Het volstaat om een (voornamelijk Franstalige) Brusselse boekhandel binnen te stappen, daar op de tafel van de nieuwe aanwinsten een pas verschenen boek aan te treffen, opgeslorpt te worden door nieuwsgierigheid, om dan met vele vragen verweesd achter te blijven. Het boek is van de hand van de Franse gewezen magistraat en essayist François Guéranger (toegegeven, u had er allicht ook nog nooit van gehoord) en heeft de intrigerende titel La revanche des juges (de wraak van de rechters). Het boek omvat 333 bladzijden, wat net iets te lang bleek om op één avond door te nemen. Toegegeven, artificiële intelligentie heeft dus een handje geholpen om het sneller te verwerken.
De auteur waarschuwt voor de groeiende macht van de rechters. Vroeger werden ze beschouwd als “de bewakers van recht”, maar ze zijn geëvolueerd naar het “moreel kompas van de natie”.
Zijn betoog komt er, kort samengevat en wat kort door de bocht, op neer dat rechters nu via drie grote mechanismen handelen. Hij betoogt vooreerst dat de wet, als uitdrukking van de algemene wil, een ondergeschikte norm is geworden, die onderworpen is aan de controle van een rechter die de wet toetst aan abstracte principes waarvan hij zelf de bewaker is.
Guéranger bekritiseert in een tweede gedachtegang de inflatie van subjectieve rechten, waarbij de rechter de “priester geworden is van een nieuwe seculiere religie: die van de rechten van de mens, losgekoppeld van elke collectieve verantwoordelijkheid”.
Hij wijst ook nog op een derde evolutie, deze van de ‘staatsgreep van de vage termen’. Begrippen zoals ‘proportionaliteit’ en ‘menselijke waardigheid’ zijn niet scherp gedefinieerd, zodat de rechter ze volgens hem kan invullen zoals hij wil. “De onnauwkeurigheid van de teksten is de voedingsbodem voor rechterlijke willekeur. Hoe vager de tekst, hoe meer de rechter koning is”.
Guéranger vindt dat de wetgever de moed moet hebben om wetten zo specifiek te schrijven dat de interpretatieruimte van de rechter verkleint. “Rendre au peuple sa souveraineté, c’est d’abord rendre au législateur sa plume” (de soevereiniteit teruggeven aan het volk, is in de eerste plaats de pen teruggeven aan de wetgever).
Wie vanuit een Belgische invalshoek het boek leest, moet onvermijdelijk denken aan de in ons land vaak bekritiseerde stellingen van socioloog Marc Elchardus.
Guéranger vertrekt vanuit de rechtspraktijk en Elchardus vanuit de sociologie, maar ze komen beiden tot een vergelijkbare diagnose. De kern van hun gedeelde kritiek is de verschuiving van “de wil van het volk” naar de “macht van de deskundige” (en de rechter). Beiden waarschuwen voor een evolutie waarbij niet-verkozen actoren – waaronder rechters – meer politieke invloed krijgen, iets wat Elchardus omschrijft als een tendens richting ‘juristocratie’. Guéranger vindt dat de rechter niet langer de dienaar van het recht is, maar de schepper ervan. Beide auteurs plaatsen de discussie in het licht van de Verlichtingswaarden. Elchardus suggereert dat bepaalde hedendaagse interpretaties van de Verlichting hebben geleid tot een verschuiving van democratische besluitvorming naar juridische en technocratische elites. Guéranger heeft het in dat verband over de “revanche van de rechter”.
Is er nu sprake van “un gouvernement des juges”? Wie de stellingen van Guéranger aanhangt zou er bijvoorbeeld op kunnen wijzen dat de politiek internationale verdragen heeft ondertekend zonder de consequenties ervan volledig te overzien. De rechter dwingt nu de uitvoering af van wat de politiek zelf op papier heeft gezet. De Elchardus-aanhangers zouden daar tegen kunnen inbrengen dat de rechters vage begrippen als “het recht op een gezond leefmilieu” invullen op een manier die ingrijpend het sociaal-economisch beleid dicteert, wat normaal via verkiezingen en parlementaire debatten zou moeten verlopen. Let wel, die situatie is voor politici soms comfortabel, omdat ze op die manier gevoelige thema’s (zoals ethische kwesties en migratie) aan de rechter overlaten en dan zelf geen impopulaire maatregelen moeten nemen.
De cruciale vraag blijft dan of we een democratie willen waarin de grenzen van het mogelijke worden bepaald door wat we met de meerderheid afspreken (het parlement) of een democratie waarin de grenzen worden bepaald door wat de rechter technisch “juist” beschouwt en dus wat juridisch verenigbaar acht met grondrechten en hogere normen. Dat veronderstelt dat die rechter ook rekening houdt met de rechten van de minderheid in de samenleving.
Of misschien is een dergelijke overweging gewoon te complex voor een column? Wie de democratische rechtstaat koestert kan niet zwijgen en de andere kant opkijken. Wie aanstoot neemt aan de stellingen van Guéranger en Elchardus zal het stilzwijgen moeten doorbreken. Laten we dus het debat blijven voeden en met open geest voeren.
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.



0 reacties