“Verbeter de wereld, begin bij jezelf.” Zoals bij menig Vlaams (katholiek) gezin in de jaren tachtig, hing bij ons thuis in de woonkamer een kalender van de Bond Zonder Naam. Eentje met elke maand een inspirerende spreuk van de onvolprezen Phil Bosmans. Bedrieglijk eenvoudig, die spreuken. Maar eigenlijk bedoeld om even bij stil te staan. En de moeite om door de meligheid heen te kijken naar de dieperliggende betekenis erachter. De kracht van inspirerende spreuken is echter de afgelopen decennia danig verwaterd door de ware stortvloed van pseudodiepzinnige inspirational quotes op sociale media.
Zodanig dat ik er vandaag spontaan jeuk van krijg. En toch, ergens heb ik wel wat heimwee naar die ouderwetse kalender met simpele levenswijsheden. Ik vroeg me af of het niet tijd was om mijn cynisme tegenover inspirational quotes wat te herzien.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik ploegde dus door honderden en nog eens honderden quotes. Enkele dingen vielen me op: 1) Een quote is sowieso inspirerender als die in het Engels is. 2) Een citaat van een wereldberoemd persoon is beter dan van een nobele onbekende (Scoren altijd goed: Abraham Lincoln en Theodore Roosevelt (voor wie graag een historische dimensie heeft), Einstein, Gandhi en de Dalai Lama (voor de meer zweverige types en de wereldverbeteraars), Winston Churchill, Mark Twain en Oscar Wilde (voor wie van een beetje humor houdt). 3) Je krijgt extra inspiratiepunten als de quote een Afrikaans spreekwoord of een Chinees gezegde is, …
Bon, ik las dus quotes tot ik er hoofdpijn van kreeg en vond er toch een handvol waar ik iets mee kon. Zoals er bloemen groeien op een mesthoop, zitten er tussen al die clichés dus soms quotes die blijven hangen en waar iedereen iets van kan leren.
Ook juristen.
“Als je een vis beoordeelt op zijn vermogen om in een boom te klimmen, zal hij zijn hele leven geloven dat hij dom is.”
Deze quote wordt meestal toegeschreven aan Einstein (kijk, daar is ie al). Maar er is helemaal geen bewijs voor dat hij dit ooit heeft gezegd. Einstein moet zowat de figuur zijn waar de meeste grappige en diepzinnige citaten aan worden toegeschreven, maar slechts een fractie ervan heeft hij werkelijk gezegd. Met de komst van AI is dat aantal verzonnen citaten nog exponentieel toegenomen.
De eerste keer dat ik deze zin tegenkwam, vond ik hem eerlijk gezegd irritant. Te zoetsappig. Het leek me zo’n typische slogan voor een geëngageerde leraar die de talenten in al zijn leerlingen ziet. Tot je er vijf minuten over nadenkt. Is dat niet iets wat we allemaal willen, dat het onderwijs inzet op de individuele talenten van ieder kind?
En kunnen we dat idee ook niet doortrekken naar de werkvloer?
Iedereen heeft zich ooit dom gevoeld in de verkeerde context. Ik in ieder geval wel, vooral op mijn vorige job. Met sommige aspecten worstelde ik echt. Andere aspecten gingen me van nature goed af. Ik kan niet tellen hoe vaak ik dat op een evaluatiegesprek te horen kreeg. Natuurlijk moet je alle aspecten van je job kennen. Maar ik ben er vooral van overtuigd dat je moet inzetten op de sterktes van je teamleden. Is iemand ergens goed in? Stuur hem of haar dan naar een opleiding en maak van dat ‘goed’ een ‘uitstekend’. Dat kost veel minder (in tijd én geld) dan van een ‘onvoldoende’ een ‘voldoende’ te maken.
Ook bij het leiden van een team juristen, zou deze quote dus een leidraad kunnen zijn. Wij verwachten van jonge juristen dat ze een uitstekende inhoudelijke kennis hebben, maar daarnaast ook communicatievaardigheden, ondernemingszin, psychologisch inzicht en ook nog eens gewiekste onderhandelaars en administratieve duizendpoten zijn. Wanneer iemand in één van de onderdelen minder sterk blijkt, ontstaat snel het gevoel van tekortschieten. Het gevolg: sommige kantoren verliezen talent omdat ze iedereen in dezelfde mal proberen te duwen. Jonge mensen vertrekken, op zoek naar een kantoor dat wel hun unieke talenten waardeert. Door niet van iedereen hetzelfde te verwachten, maar ieders sterktes te ontwikkelen, bouw je aan een krachtig team waarvan de leden complementair zijn. Bij Jubel merk ik elke dag dat dit echt werkt.
Alternatief: “Wees jezelf, er zijn al anderen genoeg.” – Oscar Wilde
“If you want to go fast, go alone. If you want to go far, go together.”
Deze quote heeft de laatste jaren een spectaculaire fanbase uitgebouwd op LinkedIn. Ze verschijnt meestal onder foto’s van teambuildings of bij hippe consultants die dromen van hun eigen TED Talk. En het scoort een geloofwaardigheidspunt, want het zou hier gaan om een Afrikaans spreekwoord.
En daarom geloof ik dat ook hier een fundamentele waarheid in zit. Soms hebben zelfs die hippe jongens dus gelijk.
