Aviniti

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Op dinsdag 20 februari werd in de kamercommissie handelsrecht het wetsontwerp “houdende hervorming van het ondernemingsrecht” besproken. Allicht is het woord “bespreking” een wat te flatterende omschrijving. Na twee hoorzittingen (waarbij onder meer de advocatenordes werden gehoord, al werd er niet echt naar hen geluisterd) vonden de parlementsleden het welletjes en werd zonder verder enig debat gewoon gestemd over de ingediende amendementen. Het is allicht overbodig om daarbij te preciseren dat die van de oppositieleden zonder meer werden verworpen.

De hoorzitting zelf was anders wel interessant. De laatste spreker was een universiteitsprofessor, die blijkens de memorie van toelichting ook medeauteur is van het wetsontwerp. Hij legde, met een powerpoint in de aanslag en daarbij soms de vertegenwoordigers van de wetgevende macht verwisselend met zijn studenten, haarfijn uit wat nu precies de bedoeling was van de wetgever. De wetgever in kwestie luisterde instemmend, als was er op de oppositiebanken wel enige vrees of het nu echt wel de bedoeling was van de wetgever (en dus ook van hen) dat vakbonden nu “ondernemingen” zouden worden en zelfs failliet zouden kunnen worden verklaard. Het heldere debat vertroebelde dan plots in ontwijkende juristerij.

De weg ligt nu open voor een goedkeuring door de plenaire zitting van de kamer. En dan? Ja, vanaf dan hebben we de kooplieden (of, zo u wil, de handelaars) uit de tempel van ons recht verjaagd. Gedaan dus met handelaars en objectieve en subjectieve daden van koophandel. Dat komt natuurlijk niets te vroeg. Reeds op een colloquium in 2007, naar aanleiding van het tweehonderdjarig bestaan van het wetboek van koophandel, werd er vastgesteld dat het wetboek tot op de draad versleten was. Paradoxaal genoeg was dit later de rechtstreekse aanleiding voor een codificatie via het Wetboek van Economisch Recht, waarbij echter precies dat wetboek van koophandel buiten het vizier bleef. Daar komt dus nu verandering in. Binnenkort is het dus gedaan met de verwijzing naar art.20 en art. 25 van dat wetboek. Alles wordt opgenomen in het Wetboek van Economisch Recht. Het draait vanaf nu allemaal rond het begrip “onderneming”, al is het laatste woord daarover nog niet gezegd. De ene onderneming is de andere niet, soms ook geïnspireerd door wat het Hof van Justitie al heeft geoordeeld. Het Wetboek van Economisch Recht zal dus, afhankelijk van het boek, een ander ondernemingsbegrip hanteren. Gedaan ook met de naam “rechtbank van koophandel”, die dus nu “ondernemingsrechtbank” zal heten. In 2000 verscheen er in de rechtsleer al een pleidooi voor een ondernemingsrechtbank, dus echt nieuw is ook die gedachte niet.

Het nieuwe ontwerp voorziet ook in de afschaffing van boek XIV van het Wetboek van Economisch Recht. Bij de invoering van dat wetboek werd in de laatste rechte lijn van het wetgevingsproces bij de toepassing van de marktpraktijken snel nog een onderscheid gemaakt tussen gewone ondernemers en beoefenaars van vrije beroepen. Dat onderscheid, dat door de rechtsleer al tijdens het wetgevingsproces werd bekritiseerd, verdwijnt opnieuw.  Boek XIV (over de marktpraktijen bij vrije beroepen) wordt afgeschaft en er is geen bijzondere regeling meer voor vrije beroepen. Merkwaardig is wel dat de wetgever ook de verwijzing in boek XIV WER naar de deontologische regels schrapt, al blijkt uit de parlementaire voorbereiding niet waarom. De opmerkingen daarover van de advocatenordes tijdens de hoorzitting vielen blijkbaar in dovemansoren. Een amendement om strengere deontologische regels mogelijk te maken dan deze die voorzien zijn in het nieuwe boek XX WER (faillissementen, ook voor vrije beroepen) werd overigens zonder enige bespreking verworpen. De wetgever heeft het niet meer zo op vrije beroepen, zo lijkt.

De consulaire rechters (lekenrechters, die de beroepsmagistraat bijstaan) zullen nu voortaan als “rechters in ondernemingszaken” door het leven gaan. Het is daarbij de bedoeling dat ook beoefenaars van vrije beroepen dergelijke rechters kunnen worden.  Een amendement beoogt om ook advocaten en notarissen toe te laten als rechters in ondernemingszaken. Minstens voor de advocaten is dat geen evidente zaak. De advocatuur staat al huiverig tegen plaatsvervangende rechters wanneer zij meer doen dan enkel punctueel bijspringen in gevallen van nood, zodat het niet evident lijkt dat ze nu institutioneel het statuut van rechter zouden krijgen.

De aankomende wet stond grotendeels in de sterren geschreven, al blijft het merkwaardig dat dergelijke fundamentele hervormingen een zeer beperkt parlementair debat opleveren. De vrije beroepen krijgen daarbij klappen, al is het niet duidelijk wat de wetgever daartoe geïnspireerd heeft.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.