf immers al vast). Over dat proces van Adolf Eichman heeft Hannah Arendt achteraf schitterende en beklijvende filosofische analyses gemaakt (zoals o.m. over de banaliteit van het kwaad) die ook nu nog lezenswaardig zijn en die dat proces in een breed perspectief plaatsen. Zij benadrukte toen nog wel dat de centrale functie van het strafproces erin bestaat de strafwaardigheid van de verdachte vast te stellen en een strafproces niet mag gebruikt worden om het lijden van de slachtoffers te doen erkennen of voor het opvoeden van de jeugd. De opvattingen zijn op dat vlak maatschappelijk geëvolueerd en er zal nu terecht veel aandacht gaan naar de slachtoffers. Ook die zijn gebaat met een publieke zitting, zodat ook hun bijdrage in de rechtszaak onderdeel wordt van de maatschappelijk reflectie.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.