De vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (BV) zijn vandaag een belangrijke steunmaatregel voor veel ondernemingen. Steeds meer werkgevers vinden hun weg naar deze vrijstellingen, bijvoorbeeld voor onderzoek en ontwikkeling (O&O), ploegen- en nachtarbeid of overwerk. Maar door het stijgende gebruik én de impact van inflatie en loonindexeringen loopt de kost voor de overheid sterk op. In 2024 bedroeg die kost maar liefst 4,36 miljard euro. Om de impact op de begroting te temperen, werd een wetsontwerp gepubliceerd dat een algemene correctiefactor invoert vanaf 2027.
Wat verandert er concreet?
De bestaande vrijstellingspercentages blijven behouden (bijvoorbeeld 80% voor O&O). Maar: het effectieve voordeel dat je als werkgever geniet, wordt vanaf 1 januari 2027 verlaagd via een correctiefactor.
De voorziene correctie voor de komende jaren bedraagt:
- 97% voor bezoldigingen betaald of toegekend tussen 1 januari 2027 en 31 december 2027;
- 93,35% voor bezoldigingen betaald of toegekend tussen 1 januari 2028 en 31 december 2028;
- 95,9% voor bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2029.
Deze percentages zijn gebaseerd op het verwachte inflatieverloop. Het wetsontwerp voorziet wel in de mogelijkheid om de correctiefactor telkens tot 31 december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar aan te passen via een koninklijk besluit.
Waarom deze maatregel?
Met deze ingreep wil de overheid de budgettaire kost beheersen zonder het stelsel van de BV-vrijstellingen volledig af te bouwen.
De geraamde besparing:
- 107 miljoen euro in 2027
- 246 miljoen euro in 2028
- 148 miljoen euro in 2029
Voorbeeld
Stel: in maart 2027 heeft de onderneming Research & more drie industrieel ingenieurs in dienst die meewerken aan O&O‑projecten. Voor deze medewerkers past de onderneming de O&O‑vrijstelling (80%) toe. Hieronder zie je stap voor stap hoe het voordeel wordt berekend en wat de correctiefactor vanaf 2027 betekent.

Chelsy Deventer en Thea Debbaut – Vandelanotte




0 reacties