Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Het heeft nog lang geduurd, maar naar regelmatige gewoonte is het Monster van Loch Ness weer opgedoken. In een artikel op Jubel heeft advocaat H. Lamon het in zijn wekelijkse rubriek over “Justitie in slow motion”.

Nadat eerst de advocaten aan de beurt zijn, moet ‘Justitie’ het weer ontgelden in een artikel over het ‘gerechtelijk verlof’. Wellicht had de auteur niet de bedoeling om de magistratuur te viseren, doch het zou beter geweest zijn het gerechtelijk verlof in een breder en juist perspectief te plaatsen in plaats van enkel het negatieve te beklemtonen. Hierna vindt u dit breder en juist perspectief.

Omwille van lees- en kijkcijfers slagen de media er maar weinig in iets positiefs te zeggen over de magistratuur. Goed nieuws leest natuurlijk niet.

Onderaan deze tekst vindt u de regeling van het gerechtelijk verlof zoals voorzien in het Gerechtelijk Wetboek.

Hoe zit het gerechtelijk verlof nu juist in elkaar?

Hierna probeer ik uit te leggen hoe het nu juist zit met het ‘gerechtelijk verlof’.

Ik spreek hierbij uit eigen naam en verbind niemand van de magistratuur.

De uitleg die ik hierna geef heeft voornamelijk betrekking op de rechters van eerste aanleg. Er zijn andere regelingen mogelijk op het niveau van de hoven enz. Gedurende de maanden juli en augustus voorziet de wet een speciale regeling, waarbij de zogenaamde vakantiezittingen worden gehouden.

Ieder korpsoverste bepaalt daarbij welke en hoeveel zittingen worden gehouden.

Zo gaan alle zittingen van de raadkamer in verband met de aangehoudenen (al of niet verlenging van aanhoudingsbevel) door, worden er kortgeding zittingen (zowel zaken met kinderen als zonder kinderen) gehouden, zittingen in verband met beslag, correctionele zittingen voornamelijk in verband met aangehoudenen enz. Ook de onderzoeksrechters en jeugdrechters hebben een afzonderlijke regeling waardoor de dienst gewaarborgd wordt.

Vooral in de rechtbanken van eerste aanleg hebben alle magistraten een dienstperiode van veertien dagen, waarbij zij een aantal zittingen moeten doen. Het is juist dat deze zittingen minder gevuld zijn dan tijdens het jaar, maar dat heeft een reden, waarop ik hierna verder inga.

Als alles meevalt kunnen de vonnissen van die behandelde zaken uitgesproken worden tijdens de dienstperiode. Het valt evenwel dikwijls tegen zodat ook nadien nog moet gewerkt worden aan de afwerking van de zaken tijdens de dienstperiode.

Daarnaast moet een groot deel van de magistraten nog werken aan de afwerking van hun vonnissen/arresten die zij tijdens het jaar niet binnen de door de wet gestelde periode hebben kunnen afwerken als aan de zaken die zij de laatste week van juni hebben binnen gehaald. Ten slotte wordt de laatste week van augustus gebruikt voor de voorbereiding van de zaken die beginnen vanaf september.

Dit alles is ook het geval indien een magistraat geen dienstperiode heeft tijdens het gerechtelijk verlof.

Brief aan premier Verhofstadt in 2003

Reeds in 2003 schreef ik aan de toenmalige premier Verhofstadt het volgende als rechtbankvoorzitter in verband met het gerechtelijk verlof:

“Zoals een aantal politici en sommige media het thans doen voorkomen, zou het gerechtelijk verlof erin bestaan dat iedereen over twee maanden vakantie beschikt, dat er geen zaken behandeld worden, dat de zaken met aangehoudenen niet tijdig of niet behandeld worden, enzovoort. Dergelijke informatie tart elke verbeelding en getuigt van een gebrek aan kennis van de werking van het gerecht.

Door de voorstanders van de afschaffing van het gerechtelijk verlof worden onder meer psychologische redenen aangehaald. Het begrip gerechtelijk verlof wekt bij de rechtsonderhorige de onaangename indruk dat hun rechtmatige belangen tijdens twee maanden worden verwaarloosd om de magistraten in staat te stellen uitzonderlijk lang vakantie te nemen. Juiste informatie aan de burger zal al vlug uitwijzen dat de magistraten zeker niet over twee maanden vakantie beschikken en dat zij niet in een bevoorrechte positie verkeren.

