Banner Zomermagazine

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

De standpunten en opinies vertolkt in de artikels die onder de Jubel-postbus verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Dat iedere burger in dit land het recht heeft tot toegang tot de rechter is een basisprincipe. Het staat in de grondwet, het maakt onlosmakelijk deel uit van het door het Europees Verdrag Rechten van de Mens gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Het recht op een onpartijdig gerecht is ook opgenomen in het Handvest van grondrechten van de Europese Unie. Het verdrag van Aarhus heeft specifiek voor milieuzaken, de informatie van de burger en zijn inspraak bij het besluitvormingsproces vastgesteld. Hoewel deze voorschriften en verplichtingen duidelijk zijn is het in de praktijk helemaal niet vanzelfsprekend voor de burger om zijn erkende rechten te kunnen uitoefenen. Steeds meer worden er hindernissen gelegd om die uitoefening te ontwijken of te bemoeilijken.

Dat het openbaar ministerie het monopolie heeft op de uitoefening van de strafvordering betekent enkel dat de burger geen vordering heeft met betrekking tot de strafrechtelijke gevolgen als de veroordeling tot een straf. De burger heeft evenwel verschillende mogelijkheden om de strafvordering op gang te brengen. Hij kan aangifte doen, zich burgerlijke partij stellen, en zelfs rechtstreeks dagvaarden. Dat de burger deze mogelijkheden heeft om een misdrijf door een rechter te doen beoordelen werd door toenmalig justitieminister Koen Geens, unisono met het college van procureurs-generaal, als voorbijgestreefd beschouwd: zij wilden het afschaffen zodat enkel nog het openbaar ministerie zich tot de strafrechter zou kunnen wenden.

Dat het openbaar ministerie dit absoluut monopolie niet heeft verkregen is erg begrijpelijk. Het is historisch in tegenspraak met de keuze van onze strafprocedure die elementen haalde uit zowel de accusatoire als uit de inquisitoire procesvorm. Het is ook tegengesteld aan de huidige evolutie die zoals duidelijk is aangegeven in het verdrag van Aarhus de burger het recht geeft om zelf op te treden wanneer de vertegenwoordiger van de gemeenschap het niet doet. Het is eveneens niet in overeenstemming met het nu algemeen gehuldigd principe van het eerlijk proces dat een behandeling voor de rechter, een openbaar en tegensprekelijk debat met gelijke wapens en een openbare en gemotiveerde uitspraak, oplegt. De eenzijdige en buiten het openbaar debat genomen beslissing van een parketmagistraat om niet te vervolgen voldoet immers niet aan voorgaande waarborgen, reden waarom dergelijk sepot enkel tijdelijk en aanvechtbaar is. Hoewel ook de afkoopwet, die toelaat de schuldvraag te ontwijken en de wijze van sanctionering te herleiden tot de enkele betaling van een geldsom, nu een “daadwerkelijk” toezicht door de strafrechter oplegt blijft de beste garantie voor het behoorlijk proces, de openbare behandeling, door de behandeling met gesloten deuren, er in afwezig.

In de feitelijkheid is de burger daarom zo goed als verplicht zich daarin te laten bijstaan door een raadsman

Dat de burger zijn toegang tot de strafrechter heeft behouden betekent echter niet dat hij over gelijkwaardige wapens beschikt als de openbare vervolgingsambtenaar. Een burgerlijkepartijstelling en zeker een rechtstreekse dagvaarding veronderstellen de noodzakelijke kennis en ervaring om er gebruik te kunnen van maken. In de feitelijkheid is de burger daarom zo goed als verplicht zich daarin te laten bijstaan door een raadsman. Ook het geldelijk element is daarbij niet onbelangrijk.

Kazachgate

In de achtergrond van deze problematiek spelen ook zuiver politieke elementen. Die kwamen in meerdere parlementaire onderzoeken duidelijk naar voor. In de Kazachgate, het onderzoek naar de wordingsgeschiedenis van de afkoopwet, werden ernstige “disfuncties” vastgesteld. Zowel leden van de wetgevende als van de rechterlijke macht lieten zich verkeerdelijk leiden door het strafrechtelijk beleid zoals het nu alleen en persoonlijk door één minister wordt bepaald. In het onderzoek naar de milieuverontreiniging van het Oosterweeltracé werd vastgesteld hoe politiek verantwoordelijken zich achter het scherm van het beweerde verzelfstandigde overheidsbedrijf konden verschuilen om aan hun verantwoordelijkheid voor een illegale en in tegenspraak met de Europese en eigen Vlaamse regelgeving genomen dadingovereenkomst te ontkomen. De rechterlijke tussenkomst wordt ook meermaals en openbaar door politiekers aangeklaagd als een schending van de scheiding der machten wat een miskenning uitmaakt van de aanbeveling van het ministercomité van de Raad van Europa die dergelijke ongepaste kritiek verbiedt.

Zelfs de advocatuur lijkt de vraagstelling naar de mogelijkheden van de burger om zijn rechten uit te oefenen te ondergaan. De tussenkomst van de grote zakenkantoren is zowel bij de totstandkoming als bij de uitvoering van wetgeving steeds groter en betwistbaarder geworden. Ook dat werd in het parlementair onderzoek op de afkoopwet erg duidelijk: vragende partij bij het voorstel, expert bij de parlementaire bespreking, andersluidende conclusies bij de feitelijke toepassing. Het plan om de samenwerking tussen de “big five” accountants en advocatenkantoren te “intensifiëren” staat niet los van deze disfuncties en roept ook vragen op naar de rol van de stafhouder ten overstaan van deze steeds machtiger wordende “influencers”. Anderzijds heeft ook de tuchtoverheid van de advocatuur het moeilijk wanneer het recht van de burger moet afgewogen worden aan de vertrouwelijkheid van het beroep van advocaat. De vraag wat een advocaat mag en kan doen is daar niet vreemd aan. De verdediging van de belangen van de cliënt wordt meermaals ontweken door beroep te doen op juridische spitsvondigheden om het proces te vertragen of de schuldvraag te ontwijken door enkel procedurebetwistingen. Hoe ver het kan gaan wordt aangetoond door een lopende zaak waarin een stafhouder een advocaat verbiedt gebruik te maken van een door de cliënt opgenomen telefoongesprek met zijn eigen advocaat waarin deze een voorstel doet dat als corruptie moet omschreven worden. De rechtspraak van het hof van cassatie die het gebruik van dergelijke opname toestaat en de beoordeling van de bewijswaarde aan de strafrechter overlaat is daarbij van geen tel. Dat het beroepsgeheim een bescherming uitmaakt van de belangen van de cliënt en het niet dient om een door een advocaat gepleegd misdrijf te verbergen evenmin.

Dat de kloof tussen de burger en zijn politiek verantwoordelijke erg groot is geworden wordt duidelijk gemaakt door de recente peilingen waarin de klassieke partijen door de bevraagden werden afgekeurd. Eenzelfde fenomeen dient zich aan met betrekking tot vraag hoe de burger in justitie zijn rechten kan uitoefenen. Gaat de politiek, eensluidend met het standpunt van de procureurs-generaal en van de grote zakenadvocaten, dit recht beperken of gaat het eerder in de richting van de bevestiging van dit recht? De bundeling van meerdere klachten in het Oosterweeldossier ten overstaan van wat de pleinvrees van het parket voor politiek gevoelige dossiers kan genoemd worden is een testcase die de nodige aandacht verdient.

Walter De Smedt
Gewezen strafrechter en lid comités P en I

Lees ook dit recent artikel over hetzelfde onderwerp:
De ‘Big Four’ leren de advocaten een lesje deontologie

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

De standpunten en opinies vertolkt in de artikels die onder de Jubel-postbus verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.