Waarom onze rechtsfaculteiten niet moeten onderdoen voor Harvard cover

28 mei 2026 | Column

Waarom onze rechtsfaculteiten niet moeten onderdoen voor Harvard

Recente Jobs

Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen

​Vandaag studeert onze kroonprinses af aan Harvard University. De berichtgeving daarover zal ongetwijfeld opnieuw de vraag oproepen wat instellingen als Harvard nu precies onderscheidt van andere universiteiten. Wie ooit met alumni of professoren van dergelijke topuniversiteiten sprak, krijgt vaak hetzelfde antwoord: niet alleen de reputatie, de gebouwen of de onderzoeksbudgetten maken het verschil, maar vooral de intense verwevenheid tussen academie en praktijk. Studenten krijgen er les van mensen die niet uitsluitend wetenschapper zijn, maar tegelijk ook advocaat, rechter, beleidsmaker, ondernemer of diplomaat. Het onderwijs wordt er gevoed door dagelijkse praktijkervaring, door concrete dossiers, door successen en mislukkingen uit het echte leven. Precies daarin schuilt volgens velen de uitzonderlijke kracht van dat model.

Wat daarbij vaak vergeten wordt, is dat onze Belgische rechtsfaculteiten op dat vlak helemaal niet moeten onderdoen voor instellingen als Harvard. Ook bij ons wordt een aanzienlijk deel van het juridisch onderwijs gedragen door mensen die dagelijks in de rechtspraktijk staan. Advocaten, magistraten, notarissen, bedrijfsjuristen en andere praktijkjuristen maken al decennialang integraal deel uit van onze rechtsfaculteiten. Zij brengen niet alleen theoretische kennis over, maar tonen studenten ook hoe het recht werkelijk functioneert: hoe argumenten in een rechtszaal overtuigen of falen, hoe onderhandelingen verlopen, hoe rechters redeneren, hoe procedurele keuzes een dossier kunnen maken of kraken en hoe juridische regels in de praktijk botsen met menselijke realiteit.

Die wisselwerking tussen academische reflectie en praktijkervaring is van onschatbare waarde. Zij verrijkt het onderwijs, maar evenzeer het onderzoek. Onderzoekers die in nauw contact staan met magistraten en advocaten krijgen sneller zicht op de werkelijke problemen waarmee de rechtspraktijk worstelt. Omgekeerd worden praktijkjuristen intellectueel uitgedaagd door wetenschappelijk onderzoek dat verder kijkt dan het concrete dossier van de dag. Dat wederzijdse contact voorkomt dat universiteiten theoretische ivoren torens worden en beschermt tegelijk de praktijk tegen intellectuele verstarring. Net daardoor ontstaat vaak onderzoek en onderwijs van internationaal topniveau.

Wie buitenlandse universiteiten bewondert om hun ‘case method’, hun interactieve colleges of hun sterke praktijkgerichtheid, zou moeten beseffen dat veel Belgische rechtsfaculteiten precies op die sterktes gebouwd zijn. Onze studenten krijgen vaak les van magistraten die ’s morgens arresten schrijven en in de namiddag college geven. Zij leren van advocaten die dagelijks pleiten voor hoven en rechtbanken en die hun ervaring rechtstreeks meenemen naar de aula. Dat is geen detail of bijkomstigheid, maar een fundamentele troef van ons juridisch onderwijs.

Bovendien doen wij dat op een manier die veel toegankelijker is dan in vele Angelsaksische systemen. Studeren aan topuniversiteiten in de Verenigde Staten blijft voor velen financieel onhaalbaar. Het collegegeld loopt er op tot bedragen die enkel bereikbaar zijn voor een beperkte elite of voor studenten die bereid zijn zich jarenlang diep in de schulden te steken. Onze Belgische rechtsfaculteiten bewijzen gelukkig dat excellentie niet noodzakelijk elitair hoeft te zijn. Getalenteerde studenten krijgen hier toegang tot hoogstaand juridisch onderwijs zonder dat daarvoor astronomische inschrijvingsgelden vereist zijn. Dat is een maatschappelijke verworvenheid die we veel meer zouden mogen koesteren.

Net daarom moeten we waakzaam zijn. De betrokkenheid van praktijkjuristen bij onderwijs en onderzoek mag nooit beschouwd worden als een overbodige luxe of als een eenvoudige besparingspost. Integendeel: zij vormt één van de pijlers van de kwaliteit van onze rechtsfaculteiten. Natuurlijk vraagt die samenwerking investeringen, flexibiliteit en waardering. Mensen uit de praktijk combineren vaak zware professionele verantwoordelijkheden met onderwijs- en onderzoeksopdrachten. Maar de return daarvan is enorm. Studenten krijgen realistischer en rijker onderwijs, onderzoekers blijven verbonden met de maatschappelijke werkelijkheid en ook de rechtspraktijk zelf wint aan kwaliteit doordat zij voortdurend in contact blijft met nieuwe generaties juristen en nieuwe wetenschappelijke inzichten.

In tijden waarin universiteiten steeds vaker onder druk staan om efficiëntie, meetbaarheid en publicatiecijfers centraal te stellen, dreigt men soms te vergeten waar goed juridisch onderwijs werkelijk om draait: jonge juristen leren nadenken, argumenteren, analyseren en oordelen in een complexe samenleving. Dat leer je niet uitsluitend uit handboeken. Dat leer je ook door les te krijgen van mensen die het recht dagelijks toepassen, die de verantwoordelijkheid van een uitspraak dragen, die onderhandelingen voeren, conflicten oplossen en de menselijke gevolgen van juridische beslissingen van dichtbij kennen.

Misschien ligt daarin wel een belangrijke les van Harvard die wij in België al langer begrijpen dan we zelf soms beseffen. Onze rechtsfaculteiten beschikken over een enorme rijkdom aan praktijkervaring, academische expertise en maatschappelijk engagement. Die combinatie levert onderwijs en onderzoek op van een niveau dat internationaal perfect kan meedingen. En vooral: zij doet dat op een open en toegankelijke manier, niet exclusief voorbehouden voor de happy few.

Willen we onze rechtsfaculteiten ook in de toekomst op topniveau houden, dan is de boodschap eenvoudig: blijf mensen uit de praktijk van het recht maximaal betrekken bij onderwijs en onderzoek. Het is een relatief beperkte investering, maar één van onschatbare waarde.

​Pierre Thiriar

Deze bijdrage vertolkt louter de opinie van de auteur in eigen naam.

Andere opiniestukken van Pierre Thiriar lees je hier.

Recente Jobs

Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *