Rechtuit

Snuffelende justitie

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

Twee partijvoorzitters mandateerden zichzelf in een zoektocht naar een nieuwe regering. Niemand had om die ‘snuffelronde’ gevraagd en het resultaat is hoogst onduidelijk. Een minderheid wordt nu wonderbaarlijk plots omschreven als een ‘relatieve meerderheid’.  Dit surrealisme lijkt ook bepaalde onderdelen van justitie te hebben aangetast.

17 juni is de laatste dag van de corona-justitie en er wordt verlangend uitgekeken naar normalere werkomstandigheden. Trouwe lezers van deze rubriek bezorgen soms onthutsende getuigenissen over de tijdelijke gekte. Eerder werd hier al verslag gegeven over de welig woekerende nieuwe lokale gebruiken die zich nog sneller dan de pandemie zelf hadden geïnstalleerd. Toch werden er vele vonnissen en arresten uitgesproken,  vaak zonder pleidooien maar ook via verbazingwekkend efficiënt verlopende videozittingen. De laatste dagen gebeurt het ook al steeds meer via de gebruikelijke pleidooien, waarbij de regels van social distancing met de nodige creativiteit worden gerespecteerd, maar op sommige plaatsen lijkt het helaas wel een Chinese groentemarkt.

In deze bijzondere tijden waren er ook rechtbanken die niet aan de drang konden weerstaan om op hun manier ongevraagde snuffelrondes te organiseren. Zo belandde hier een beschikking van de 18de kamer van de Brusselse (Franstalige) ondernemingsrechtbank, die lijkt op een standaarduitspraak van die rechtbank. In de coronatijd moest uitspraak worden gedaan over de vraag of  een zaak wel schriftelijk kon worden behandeld nadat de verwerende partij had gemeld te willen pleiten.  Elf pagina’s had de rechter nodig om  de zaak voor onbepaalde tijd uit te stellen. Zonder dat iemand daarom had gevraagd analyseert de rechtbank het KB nr.2. Dat zou strijdig zijn met artikel 6 EVRM omdat het daardoor mogelijk is tijdelijk geen openbare zitting te houden. Het KB schendt volgens de rechter daarmee een internationale norm van openbare orde die voorrang heeft op het Belgisch recht. De uitzonderlijke omstandigheden zijn voor de rechter geen argument, omdat er in ons land nooit een echte lockdown was (!). De bevolking mocht immers nog essentiële verplaatsingen doen en justitie valt onder deze categorie.  De rechter gaat nog verder: de zittingszalen waren toegankelijk voor magistraten en griffiers, dus moest ook het publiek toegang moeten krijgen. Het publiek moet in toepassing van artikel 759 Ger. W. in de zittingszaal toch te zwijgen. Wie zijn mond moet houden kan ook geen broeihaard voor het virus zijn, waaruit de rechtbank dan weer afleidt dat publiek tijdelijk verbieden onwettig is. De rechter gaat zo nog wel even door, met verwijzingen naar belanghebbende mededelingen zoals een krantenbericht uit Le Soir ,een persbericht van AFP dat werd overgenomen door La Libre Belgique of een citaat uit een wetenschappelijk artikel over de verspreiding van het virus (inclusief een indrukwekkend ogende tabel), maar wel zoals overgenomen in de krant. De rechter vindt in die tabel steun voor zijn stelling dat het virus zich niet verspreidt door het hoesten, maar dat het gewone pleiten volstaat. “La plaidoirie est donc par essence contaminante et le port du masque buco-nasal devrait rendu obligatoire dans les rétoires, au premier chef pour les plaideurs”. Omdat het KB dit niet aan advocaten oplegt, vindt de rechter blijkbaar dat het KB niet kan worden toegepast.

Ten behoeve van wie het wil horen voegt de rechtbank daar nog tussendoor nog een werelds praktisch bezwaar aan toe: “la justiciable doit savoir que le tribunal de l’entrerprise francophone de Bruxelles est installé dans un bâtiment à chassis fixes, sans aucune possibilité d’aération vers l’extérieur, et que l’air circule (on non…) via un système de ventilation-chauffage-refroidissement dont les déficiences sont de notoritié publique”.

Het alternatief van de videozitting kan volgens de rechter ook geen soelaas bieden. Die ‘pseudozittingen’ zijn – uiteraard – ook strijdig met het EVRM. Ze verlopen bij justitie bovendien via Webex Meetings dat eigendom is van (de Amerikaanse vennootschap) Cisco, zodat volgens de Amerikaanse wetgeving (al dan niet geheime) Amerikaanse diensten de zittingen kunnen afluisteren. Daarom kon de rechter niet anders dan de zaak voor onbepaalde tijd uit te uitstellen. Dat na 17 juni al die noodmaatregelen opgeheven zijn lijkt de rechter te ontgaan. Of de rechtbank er ook bij stilgestaan heeft of de  rechtzoekende die deze 11 pagina’s ontvangt daarmee de indruk krijgt dat hij ernstig wordt genomen is niet bewezen.  Of dit gesnuffel justitie vooruithelpt nog minder.

Dinsdag heeft een meerderheid in de Kamercommissie Justitie een wetsvoorstel goedgekeurd om de inkomensgrenzen voor de juridische tweedelijnsbijstand op te trekken. Volgens de indieners moet daardoor justitie betaalbaarder worden voor meer burgers. Het voorstel werd enkel gesteund door Ecolo/Groen, PS/Sp.a, PVDA en CdH. Misschien moeten sommige rechters daar ook eens over nadenken.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

1 Comment

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.