Deontologie voor gerechtsdeurwaarders ongewild een papieren tijger cover

15 jul 2026 | Column

Deontologie voor gerechtsdeurwaarders ongewild een papieren tijger

Door Hugo Lamon

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

​In een arrest van 6 juli laatstleden lijkt het hof van beroep in Brussel met één pennentrek het tuchtrecht voor gerechtsdeurwaarders af te serveren. Dat vergt enige toelichting.

Een vorige minister van Justitie heeft op 19 september 2022 een wetsontwerp ingediend “tot wijziging van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt, tot invoering van een tuchtraad voor de notarissen en de gerechtsdeurwaarders in het Gerechtelijk Wetboek en diverse bepalingen”. De bedoeling was onder meer om het beroep van gerechtsdeurwaarder te moderniseren. In dat kader wordt het tuchtrecht grondig hervormd. De nieuwe wet is sinds 1 januari 2024 volledig in werking getreden.

Een gerechtsdeurwaarder die een tuchtstraf opgelegd kreeg, kon vóór de wetswijziging hiertegen vroeger beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. Artikel 544 van het Gerechtelijk Wetboek voorzag immers dat tegen de beslissing van de (toenmalige) tuchtcommissie beroep kon worden ingesteld “bij de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats van het rechtsgebied waar de betrokkene zijn standplaats heeft”. De rechtbank van eerste aanleg kon dan enkel “de in artikel 533 § 2 bedoelde straffen opleggen (…) of vrijspreken” (gaande van terechtwijzing tot afzetting).

De nieuwe wet bepaalt nu in artikel 555/5, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek dat het beroep moet worden ingesteld bij het “hof van beroep van het rechtsgebied waar de betrokkene zijn standplaats heeft”. Het hof van beroep kan “enkel de in artikel 424 (Gerechtelijk Wetboek) bedoelde straffen opleggen of de betrokkene vrijspreken”.

In het arrest van 6 juli stelt het hof van beroep van Brussel vast dat artikel 424 van het Gerechtelijk Wetboek niet meer bestaat. Dat klopt ook, want die wetsbepaling is door artikel 36 van de wet van 15 juli 2013 opgeheven. Dat brengt het hof tot volgende conclusie: “het hof kan deze lacune niet zelf herstellen door aan te nemen dat de wetgever in werkelijkheid heeft willen verwijzen naar artikel 533 van het Gerechtelijk Wetboek. Een dergelijke interpretatie zou neerkomen op het aanvullen van de wet en niet op haar toepassing. Gelet op het legaliteitsbeginsel inzake sancties moet de bevoegdheid van de rechter om een tuchtstraf op te leggen op een duidelijke wettelijke grondslag berusten. Bij ontstentenis van een dergelijke wettelijke grondslag kan het hof geen tuchtstraf opleggen. Dat geldt eveneens voor een opschorting, nu ook deze een tuchtrechtelijke sanctie vormt waarvan de wettelijke basis voldoende duidelijk moet zijn”.

​Die stelling leidt er dus toe dat het voor gerechtsdeurwaarders die een tuchtstraf opgelegd kregen volstaat om hoger beroep aan te tekenen om op die manier te ontsnappen aan een sanctie.

Die stelling leidt er dus toe dat het voor gerechtsdeurwaarders die een tuchtstraf opgelegd kregen volstaat om hoger beroep aan te tekenen om op die manier te ontsnappen aan een sanctie. Het lijkt wel een mop, of heeft iemand bewust maar tot nu ongemerkt een splinterbom in de wet laten inlassen? Een duik in de parlementaire werken (waar veel uitgebreider wordt ingegaan op de hervorming van het notariaat) zorgt voor nog meer verwarring. Hoe heeft het toch zo ver kunnen komen?

De speurtocht in de parlementaire stukken leert dat artikel 83 van het initiële wetsontwerp (DOC 55 2668/001, p.123) voorzag om artikel 424 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het bij wet van 15 juli 2013 was opgeheven “te herstellen” en dus opnieuw in te voeren. Een verdere zoektocht doorheen het verslag leert dat tijdens de behandeling in de bevoegde kamercommissie over dit artikel uit het ontwerp met geen woord werd gerept. Er werden op dat punt ook geen amendementen ingediend en de tekst werd op dit punt unaniem door de kamercommissie aanvaard. Wat er daarna gebeurde is minder duidelijk. In het parlementair stuk DOC 55 2868/008 (met de uiteindelijk gestemde tekst in de commissie, waarnaar alle latere stukken verwijzen) is plots geen sprake meer van de herinvoering van artikel 424 Ger.W.

​Het hof van beroep, dat sinds de wetswijziging bevoegd is, kan dus enkel deontologische inbreuken vaststellen maar niet bestraffen.

Het gevolg is pijnlijk. Het hof van beroep, dat sinds de wetswijziging bevoegd is, kan dus enkel deontologische inbreuken vaststellen maar niet bestraffen. Dat is niet de fout van de toenmalige minister van Justitie, die een coherent wetsontwerp neerlegde. Het is ook niet de fout van een parlementslid dat door een ondoordachte amendering dat ontwerp heeft willen torpederen.

Rest dus: een menselijke fout bij de diensten van de Kamer? Of het gevolg van een onoordeelkundig gebruik van artificiële intelligentie?

Hoe het nu verder moet, is onduidelijk. De tekst in het Staatsblad lijkt toch het ankerpunt te moeten zijn voor de juiste versie van de wet. Ook de Kamer moet in plenaire zitting over de juiste tekst stemmen en de tekst moet allicht ook terug naar de bevoegde kamercommissie (alhoewel deze over de juiste tekst stemde).

Intussen is er wat procedurele chaos die allicht onbedoeld ten goede komt aan de gerechtsdeurwaarders die het niet zo nauw willen nemen met de deontologie.

Hugo Lamon

​​Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *