In de zomer van 1988 maakten we met het gezin een prachtige reis naar Rome. Dat gezin bestond uit mijn ouders, mijn tweede oudere zussen, en ik, als de kleinste van het gezelschap. Het is de eerste grote reis waar ik bewuste herinneringen aan heb. Mijn vader schreef een reisdagboek over onze avonturen, met de nodige dichterlijke vrijheid. Samen met de foto’s – nog gewoon ouderwets ontwikkeld en in een fotoalbum geplakt – geeft het een prachtig tijdsbeeld van een Vlaams gezin in de jaren tachtig. En de strever die ik ben, probeer ik ook hieruit weer wat lessen voor de jurist te halen.
Een beetje ongemak hoort erbij
We vertrokken uit – het voor mij toen – verre Limburg, waar we bij mijn nonkel en tante de campingkar gingen ophalen. (Voor wie het niet kent: een campingkar is een aanhangwagentje waarin een uitklapbare tent zit). En dan begon de lange autorit die ons met enkele tussenstops tot bij een klein dorpje in de buurt van Rome moest brengen. In een auto bomvol geladen met koffers, rugzakken en dozen. Als je gaat kamperen moet je immers veel, maar echt héél veel meesleuren. En als ik eindelijk lekker zat, kwam mijn vader met nog een klein koffertje dat ergens onder mijn voeten gepropt moest worden. En had ik al gezegd dat het een wagen zonder airco was?
Het was allesbehalve comfortabel.
Maar we hadden het er voor over. We hadden immers iets om naar uit te kijken. En zelfs als achtjarige besefte ik al dat wat ongemak gewoon deel uitmaakt van het leven. (Ik had ook niet echt een keus). En alles wat de moeite waard is in het leven, vraagt nu eenmaal een inspanning.
In een professionele omgeving lijkt soms de impliciete verwachting te bestaan dat alles soepel moet verlopen. Processen moeten efficiënt zijn. Vergaderingen productief. Projecten voorspelbaar. Maar zo gaat het natuurlijk niet in de werkelijkheid. Deadlines verschuiven. Cliënten veranderen van mening. Procedures lopen vast. Niet elk ongemak moet je uit de weg gaan. Soms moet je het gewoon doorstaan. En misschien leiden ze wel tot betere oplossingen. En ze leveren sowieso de verhalen op die je het langst onthoudt.
Een tent opzetten leer je met vallen en opstaan
Terug naar onze campingkar. Bij de eerste tussenstop duurde het ruim een uur voor mijn ouders de uitklapbare tent recht hadden gezet. Handigheid was niet echt de sterkste kant van mijn vader (en ik heb zijn handigheid overgeërfd). Bij de tweede poging ging het al wat vlotter. En tijdens onze jaarlijkse vakantie het jaar erop, zetten we de tent recht alsof we nooit iets anders gedaan hadden. Of toch, op z’n minst leek het alsof we er iets van kenden.
Dat geldt evenzeer voor professioneel vakmanschap. Als jonge redacteur keek ik bij mijn eerste weken bij Kluwer vaak met bewondering naar ervaren collega’s die moeiteloos een nieuw boekidee bedachten of die het auteursmanagement schijnbaar moeiteloos onder de knie hadden. Het is een gevoel dat iedere nieuwkomer op een bedrijf wel herkent. Wat daarbij gemakkelijk vergeten wordt, is hoeveel herhaling daarachter schuilgaat.
Vakanties zijn een oefening in proberen, falen en opnieuw proberen. Diezelfde Italiaanse vakantie leerde ik zwemmen door een paar keer kopje onder te gaan. We leerden onze weg in Rome door een paar keer verkeerd te lopen.
Dezelfde logica geldt voor de vele vaardigheden die een jurist zich eigen moet maken. Een contract opstellen, een pleidooi schrijven, leer je door het te doen, niet één keer, niet tien keer, maar letterlijk tientallen keren. Hetzelfde geldt voor pleiten, analyses maken, cliënten adviseren, presentaties geven, …
Er bestaat geen snelle route naar expertise. Dat is ergens ook wel geruststellend. Je hoeft niet meteen perfect te zijn. Je moet alleen bereid zijn om te blijven oefenen.
Een diverse groep mensen in een kleine ruimte geeft soms conflict, maar dat kan geen kwaad
Met z’n vijven in een tent. Met elkaar blijven overeenkomen kost dan bloed, zweet en tranen. Letterlijk soms. Zo’n campingkarretje heeft maar twee slaapcompartimenten. Eén voor mijn ouders. Eén voor de drie kinderen. Ik lag dus tussen mijn twee zussen. Mijn voeten tussen hun hoofden. Mijn hoofd tussen twee paar voeten. Het leverde me de eerste avond meteen al een bloedneus op, toen mijn zus me onbedoeld een trap verkocht. Met de nodige tranen tot gevolg.
En dan moest de vakantie eigenlijk nog beginnen. Drie weken overeenkomen. Samen dingen doen. De een zit liever aan het strand, de ander doet liever culturele uitstapjes. Maar je bent op elkaar aangewezen. En het is natuurlijk de bedoeling dat iedereen er iets aan heeft.
Samenwerken op de werkvloer is net hetzelfde. De neuzen allemaal in dezelfde richting krijgen, is niet gemakkelijk. Er zijn evenveel ideeën als collega’s. Dat levert wrijving op. Maar je bent op elkaar aangewezen. Je wil samen een mooi resultaat bereiken. En dat vraagt een delicate evenwichtsoefening: streven naar harmonie, maar ook conflict toelaten. Beseffen dat ieders stem gehoord mag worden. Een goed team gaat – zoals een gezin op vakantie – niet alle conflicten uit de weg, maar probeert net de verschillen te overbruggen.
Uiteraard zat het er met drie opgroeiende kinderen tijdens die zomer regelmatig bovenarms op. Tussen mij en mijn zussen. Tussen mijn ouders en ons. Maar een uur later ben je alweer samen op het strand aan het spelen, een ijsje aan het eten of gezellig aan het barbecueën.
Je relativeert, en je weet dat één ruzie geen breuk betekent.
Dat relativeringsvermogen is ook voor een jurist waardevol. Niet elk conflict vraagt om escalatie. Niet elke discussie hoeft gewonnen te worden. Soms volstaat het om te erkennen dat verschillende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan. En eet je daarna een lekker ijsje.
Ook als je de taal niet kent, kan je je verstaanbaar maken
Op een ochtend werd mijn oudste zus naar de bakker op de camping gestuurd om broodjes voor het ontbijt te halen. Ze was slim en mondig, maar sprak natuurlijk geen Italiaans. En toch stond ze na een kwartiertje al terug aan de tent. Met de juiste bestelling. Met wat wijzen, de nodige handgebaren en de paar woordjes Italiaans die ze had geleerd tijdens ons verblijf, wist ze zich verstaanbaar te maken.
Ook als je elkaar niet helemaal begrijpt, kun je elkaar dus toch verstaan. Dat is een geruststellende gedachte. Zeker voor een jurist.
Vaak spreken we immers niet dezelfde taal als onze gesprekspartner. Je cliënt heeft allicht geen kaas gegeten van je juridisch jargon. Maar ook de communicatie met andere professionals is soms lastig. Als jurist spreek je een andere taal dan de CEO, de marketeer of de accountant. En toch lukt het wel om elkaar te begrijpen. Met wat inspanning. En veel geduld.
Op de camping trekt heel de wereld aan je voorbij
Een Italiaanse camping is de wereld in het klein. Er zijn de Italiaanse gezinnen (waarvan de vaders alleen in het weekend langskwamen) en toeristen uit heel Europa, elk met hun eigen gewoontes. Sommige gewoontes maakte ik mij direct eigen: een siësta tijdens de heetste uren van de dag. Andere gewoontes zal ik nooit begrijpen: eten om 21.00 u (terwijl ik om 18.00 al honger had)?
Je leert dat andere mensen op verschillende manieren naar problemen kijken en met andere oplossingen komen. Voor de jurist is dat een nuttige les. We werken vaak vanuit een sterk ontwikkeld normatief kader. We zijn getraind om regels te interpreteren en structuren te analyseren. Dat kan soms leiden tot de impliciete veronderstelling dat onze manier van kijken de juiste of zelfs enige manier is. Nieuwsgierigheid naar hoe anderen het doen, kan die starheid doorbreken. Het is een stap naar professionele groei.
Je hoeft niet overal iets uit te leren
In 1988 werd de kiem gelegd voor een levenslange fascinatie voor het Romeinse Rijk. Ik wilde er als nieuwsgierige achtjarige alles over weten. Rome bezoeken was dus bijna mijn favoriete bezigheid die vakantie. Maar nog liever zat ik urenlang in het meer dat bij de camping lag. Leren zwemmen, met de bal spelen, ravotten, … De echte genoegens van je kindertijd: genieten van het moment, ijsjes eten onder de Italiaanse zon terwijl het nieuwe schooljaar in je beleving nog in de verre toekomst ligt.
We leven in een tijd waarin elke ervaring onmiddellijk een leermoment moet worden. Elke reis moet ons verrijken. Elke uitdaging moet persoonlijke groei opleveren. Elk boek moet inzichten genereren. Dat is een zware last.
En nu ga ik iets doen wat iedere verstandige mens weleens doet en mezelf tegenspreken: soms zijn vakanties gewoon vakanties. Jeugdherinneringen zijn waardevol ook als ze, of misschien net omdat ze, geen diepere boodschap bevatten. Soms is een dag geslaagd omdat de zon scheen, het eten lekker was en je heerlijk hebt gespeeld en gelachen.
Ook dat is een les die professionals kunnen gebruiken. Soms mag je gewoon ontspannen. Of zoals de Italianen het zo mooi zeggen: dolce far niente, de zoetheid van het nietsdoen.
Terug op de achterbank …
Dus, beste mede-juristen, denk af en toe terug aan uw vakanties van vroeger. Herinner u de ruzies op de achterbank, de vreemde talen, de kleine ongemakken en de nieuwe indrukken. Gebruik die ervaringen waar ze u professioneler, veerkrachtiger en menselijker maken. Maar gun uzelf ook de vrijheid om niet overal een les uit te willen halen. Soms is het grootste inzicht namelijk dat een mens niet voortdurend hoeft te leren om vooruit te gaan. Soms volstaat het om af en toe gewoon op vakantie te gaan.
En dat doe ik hierbij ook, want terwijl u dit leest, staat mijn computer uit. Al zit ik niet meer in de oude Volvo van mijn ouders op de achterbank tussen mijn zussen op weg naar het zuiden, geniet ik nog steeds zoals dat blonde jongetje van toen. En ik hoop van harte dat u dat deze zomer ook doet.
Wim Putzeys, hoofdredacteur Jubel



0 reacties