Het Laatste Nieuws meldde het met een grote en vette kop: “Advocaat Reuzegommer krijgt ongelijk: gewraakte rechter mag aanblijven” (HLN, 29 juni). De krant liet de betrokken advocaat aan het woord met een citaat “tussen aanhalingstekens”, wat in vroegere tijden garant stond voor een letterlijke overname van wat de betrokkene had verklaard. Of dat nu nog zo is lijkt steeds meer een weerlegbaar vermoeden. De advocaat zou aan de krant hebben gezegd dat hij “in een normale reflex” altijd “naar cassatie zou stappen”. Een advocaat, zo gaat de krant verder, wil niet enkel gelijk hebben, maar ook gelijk halen. En dan volgt weer een citaat: “Ik zou kunnen zeggen: we gaan verder en laten cassatie vallen (…) Ook mijn cliënt en zijn familie willen dat deze zaak liefst zo snel mogelijk wordt behandeld. Maar ik ga nu eerst de motivering van het hof bekijken, maar ik blijf ervan overtuigd dat ik voor cassatie gelijk krijg.” Blijkbaar viel dat na die lectuur toch wat tegen, want enkele uren later liet dezelfde krant op haar website weten dat de advocaat beslist heeft om geen cassatieberoep aan te tekenen. Even tussendoor en volstrekt naast de kwestie: wat is eigenlijk de maatschappelijke relevantie van het prille buikgevoel van een advocaat vooraleer die een uitspraak heeft gelezen en na lectuur ervan tot andere inzichten komt? En wat is de maatschappelijke relevantie van de torenhoge foto in diezelfde krant van de magistrate die niet gewraakt werd? Heeft die rechter geen recht op de anonimiteit van weleer?

De coronatijden lijken steeds meer achter ons te liggen, want de virologen worden weer verdrongen door de strafpleiters. In de weekendkrant van De Morgen (26 juni) was er een bijzonder interessant en lezenswaardig diepte-interview met een andere strafpleiter. “Wij krijgen geen eerlijk proces meer in de Reuzegom-zaak” liet die betrokkene optekenen. Dat gesprek leverde enkele interessante andere inzichten op. “Elke strafpleiter is ijdel en heeft een ego”, zo staat er ook tussen aanhalingstekens.  Dat is voorwaar een openhartige bekentenis. Er valt ook het volgende te lezen: “Om de haverklap krijg ik telefoon van magistraten over het gedrag van sommige stafpleiters die geen haar beter zijn dan de mensen die zij bijstaan”. Even tussendoor en al even volstrekt naast de kwestie: krijgen veel advocaten zo “om de haverklap” telefoons van rechters? Is dat dan een wrakingsgrond wanneer dat boven water komt en kan dit de onafhankelijkheid van de rechter of de advocaat aantasten? Allicht is het maatschappelijk wel relevant dat het interview eindigt met volgende boutade op het antwoord op de vraag of een advocaat “publiek” nodig heeft: “Misschien wel. Van assisenpleiters wordt gezegd dat ze theatraal zijn en komedie spelen. Maar de dossiers die je voor een assisenhof pleit, raken de essentie van het leven. Natuurlijk komt daar dramatiek bij kijken”.

Er mag natuurlijk niet de indruk ontstaan dat hier een poging wordt ondernomen om strafpleiters te stigmatiseren, maar ze krijgen alleen meer aandacht. Via sociale media ontstond een nieuwe hype: advocaten die met trots melden dat ze zopas werden benoemd als curator. Sommigen laten zich fotograferen met de brief van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank in de hand, alsof ze zopas hun zwembrevet hebben behaald. Even tussendoor en nog meer volstrekt naast de kwestie: is het nu plots maatschappelijk relevant dat iemand gerechtelijk mandataris wordt? Andere jongere confraters waren al even openhartig wanneer ze, al dan niet geflankeerd door hun stagemeester, trots (en met foto) lieten weten dat ze geslaagd waren in de door de Orde van Vlaamse Balies georganiseerde examen van beroepsbekwaamheid. Misschien moeten de hogervermelde woorden van de strafpleiter wat worden genuanceerd en zijn niet enkel strafpleiters maar alle advocaten ijdel. En ja, allicht is ijdelheid geen kernwaarde van het beroep, maar toch een handig nevenverschijnsel om te overleven in de alsmaar concurrentiëlere vijver van de balie.

De vakantie wenkt. Sommigen zullen ook dan onbeperkt bereikbaar blijven en dit graag op sociale media etaleren. Anderen zullen misschien een boek lezen over hoe de work-life balance kan worden hersteld (inclusief de tips om een burn-out te vermijden), enkelingen zullen columns blijven schrijven en een eenzaat zal de zomer aanwenden om een boek te schrijven over deontologie.

Zo blijft iedere advocaat ook in de vakantietijd in al zijn ijdelheid zichzelf, al mag over de draagwijdte van het begrip vakantie debat worden gevoerd. Voorlopig moet het Hof van Cassatie zich daarover niet uitspreken.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.