Het gerechtelijk verlof werd niet zozeer ingevoerd voor de actoren van Justitie, maar wel voor de burger. De wetgever heeft aan de burger tijdens de maanden juli en augustus (…) vakantie willen bieden. De burger kan met een gerust gemoed op vakantie gaan, wetend dat hij normaliter niet zal gedagvaard worden, tenzij in zeer dringende zaken.

De afschaffing van het gerechtelijk verlof zou een ideaal middel kunnen worden om een tegenpartij te verschalken, namelijk rustig afwachten totdat iemand met vakantie vertrekt en dan de tegenpartij dagvaarden of het vonnis of arrest laten betekenen. Bij haar terugkeer zal de tegenpartij moeten vaststellen dat ze bij verstek werd veroordeeld of dat de beroepstermijnen of conclusietermijnen verstreken zijn.

Iedere magistraat is het erover eens dat de gerechtelijke achterstand die in sommige rechtscolleges bestaat, niet kan en dat deze dringend met alle middelen zou moeten bestreden worden. Het mag echter ook wel eens gezegd worden dat de magistraten zelf ernstige inspanningen leveren om deze gerechtelijke achterstand in te dijken. Welke structurele maatregelen neemt de overheid om aan het personeelstekort in sommige rechtscolleges, dat dikwijls de basis is van de gerechtelijke achterstand, tegemoet te komen?”

Gebrek aan sociaal statuut

In het artikel is er enkel sprake over het gerechtelijk verlof, maar wat weinigen weten is dat de magistratuur geen allesomvattend sociaal statuut heeft.

Het gerechtelijk verlof is ondergebracht in het Gerechtelijk Wetboek, terwijl andere regelingen ondergebracht zijn in andere wetten of gewoonweg niet bestaan. Alles hangt dan af van de goodwill van de korpsoverste en van de collega’s die bereid zijn extra zittingen op zich te nemen.

De minister zou werken aan een sociaal statuut voor de magistratuur.

Werklastmeting en gerechtelijk verlof

Het gerechtelijk verlof kan evenwel niet losgekoppeld worden van een werklastmeting waar de magistraten zelf al jarenlang vragende partij voor zijn. Een aantal pogingen om daartoe te komen zijn in het verleden mislukt, maar de schuld mag daarbij zeker niet uitsluitend bij de magistraten gelegd worden.

Jaren geleden werd al eens een voorstel gedaan, doch niet aanvaard door de politiek, omdat het resultaat uitwees dat in de meeste gevallen meer magistraten nodig waren.

Momenteel is er opnieuw een project bezig in verband met de werklastmeting. Dergelijk project is verre van eenvoudig om redenen die ik reeds in een andere bijdrage heb uiteengezet (Werken de magistraten te traag en zagen zij te veel?).

Voor wie is het gerechtelijk verlof?

Zoals ik hierboven reeds schreef in 2003 is het gerechtelijk verlof er niet alleen voor de magistraat en de burger.

Ook de advocaat heeft belang bij dit gerechtelijk verlof, namelijk om eerst en vooral van een welverdiend verlof te kunnen genieten, zonder de behartiging van zijn zaak te moeten overlaten aan anderen, en om de tijd te nemen om conclusies (besluiten) te schrijven in hangende zaken.

Meningen over gerechtelijk verlof

In het verleden zijn er door de politiek al verschillende pogingen gedaan om aan het gerechtelijk verlof te sleutelen.

Over het gerechtelijk verlof zijn vroeger al veel artikels verschenen. Ik citeer er hier twee.

Guy DELVOIE, toen coördinerend Kamervoorzitter in het hof van beroep van Brussel reageerde:

“Het voorstel om het gerechtelijk verlof af te schaffen is even absurd als een voorstel om de kusthoreca te verplichten zijn jaarlijkse vakantie te organiseren tijdens dezelfde maanden juli en augustus en even absurd als een voorstel om onderwijzers en leraren (en waarom niet, de leerlingen) hun jaarlijkse vakantie te laten spreiden over het hele jaar (De Standaard, 20 september 2000: “Weg met het gerechtelijk verlof”).”

Ook stafhouder LINDEMANS reageerde in De Standaard op 12 april 2001:

“Stunts lossen gerechtelijke achterstand niet op”: “Die remedie (afschaffing gerechtelijke vakantie) zou erger kunnen zijn dan de kwaal. Want dan nemen rechters in een kamer met drie magistraten ieder apart vakantie in de loop van het jaar, en raakt zo’n rechtbank voortdurend verlamd.”

Is er een betere regeling mogelijk?

