Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

De veroordeling van Opperdriftkikker Jeff Hoeyberghs zorgde in Vlaanderen voor een debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Dat sloeg al snel over op de vraag of rechters niet te veel vrijheid krijgen in hun interpretatie van grondrechten.

Iedereen lijkt het er wel over eens dat de excentrieke plastisch chirurg laakbare uitspraken over vrouwen deed, al was er veel minder consensus over de vraag of wat hij debiteerde ook strafbaar dient te zijn met een gevangenisstraf en met het verlies van politieke rechten.

Bart De Wever nam geen blad voor de mond. “Edmund Burke argumenteert dat de ergste tirannie die van slechte wetten zou zijn. Welnu, wij hebben slechte wetten. En wij hebben rechters die het onder onze neus wrijven door die slechte wetten voluntaristisch toe te passen. Onder onze ogen wordt van de fundamentele principes van de rechtsstaat een lachertje gemaakt” (Bart De Wever, “De tirannie van slechte wetten”, De Standaard, 10 januari). In een “voluntaristische” bui zou je kunnen stellen dat de vroeger als “wereldvreemd” omschreven rechters erop vooruitgaan als ze voluntaristen worden. Maar het is kort door de bocht te stellen dat ze van de rechtsstaat een lachertje maken. Rechters passen wetten toe en tot nader orde zijn het de politici die ze maken en eventueel weer afschaffen.

Wanneer de socioloog Mark Elchardus schrijft dat hij betwijfelt of het bij wet opgericht Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen heeft bijgedragen tot meer gelijkheid, ze met haar acties nieuwe vormen van inquisitie in het leven roept en dat instituut dus beter wordt afgeschaft, gaat dat in de eerste plaats over de kwaliteit van de wet (Mark Elchardus, “Red de democratische rechtsstaat van de tirannie van de gevoeligheden”, De Morgen, 7 januari). De wetgever heeft dan ook de sleutel in handen om daaraan te remediëren indien die dat wenst. Wanneer een rechter een bestaande wet toepast, vervult hij alleen maar zijn rol.

De kritiek van Bart De Wever gaat dieper. Hij heeft moeite met de evolutie van wat hijzelf de “fundamentele principes van de rechtsstaat” noemt. Dat zijn geen statische gegevens die sinds de negentiende eeuw onveranderd zouden gebleven zijn. Terecht wees de voorzitter van die andere partij Egbert Lachaert daarop in zijn reactie (“Vrijheid is zoveel meer dan altijd je eigen zin doen”, De Standaard, 11 januari), door het onderscheid in herinnering te brengen tussen negatieve en positieve vrijheid in de rechten die burgers kunnen laten gelden en wat zich ook vertaalt in grondrechten.

Negatieve en positieve vrijheid zijn twee begrippen die de Britse filosoof van Letse afkomst Isaiah Berlin gebruikte in zijn Two Concepts of Liberty (1958). Negatieve vrijheid is de afwezigheid van externe dwang of inmenging, zodat de mens kan doen en laten wat hij wil (het recht om met rust te worden gelaten). Positieve vrijheid is de aanwezigheid van een concrete mogelijkheid om te doen wat je wil en moet doen. In haar boek De verovering van de vrijheid (2011) vatte de filosofe Alicja Gescinska dat onderscheid mooi samen met een verwijzing naar haar eigen leven. In 1988, op zevenjarige leeftijd woonde ze nog in het toenmalig communistische Polen waar ze samen met haar ouders en twee zusters opgroeide in een kleine flat van vier op vier meter. De familie hunkerde naar het Westen en slaagde erin om naar België te reizen, waar ze net als andere asielzoekers terechtkwamen in het Klein Kasteeltje. Ze merkte dat de zo geprezen vrijheid in het Westen niet evident was. Wat had je aan speelgoedwinkels als je het geld niet hebt om een pop te kopen? “Vrijheid draait altijd om wat een mens kan” schrijft ze. Het is de evolutie van onze democratische rechtsstaat in het Westen om hiervoor aandacht te hebben, door die positieve rechten steeds meer aandacht te geven. Indien politici die evolutie willen bekampen, kunnen ze ervoor ijveren dat België uit internationale organisaties stapt, mensenrechtenverdragen opzegt, zich afsluit van het internationaal recht of medestanders zoekt om de verdragen te herschrijven.

De oplossing ligt alvast niet bij de gedachte van Mark Elchardus, die een groep van hoge magistraten wil samenbrengen om zich te buigen over hoe “meer terughoudendheid, redelijkheid en onpartijdigheid in de rechtsbedeling kan worden verwezenlijkt”. Het is niet aan rechters om wetten naast zich neer te leggen en nog minder om hun collega’s te verhinderen hun rol als rechter te blijven spelen.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

2 reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Te vaak gaat het in die discussies over “rechters”, in het meervoud.
    Bedoeld wordt, bijna altijd, “rechter”, in het enkelvoud.
    De kwaal van de eenmansrechtbank.

    Gust Verwerft