Rechtuit

Unaniem parlementair knoeiwerk

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

Sommigen beweren dat het nu hoogdagen zijn voor de parlementaire democratie. Bij gebrek aan een regeerakkoord ontstaan er nu alternatieve meerderheden over bepaalde onderwerpen, waarbij oude plannen en nieuwe ideetjes plots vleugels krijgen. Vorige week keurde de kamercommissie economie unaniem (!) een ter plekke in elkaar geknutseld wetsvoorstel goed  dat de misbruiken in de “schuldindustrie” wil aanpakken. Het moet maar eens gedaan zijn met onbetaalde facturen die plots torenhoog oplopen tot een monsterbedrag als gevolg van schadebedingen, intresten en incassokosten.  Heeft iemand die knipselwetgeving ook al eens van nabij bekeken? Zouden de leden van die kamercommissie er ook maar  één seconde bij stilgestaan hebben hoe die instantwet zich verhoudt tot andere wetgeving?

Wanneer een regering een wetsontwerp indient morren parlementsleden dat ze die door de strot geduwd krijgen. Die wetgevingsmethode heeft wel als voordeel dat eerst de afdeling wetgeving van de Raad van State het ontwerp eens onder ogen krijgt en de wetgever discreet kan wijzen op calamiteiten en blunders. Voor wetsvoorstellen moet dit niet, wat  de kwaliteit van de wetgeving niet ten goede komt.

Het nieuwe wetsvoorstel vangt aan met volgende bepaling: “Deze wet is van toepassing, niettegenstaande elke andersluidende bepaling, op de betaling van schulden door een consument aan een onderneming”.  De toelichting bij de wet, maar dus niet de wet zelf, preciseert dat het niet de bedoeling is om onderneming altijd te verplichten een factuur op stellen. Het wetsvoorstel voorziet wél dat wanneer een factuur wordt gemaakt die ook binnen de 7 dagen moet worden verzonden. Daarna moet een betalingstermijn van minstens 20 dagen worden gerespecteerd, wat dus betekent dat geen contante betaling kan worden geëist. Na 20 kalenderdagen (niet vroeger) kan er een kosteloze “betalingsherinnering” worden verzonden, die aan allerhande strikte voorwaarden moet voldoen (o.m. de verwijzing naar de mogelijkheid “om een afbetalingsplan of betalingsfaciliteiten overeen te komen indien de consument in de onmogelijkheid verkeert om het verschuldigde bedrag in één maal te voldoen”). Daarna volgt een nieuwe wachttermijn van 10 kalenderdagen en pas dan mag er een ingebrekestelling worden verzonden. Het wetsvoorstel voorziet ook in de wijziging van de wet van 20 december 2002, waardoor de schuldenaar bijkomend nog gedurende 15 dagen “om een afbetalingsplan kan verzoeken”.

Om het iedereen gemakkelijk te maken is de tekst van het voorstel als amendement ingediend bij een andere wetsvoorstel, zodat het zoeken is naar de toelichtende memorie. De indieners stellen in de toelichting dat het niet de bedoeling is om met dit voorstel een algemene verplichting op te leggen aan ondernemers om facturen op te stellen of om een algemeen recht op uitstel van betaling toe te kennen, maar de nieuwe plichten gelden wel voor alle facturen. Hebben de indieners ook artikel  1 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 goed gelezen? Een particulier moet een factuur krijgen wanneer bijvoorbeeld de herstelling van zijn auto, het onderhoud van zijn verwarmingsketel of de aankoop in een groothandel meer dan €125 inclusief  BTW bedraagt. In die gevallen betekent het dus dat de particulier nu contante betaling kan weigeren en zichzelf een maand betalingsuitstel kan toekennen. Als dat niet de bedoeling was, dan had de wetgever dit uitdrukkelijk in de wet moeten bepalen (en niet ergens in toelichting). De gewoonte bij vrije beroepen om ook voor particulieren provisiefacturen te maken zal snel verdwijnen, nu dit niet wettelijk verplicht is en enkel aanleiding geeft tot de mogelijkheid van betalingsuitstel van minstens 30 dagen.

Kan iemand ook eens dringend uitleggen waarom een advocaat (via een stakingsvordering) – en dus niet de cliënt – zal kunnen gedagvaard worden door de minister van economie of een consumentenorganisatie wanneer er in de betalingsherinnering een verkeerd bedrag wordt gevraagd? Gaan de indieners nu morgen ook een wetsvoorstel indienen om strafpleiters persoonlijk aansprakelijk te stellen voor wat hun cliënten hebben gedaan?  Kan het zijn dat er in de bewuste kamercommissie een moment van lichte zinsverbijstering was?

De bijna goedgekeurde wet bepaalt ook dat een advocaat bij invorderingen geen gebruik mag maken “van representatieve tekens van het beroep, zoals bijvoorbeeld de weegschaal van vrouwe justitia”. Heeft iemand al gehoord van een “representatief teken” van de advocatuur en wat zou de Raad van State vinden van een wettelijke definitie aan de hand van een voorbeeld? En hoe gaan de “politieambtenaren van de lokale en de federale politie” en de ambtenaren van de FOD Economie dit beoordelen (u gelooft het allicht niet, maar ze worden bevoegd om inbreuken vast te stellen)?

Wordt dat nu écht ook een nieuwe wet?

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Het boek ‘Jubelende Justitie’ is vanaf nu verkrijgbaar.
In onderstaande video geeft meester Lamon extra toelichting.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.