Philip Daeninck

Philip Daeninck is sinds 2000 advocaat aan de balie van Limburg. Hij was tevens onderzoeker aan het NICC en wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven, alwaar hij thans ook praktijklector is. Daarnaast is hij sinds 2016 lid van de Commissie Strafrecht van de OVB en publiceert hij geregeld over diverse onderwerpen aangaande het straf(proces)recht.

De taak van het strafrecht bestaat erin om op een beschaafde manier te reageren op gepleegde criminaliteit.

Meester Philip Daeninck heeft deze opiniebijdrage geschreven in nasleep van de schietpartij in Merksem (Antwerpen) waarbij begin deze week een jong meisje (11) het leven liet. “De war on drugs faalt ronduit, tijd om dat te erkennen”, luidt het.

Het gewelddadig overlijden van een onschuldig 11-jarig slachtoffer maakt logischerwijze hevige emoties los. Het spreekt voor zich dat dit nooit had mogen gebeuren. Niettemin is het essentieel om niet louter emotioneel te reageren, maar om het hoofd koel te houden. Oproepen om the war on drugs verder op te voeren is begrijpelijk, maar komt over als een paniekreflex die voortkomt uit machteloosheid. Deze dramatische feiten kunnen echter wel een katalysator vormen om radicaal anders te durven denken. Want één zaak is zeker: the war on drugs is al lang verloren. Laat ons hopen dat de aanpak van de drugsproblematiek er wel bij vaart!

The war on drugs werkt niet

Voorbije zomer verkondigde Antwerps schepen Tom Meeuws (Vooruit) dat het algemeen geweten zou zijn dat the war on drugs niet werkt. Deze uitspraak wekte verbazing. Niet het feit dat the war on drugs niet zou werken, maar wel het feit dat dit algemeen geweten zou zijn. Niets deed immers vermoeden dat deze strategie zou worden verlaten. Ook nu weer weerklinkt de roep om meer war on drugs luider dan ooit.

De resultaten van the war on drugs ogen echter uitermate pover. Het feit dat er alleen al in de haven van Antwerpen bijna 110 ton cocaïne werd onderschept in 2022, toont aan dat het reeds jarenlang gevoerde beleid absoluut geen afschrikwekkend effect heeft gehad. Ondanks het strenge optreden en de torenhoge gevangenisstraffen stroomde de cocaïne rijkelijk de Antwerpse haven binnen. The war on drugs heeft ook geen enkel relevant effect op het terrein gehad: er zijn niet minder verdovende middelen in omloop, het aantal personen dat zich inlaat met verdovende middelen is niet gedaald en er zijn niet minder personen slachtoffer van een drugsverslaving. De aanhoudende golf van geweld toont in tegendeel aan dat the war on drugs ronduit faalt. De tijd is daar om dit te erkennen.

Lokale oorlog is niet effectief tegen georganiseerde criminaliteit

De eerlijkheid gebiedt ook om te zeggen dat een open oorlog voeren tegen georganiseerde criminaliteit gewoon onbegonnen werk is. De middelen en mogelijkheden waarover de georganiseerde criminaliteit beschikt, overtreffen deze van de overheid vele malen. De flexibiliteit waarmee georganiseerde criminaliteit kan opereren overstijgt die van eender welke overheid evenzeer. Het internationaal karakter van de drugshandel hypothekeert de mogelijkheid om op nationaal vlak succesvol ten strijde te trekken volledig. Onze overheid mag nog zo goed haar best doen, haar inspanningen zullen altijd te kort schieten of te laat komen. Het is dan ook logisch dat het gevoel van volstrekte machteloosheid overheerst.

De oproep om thans ook het leger in te zetten in the war on drugs, klinkt bijna aandoenlijk naïef: het is oorlog, dus het leger moet ingeschakeld worden. Blind van emotie halsstarrig de ingeslagen weg blijven volgen zonder overzicht te behouden. Het is hoog tijd om vanuit helikopterperspectief de problematiek te herbekijken.

Drugsproblematiek als gezondheidsprobleem

Voorgaande betekent uiteraard niet dat een nationale overheid niets kan of moet doen. Gepleegde criminaliteit moet worden bestreden, maar zonder overdreven repressie. Personeelstekorten bij de politiediensten moeten worden aangevuld en regelgeving moet adequater worden gemaakt. Maar de globale aanpak van de drugsproblematiek moet dringend herbekeken worden. En voor deze oplossingen zal men niet uitsluitend bij politie en parket te rade moeten gaan. Er zal integendeel moeten worden samengezeten met alle mogelijke betrokkenen: academici, criminologen, geneesheren, psychologen, verslavingsdeskundigen, hulpverlening, advocatuur, etc.

Is het maatschappelijk doel immers niet het voorkomen dat mensen slachtoffer worden van een drugsverslaving met alle gevolgen van dien?

Een verfrissende aanpak zou erin kunnen bestaan om de drugsproblematiek eerder als een probleem voor de volksgezondheid te gaan beschouwen, dan als een criminaliteitsprobleem. Is het maatschappelijk doel immers niet het voorkomen dat mensen slachtoffer worden van een drugsverslaving met alle gevolgen van dien? Is de criminaliteit die in het kielzog van drugshandel ontstaat, niet louter het gevolg van het feit dat deze handel illegaal is? Vanuit deze optiek is the war on drugs dan ook niet meer dan een – onbegonnen – strijd tegen een fenomeen dat het gevolg is van een ander probleem. The war on drugs laat immers het oorspronkelijke probleem – het druggebruik – volledig ongemoeid, hetgeen leidt tot het huidige dweilen onder een openstaande kraan…

Invloed uitoefenen op de vraagzijde vergt ook ruimere initiatieven zoals preventie, sensibilisering en behandeling. Het succes van de BOB-campagnes toont aan dat het kan

In die zin is de oproep om de focus te verleggen van de aanbodzijde – die buiten het bereik van onze nationale overheid ligt – naar de vraagzijde zeker zinvol. Het voorkomen van drugsverslaving wordt dan het hoofddoel in plaats van de criminaliteit te bestrijden die in het kielzog van de verkoop van drugs ontstaat. Er werden reeds suggesties gedaan om de druggebruiker zelf in het vizier te nemen. Positief hieraan is dat de focus terecht verschuift van de aanbodzijde naar de vraagzijde. Het zijn inderdaad de (verslaafde) druggebruikers die de cocaïnehandel in stand houden. Maar men mag echter niet opnieuw dezelfde fout maken door uitsluitend naar het strafrecht en naar repressie te grijpen. Een verslavingsproblematiek wordt niet opgelost door minnelijke schikkingen, noch door het strafrecht alleen. Invloed uitoefenen op de vraagzijde vergt ook ruimere initiatieven zoals preventie, sensibilisering en behandeling. Het succes van de BOB-campagnes toont aan dat het kan. Een multidisciplinaire aanpak dringt zich alleszins op, waarbij repressie slechts één van de componenten kan zijn van een globale aanpak.

Door de drugsproblematiek als een gezondheidsprobleem te gaan beschouwen, kunnen termen als oorlog en strijd dan ook begraven worden, om plaats te ruimen voor termen als oplossing, genezing, behandeling en preventie. Het spreekt voor zich dat dit een werk van lange adem zal zijn, maar het is onmiskenbaar een veel rationelere weg dan de emo-trip van the war on drugs. Hoe voer je immers oorlog tegen een verslaving? Tegen wie wordt die oorlog dan gevoerd? Tegen de gebruiker zelf? Zij die ooit persoonlijk of in hun omgeving in contact zijn gekomen met drugsverslaving zullen de onzinnigheid van deze oorlogsretoriek onmiddellijk bevestigen.

Het spreekt voor zich dat dit discours politiek minder hapklaar verkoopt dan de mediagenieke war on drugs, maar de belangen zijn te groot om te kiezen voor slogans

Het spreekt voor zich dat dit discours politiek minder hapklaar verkoopt dan de mediagenieke war on drugs, maar de belangen zijn te groot om te kiezen voor slogans. Het dramatisch overlijden van een onschuldig 11-jarig slachtoffer kan in die zin een wake-upcall zijn om de ratio eindelijk terug de overhand te laten nemen boven het emotioneel sloganeske.

Philip Daeninck (Delbrouck & Daeninck)

Lees ook deze eerdere bijdrage van mr. Daeninck over dezelfde materie:
Sky ECC doet Justitie uit sprookje ontwaken


Uw opinie op Jubel? Mail de redactie

Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?
Volg Jubel.be op LinkedIn

Philip Daeninck

Philip Daeninck is sinds 2000 advocaat aan de balie van Limburg. Hij was tevens onderzoeker aan het NICC en wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven, alwaar hij thans ook praktijklector is. Daarnaast is hij sinds 2016 lid van de Commissie Strafrecht van de OVB en publiceert hij geregeld over diverse onderwerpen aangaande het straf(proces)recht.

De taak van het strafrecht bestaat erin om op een beschaafde manier te reageren op gepleegde criminaliteit.

Bekijk alle artikelen

2 reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Geachte Confrater,

    Objection! 😉

    1) De twee kunnen toch perfect gecombineerd worden: én de vraag verminderen door preventie, repressie en begeleiding én het aanbod verminderen door het opdrijven van de war on drugsmaffia?

    2) Het feit dat justitie op vandaag te weinig middelen heeft voor die strijd, is correct, maar het gevolg van – verkeerde – politieke keuzes. Reeds in mijn boekje ‘Justice in time’ (Maklu) pleitte ik ervoor dat de opbrengst van de strijd moet toekomen aan justitie. Blij dat de Procureur-Generaal te Brussel Delmulle dit nu ook publiek stelt. Steunt u dit?

    3) Naast verminderen vraag en aanbod, dient er ook voor te worden gezorgd dat de onderwereld blijft waar ze thuis hoort, vanonder en dus niet doordringt in de bovenwereld. Dit is “boekhouderswerk” maar wel zeer effectief #AlCapone

    4) Begeleiding is ten andere – net zoals de war on drugs – géén wonderformule. Slaagpercentages – helaas – laag. Trouwens ook begeleiding kost handen vol geld. Wie betaalt? Diegene die deze kost heeft veroorzaakt, lijkt me een logisch principe #drugmaffia

    5) Meest controversieel is uw – impliciete – stelling als zou de handel legaal moeten worden gemaakt. Dit betwist ik met klem.

    Vooreerst draagt u als eiser tot “radicaal andere aanpak” de bewijslast. Ik stel vast dat u geen concrete data aandraagt die staven dat de door u voorgestelde aanpak zou werken (wat uiteraard ook aan de beknopte format kan liggen). Dit is evenwel kenmerkend voor de voorstanders. Het volstaat niet te beweren dat de huidige aanpak niet zou werken. Los van de vraag of dat factueel correct is, is het hoe dan ook geen bewijs dat uw voorgestelde aanpak wel zou werken.

    Bovendien – dit is een persoonlijk stokpaardje, sorry daarvoor – lijkt mij dit een idee voor in een ander land. Mochten we bij justitie nu al eens beginnen om alle bestaande taken correct uit te voeren en op een min of meer convenabel niveau komen (gevangenissen voldoen zelfs niet aan de absolute minimumnormen, Hof van Beroep Brussel, terrorismeproces,..). Dus de basis kunnen we niet en dus gaan we maar een enorme herculestaak erbij nemen door experimenteel harddrug te gaan reguleren, controleren,… En waarom zou die – uit de aard aartsmoelijke taak – correct worden uitgevoerd terwijl een uit de aard zeer eenvoudige taak als het terrorismeproces niet correct wordt uitgevoerd? En hebben wij in ons land nood aan nog méér agentschappen, adviesraden, controleorganen en administratieve ambtenaren?

    Tot slot, zelfs in een ander land is dit une fausse bonne idée. Indien men dit legaal zou maken, zij er maar twee mogelijkheden: ofwel heft de staat er belastingen op ofwel niet. Indien wel dan gaat de maffia het gewoon ondergronds verkopen want veel grotere marge en zelfde situatie als vandaag. Indien niet, stimuleert dit uiteraard het gebruik én zijn er geen inkomsten om de schadelijke gevolgen te betalen. Situatie nog erger dan vandaag.

    Het is dus kiezen dus pest en dubbele pest.

    Enfin, ook maar een mening uiteraard. Maar wel redelijk van overtuigd.

  • Ik las de column van confrater Daeninck met veel belangstelling en ook de reactie van confrater Deryckere.
    ik sluit mij aan bij diegenen die willen ingrijpen op de vraag naar cocaïne maar dat vergt politieke moed want dan zal men ongetwijfeld terechtkomen in de ‘hogere kringen’ en dan zijn de gevolgen in de beginne niet te overzien.
    Om de aanbodzijde te bestrijden moet men de Haven van Antwerpen afsluiten zoals men gedaan heeft in Le Havre, Hamburg en deels ook in Rotterdam maar ook dat vergt politieke moed en die is er duidelijk niet.
    De internationaal georganiseerde drugsmaffia staat economisch zo sterk dat het een massale inzet van mensen en middelen zal vragen om daaraan paal en perk te stellen.
    Zolang Dubai een ‘safe haven’ blijft zal het probleem alleen maar groter worden want het zwart geld dat daar in omloop is kan men de armoede in Afrika op enkele maanden oplossen.
    De steekvlampolitiek en forse uitspraken van onze vroede vaderen zijn er enkel om de publieke opinie te sussen maar brengen voor de rest niets bij.