Tot op vandaag is er nog niet aangetoond dat er een verband is tussen het gerechtelijk verlof en de gerechtelijke achterstand.

Dat alles beter kan in justitie lijdt niet de minste twijfel.

Dat kritiek de zwakke punten bloot legt en verbetering kan brengen, staat als een paal boven water en moet mogelijk blijven.

Het zou iedereen die kritiek heeft of voorstellen doet wel sieren de volledige uitleg te geven en alles in de juiste context te plaatsen.

Het gerechtelijk verlof moet mijns inziens ongetwijfeld gekoppeld worden aan de werklastmeting en ingebed worden in een volledig sociaal statuut.

Informatie en communicatie door de magistratuur

Het artikel in Jubel en de dagelijkse veelal negatieve berichtgevingen over justitie in de media bewijzen wel opnieuw dat er dringend werk moet gemaakt worden van een betere informatie en communicatie, waarbij zeer kort op de bal wordt gespeeld.

Tot nu toe gaat het vooral over persoonlijke initiatieven van korpsoversten.

Er is dringend nood aan een nationale persverantwoordelijke voor de magistratuur.

Daarnaast moeten de plaatselijke persmagistraten veel meer reageren op berichten, die de waarheid geweld aandoen, en veel meer maatschappelijk belangrijke uitspraken publiceren, dan nu het geval is.

De burger kan dan zelf vaststellen wat en hoe de rechter heeft beslist en welk werk er daartoe wordt verzet, ook tijdens het gerechtelijk verlof.

Zeker voor maatschappelijk belangrijke zaken is er geen enkel excuus om dit uit te stellen. Alle middelen zijn daartoe nu al voorhanden op de website www.rechtbanken-tribunaux.be

Het anonimiseren van dit soort zaken vergt wel meerinspanningen, maar dat moet men erbij nemen.

Eric Beaucourt

Uittreksel uit het Gerechtelijk Wetboek

Art. 334

Het gerechtelijk jaar begint op 1 september en eindigt op 30 juni. Van 1 juli tot 31 augustus houden de hoven en rechtbanken vakantiezittingen.

De zaken worden opgeroepen en de pleidooien gehoord, tot en met 30 juni, met dien verstande dat, zo nodig, de debatten kunnen voortgezet worden na de hervatting van de werkzaamheden van de hoven en rechtbanken.

De behandeling en berechting van criminele, correctionele en politiezaken wordt noch vertraagd noch onderbroken.

Art. 335

Er is in het Hof van Cassatie een vakantiekamer, die opdracht heeft de criminele, de correctionele en de politiezaken, alsook alle spoedeisende zaken af te doen.

1[In de hoven van beroep, in de arbeidshoven, in de rechtbanken van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbanken en in de 2[ondernemingsrechtbanken]2 zijn er één of meer vakantiekamers.

In het hof van beroep en in de rechtbank van eerste aanleg is er ten minste één kamer met drie magistraten en één kamer met één magistraat.]1

Die vakantiekamers zijn belast met de behandeling van de spoedeisende zaken, en bij het hof van beroep en de rechtbank van eerste aanleg met de dienst van de correctionele kamers, de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling.

De vakantiekamers worden ieder jaar derwijze vernieuwd dat alle leden van het hof of de rechtbank er beurtelings dienst doen. Zij worden samengesteld met inachtneming van de bepalingen van de wet op het gebruik van de talen in gerechtszaken.

De kamervoorzitters, de voorzitters en de ondervoorzitters doen er beurtelings dienst, en in rechtbanken waar geen ondervoorzitter is, de voorzitter en de oudstbenoemde rechter.

Art. 335bis

De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank organiseert de vakantiezittingen in de vredegerechten en politierechtbanken.

Art. 336

De vakantiekamers van de hoven en van de rechtbanken houden ten minste twee zittingen per week, buiten de zittingen van het hof van beroep en de rechtbank van eerste aanleg voor het berechten van de correctionele zaken en van de inbeschuldigingstellingen, waarmede zij mochten belast worden.

Art. 337

Bij gebreke van één of meer rechters wordt er een voldoend aantal opgeroepen uit degenen die geen vakantiedienst hebben.

Art. 338

Het ambt van het openbaar ministerie bij de vakantiekamers wordt waargenomen door de magistraten die de procureur-generaal, 1[de federale procureur,]1 de procureur des Konings of de arbeidsauditeur daartoe aanwijst.

Art. 339

De hoven en rechtbanken komen zo nodig tijdens de vakantie in om het even welke zaak bijeen om hun beslissingen uit te spreken.

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.