Juristen hebben vaak een wat ambigue, of zelfs terughoudende, verhouding met teamwork. Het lijkt wel ingebakken in juristen: zelfstandig – soms eigenzinnig – denken, het verlangen om controle te houden. Het idee bestaat dat als je iets snel gedaan wil krijgen, je dit het best zelf doet. Dat klopt ook wel. Samenwerken kost tijd: overleggen, feedback verzamelen en verwerken, evenveel meningen als personen. Een contract finaliseren, doe je niet met zes.
De ene taak doe je beter alleen, de andere in team. Dat is eigenlijk precies wat dit spreekwoord zegt. Sommige mensen interpreteren het alsof je alles beter in team doet. Maar dat staat er niet. Ik interpreteer het als: bekijk wat je doel is, en pas daar je werkwijze op aan. Moet je snel iets regelen, doe het in je eentje. Pak je een complex dossier aan, verzamel dan anderen om je heen. De wereld is zo complex en veelgelaagd geworden, dat een multidisciplinaire aanpak bijna altijd aangewezen is. De verschillende perspectieven van een groep mensen die er allemaal vanuit hun eigen achtergrond en expertise naar kijken, leveren betere oplossingen op. In een goed team is één plus één groter dan twee. Het beste juridische team is meer dan een verzameling van de slimste individuen. Het is een team waar mensen elkaar durven aanvullen en tegenspreken.
De quote is dus geen pleidooi tegen autonomie. Ze herinnert ons eraan dat samenwerking een investering op lange termijn is.
Alternatief: “There is no I in team (but two in Martini).”
“Als je praat, herhaal je alleen wat je al weet. Wanneer je luistert kan je iets nieuws leren.”
Een klassieker van, volgens Google, alweer zo’n favoriet van het inspirational quotes genre: de Dalai Lama.
En voor juristen misschien wel de leerrijkste quote. Want we praten wel erg veel, en graag. Dat hoort bij het beroep. Wij argumenteren, overtuigen, onderhandelen, pleiten, adviseren. Onze taalvaardigheid is ons instrument. Als ik als kind met mijn babbel klaarstond, hoorde ik van mijn nonkels en tantes wel eens, “Gij zou advocaat moeten worden, met uw uitleg”. Advocaat ben ik niet geworden; (te veel) babbelen ben ik nooit verleerd.
Luisteren is de andere kant van de medaille. En dat is even belangrijk. Maar ook moeilijk. Vooral als je echt wil luisteren. “Actief luisteren” is meer dan wachten tot de ander klaar is voor jij opnieuw aan de beurt bent. Het vraagt een mentaliteitswijziging. Een oprechte interesse in de ander, een niet-aflatende nieuwsgierigheid naar wat mensen beweegt. Het zou van ons betere juristen maken, ik zou zelfs durven zeggen “betere mensen” (nu gaat het Bond Zonder Naam-gehalte wel helemaal de hoogte in).
De beste juristen zijn in mijn ogen immers degenen die de juiste vragen stellen. Niet om slim over te komen, maar omdat ze beseffen dat een verhaal meestal complexer is dan op het eerste gezicht lijkt.
Alternatief: “Spreken is zilver, zwijgen is goud.”
“Do or do not. There is no try.”
Yoda, uit Star Wars. Dit citaat klinkt wel heel erg streng. Natuurlijk mag en moet je soms iets ‘proberen’.
Maar Yoda bedoelt iets anders. Hij bedoelt dat ‘proberen’ nooit vrijblijvend mag zijn.
“Ik ga proberen meer te delegeren.” “Ik ga proberen werk en privé beter te combineren.”
Leest u in deze zinnen, net als ik, ook een gebrek aan engagement? Gaat de persoon die deze uitspraak doet, echt moeite doen om meer te delegeren, of meer thuis te zijn? Of is het een flauw excuus. Een lapmiddeltje om het eigen geweten te sussen?
Zet ‘proberen’ dus om in ‘doen’, in toewijding en concrete actie, in de echte wil om te veranderen.
Dat betekent niet dat falen verboden is. Integendeel. Maar er is een verschil tussen mislukken ondanks volledige inzet en halfhartig proberen.
Alternatief: “Trying is the first step towards failure. Never try.” (Homer Simpson)
Een rode draad
Maar waarom zijn net deze quotes bij mij blijven hangen? Omdat ze uiteindelijk allemaal over hetzelfde gaan: mensen. Over jezelf kennen, en anderen leren kennen. Over openstaan voor wat anderen je te leren hebben. Over beseffen dat je leercurve nooit af is.
Dus, beste mede-juristen, misschien moeten we inspirational quotes niet te snel wegzetten als goedkope tegeltjeswijsheden voor LinkedIn-posts. De meeste zijn inderdaad leeg. Maar af en toe zit er tussen de clichés een zin die ons herinnert aan iets essentieels: dat professioneel groeien minder te maken heeft met altijd gelijk hebben dan met nieuwsgierig blijven. Luister meer dan u spreekt. Omring jezelf met fijne mensen van wie je wat kan leren. En wees voorzichtig met de maatstaven waarmee jezelf en anderen beoordeelt.
Tenslotte is “life is like a box of chocolates, you never know what you are gonna get.” – Forrest Gump (of beter gezegd zijn mama).
Wim Putzeys, hoofdredacteur Jubel





0 reacties