Op 8 mei herdenken we 81 jaar vrede in Europa. Maar de architect van die vrede, Henri La Fontaine, — een Brusselaar, een jurist, een Nobelprijswinnaar — is zo goed als vergeten. Dat is meer dan een lacune. Dat is een symptoom.
Stel u voor: een Brusselaar, geboren in 1854, die als jurist en senator opriep tot de oprichting van een wereldparlement, een internationaal gerechtshof, een wereldbank en een gemeenschappelijke internationale taal. Die zijn hele leven vocht voor vrouwenrechten, voor arbitrage boven oorlog, voor internationaal recht als fundament van de beschaving. Die in 1913 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. En die vandaag, in zijn eigen land, nauwelijks gekend is.
Henri La Fontaine. Onthoud die naam
Op 8 mei herdenken we dat Europa meer dan tachtig jaar geleden, na twee verwoestende wereldoorlogen, koos voor een andere weg. We herdenken de overwinning van de geallieerden tegen het Nazisme in Europa. Maar we herdenken zelden degenen die al vóór die oorlogen waarschuwden, die institutionele architectuur ontwierpen om ze te voorkomen, die met pen en recht vochten waar anderen met wapens zouden volgen.
Henri La Fontaine was zo iemand. In 1916, terwijl Europa in brand stond en hij vanuit ballingschap schreef, publiceerde hij zijn Magnissima Charta, een constitutioneel blauwdruk voor wereldvrede. Geen utopisch droomwerk: een juridisch doordacht voorstel voor internationale instellingen die staten zouden binden. Wat hij bepleitte, werd na 1945 gedeeltelijk werkelijkheid: de VN, het Internationaal Gerechtshof, de Wereldbank, de voorlopers van de EU. La Fontaine had het twintig jaar eerder al uitgetekend.
Vrede is geen toestand. Het is een constructie
Dat is misschien de meest actuele les die La Fontaine ons nalaat. Hij geloofde niet in vrede door goede wil alleen, niet in vrede als sentiment. Hij geloofde in vrede als institutionele architectuur: afspraken, rechtbanken, verdragen, instellingen die staten aan regels binden ook wanneer de verleiding tot eigenbelang groot is. “Er bestaat een techniek voor vrede, net zoals er een techniek voor oorlog bestaat”, schreef hij. Vrede is maakbaar. Maar alleen als je haar bouwt.
Kijk om u heen in 2026. De multilaterale orde kraakt. De NAVO staat onder druk. De VS trekken zich terug uit internationale akkoorden. Populistische regeringen beschouwen internationale rechters als vijanden van de volkswil. Oorlog is teruggekeerd op het Europese continent. En in Brussel — de hoofdstad van Europa, de stad van La Fontaine — discussiëren we over de vraag of internationale instellingen nog wel relevant zijn.
Henri La Fontaine zou dit herkennen. Hij heeft het al eens meegemaakt.
Een vergeten Belg in het hart van Europa
Het is beschamend hoe weinig bekendheid Henri La Fontaine geniet. Er is geen standbeeld op de grote pleinen van Brussel. Geen school die zijn naam draagt in zijn geboortestad. In de catalogus van Belgische nationale helden ontbreekt hij volledig.
Nochtans is zijn biografie ronduit indrukwekkend. Doctor in de rechten aan de ULB in 1877. Professor internationaal recht. Senator voor de Belgische Werkliedenpartij van 1895 tot 1932, vicevoorzitter van de Senaat. Medeoprichter — samen met Paul Otlet — van het Institut International de Bibliographie, een vroege voorloper van wat wij vandaag het internet zouden noemen. Voorzitter van het Internationaal Bureau voor de Vrede gedurende 36 jaar. Stichter van de Belgische Liga voor de Rechten van de Vrouw. En in 1913: Nobelprijs voor de Vrede.
Ik had hem graag ontmoet. Niet alleen omwille van zijn gedachtengoed, maar ook omdat hij bevriend was met mijn betovergrootvader, Jules Thiriar — eveneens senator, maar dan voor de Liberale partij, en eveneens professor aan de ULB, maar aan de faculteit geneeskunde. Twee mannen die politiek op een andere golflengte zaten, van verschillende partijen, met een ander wereldbeeld en toch vrienden. Dat tekent een tijdperk. Een tijdperk waarin men respect kon opbrengen voor de intellectuele integriteit van de tegenstrever, waarin vriendschap sterker was dan partijlijn, waarin het debat over ideeën ging en niet over vijandbeelden. Wij zouden er goed aan doen ons dat te herinneren, juist nu.
Waarom is hij vergeten? Misschien omdat zijn overwinningen stilzwijgend zijn. Oorlogen die niet plaatsvinden, zijn onzichtbaar. Vredesarchitectuur trekt geen camera’s. Misschien ook omdat hij overleed in mei 1943, midden in de tweede catastrofe die hij had proberen te voorkomen, een bittere noot voor een leven gewijd aan de onmogelijkheid van oorlog.
8 mei als moment van herinnering én engagement
8 mei 2026. Meer dan tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Het is een datum die vraagt om meer dan bloemen en stilte. Het vraagt om de vraag: wat hebben wij geleerd van degenen die ons dit Europa hebben nagelaten?
La Fontaine leerde ons dat vrede niet vanzelfsprekend is en niet gratis. Dat zij gebouwd moet worden met recht, met instellingen, met internationale samenwerking, ook wanneer dat politiek ongemakkelijk is. Dat soevereiniteit geen absoluut begrip is, maar moet worden ingebed in een groter geheel van gedeelde regels en gedeelde verantwoordelijkheid.
Die boodschap is vandaag actueler dan ooit. Op het moment dat sterke mannen beweren dat internationale instellingen zwakheid zijn, dat verdragen ketenen zijn, dat elke natie het alleen beter doet: La Fontaine antwoordde daar al op, met feiten en met recht, meer dan een eeuw geleden.
Laten we op 8 mei niet alleen de doden herdenken. Laten we ook de denkers eren: de mensen die met ideeën vochten, die met recht bouwden, die geloofden dat de wereld beter kon zijn als mensen besluiten haar beter te maken.
Henri La Fontaine was zo iemand. Het wordt tijd dat we hem teruggeven aan de plek waar hij thuishoort: het hart van het Europese debat.



0 reacties