Samenwerkingsverbanden tussen advocaten cover

10 mrt 2023 | Management & Deontology

Samenwerkingsverbanden tussen advocaten

Recente vacatures

Advocaat
Burgerlijk recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht Verzekeringsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel
Legal Counsel
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel

Aankomende events

Opgelet: dit artikel werd gepubliceerd op 10/03/2023 en kan daardoor verouderde informatie bevatten.

Tot de eerste helft van de twintigste eeuw was het onkies om het beroep van advocaat uit te oefenen via samenwerkingsverbanden. Geleidelijk aan zijn kleinere en grotere advocatenkantoren ontstaan en deden ook internationale kantoren (voornamelijk Angelsaksische en Nederlandse) hun intrede op de Belgische advocatenmarkt. Deze kantoren bekwamen rechtspersoonlijkheid, eerst als burgerlijke vennootschappen onder de vorm van een handelsvennootschap en sedert 2018 voluit als ondernemingen. Sedert twee decennia zijn ook multidisciplinaire samenwerkingen bij ons actief.

Volgens de meest recente Advocatenbarometer (W. Hardyns en S. Parmentier, De Advocatenbarometer 2020, BoomJuridisch, 2021) zijn 33 % van de nagenoeg 11.000 Vlaamse advocaten nog solist, 26 % oefent het beroep uit in een kostendelende groepering en 40 % onder de vorm van een associatie.

Het is nuttig om eerst kort stil te staan bij de samenwerkingsverbanden tussen advocaten. Zij werden laatst gereguleerd door de algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies van 25 april 2019. Deze bepalingen zijn in werking getreden sedert 13 september 2019 en vinden hun weerslag in de artikelen 170 tot en met 174 van de Codex Deontologie voor Advocaten (hierna verder: CDA).

Een samenwerkingsverband wordt gedefinieerd als een duurzame samenwerking tussen advocaten die de uitoefening van het beroep van advocaat of de ondersteuning van die uitoefening beoogt en die een gemeenschappelijke onderneming tussen haar leden vergt (artikel 170.1 CDA). De leden ervan zijn identificeerbaar en herkenbaar als advocaat (artikel 171.16 CDA). Ieder samenwerkingsverband tussen advocaten vereist een schriftelijke overeenkomst, die vooraf ter goedkeuring aan de stafhouder wordt meegedeeld.

Een advocaat kan voortaan lid zijn van meer dan één samenwerkingsverband, indien de onderliggende overeenkomst of de statuten dit toelaten of indien er hiervoor een unanieme toestemming is van alle andere leden van het samenwerkingsverband

Er bestaan drie soorten samenwerkingsverbanden; de associatie waarbij de leden de uitoefening van hun beroep geheel of ten dele hebben ingebracht en hun baten of verliezen delen, de kostendelende groepering waarbij de leden overeenkomen hoe ze gemeenschappelijke diensten organiseren en de kosten hiervan delen en ten slotte het netwerk, waarbij de leden het beroep onafhankelijk van elkaar uitoefenen maar elkaar wel onderling aanbevelen. Vaak gelden er in een kostendelende groepering ook afspraken over een vergoeding of compensatie wanneer cliënteel onderling wordt doorverwezen of wanneer namens een kantoorgenoot wordt opgetreden, wat maakt dat dit bijna een associatie met gedeeltelijke inbreng wordt. Netwerken doen zich dan weer voornamelijk voor in een internationale context.

Een advocaat kan voortaan lid zijn van meer dan één samenwerkingsverband, indien de onderliggende overeenkomst of de statuten dit toelaten of indien er hiervoor een unanieme toestemming is van alle andere leden van het samenwerkingsverband. Dit lidmaatschap van meer dan één samenwerkingsverband brengt ook met zich mee dat een veel uitgebreider nazicht van mogelijke belangenconflicten noodzakelijk zal zijn.

Nazicht van belangenconflicten

De advocaat kan niet optreden wanneer dit aanleiding geeft tot een belangenconflict of tot een wezenlijke dreiging daartoe (art. 5 CDA). Bovendien betreffen de onverenigbaarheden of verboden niet alleen de betrokken advocaat, maar ook alle andere leden van zijn kantoor (art. 17bis CDA, zoals ook hernomen in de art. 171.8, 171.12 en 171.13 CDA.)

Het nazicht van gebeurlijke belangenconflicten is ook verplicht maar zal nog uitgebreider moeten zijn wanneer een advocaat lid is van meer dan één samenwerkingsverband of wanneer een samenwerkingsverband op haar beurt ook deel uitmaakt van een ander samenwerkingsverband (art. 172.4 en 173.6 CDA).

Deze strenge bepalingen om de belangenconflicten uit te sluiten en de rechtzoekende niet de foute perceptie te geven dat de kernwaarde van het vermijden van belangenconflicten er niet zou toe doen, creëert anderzijds wel moeilijkheden. Dit is zeker het geval wanneer een lid van een samenwerkingsverband, weze het een vennoot, medewerker of stagiair, zou overstappen naar een ander samenwerkingsverband en er tussen de beide kantoren één of meerdere procedures hangende zijn. In principe spelen dan de regels van het belangenconflict en kan niet verder worden opgetreden of kan de overgang niet doorgaan. Anderzijds geldt ook de vrijheid van ondernemen. Het lijkt dan ook aangewezen om de bepalingen inzake de belangenconflicten, in het bijzonder artikel 17bis CDA, verder te verfijnen in functie van het overstappen naar een ander kantoor.

Internationaal

Gelet op het vrij verrichten van diensten kunnen ook andere EU-advocaten in België een titel voeren die overeenstemt met die van advocaat. De artikelen 477bis tot en met 477nonies Gerechtelijk Wetboek omschrijven de voorwaarden daartoe. Zo kunnen zij ook deel uitmaken van een samenwerkingsverband van advocaten.

Ook de Codex Deontologie voor Advocaten bepaalt uitdrukkelijk dat Vlaamse advocaten een samenwerkingsverband naar buitenlands recht of een samenwerkingsverband kunnen aangaan met buitenlandse advocaten of met hun samenwerkingsverbanden (artikelen 171.3 tot en met 171.6 CDA).

Wet is niet aangepast aan de realiteit

Hoewel ruim twee derden van de Vlaamse advocaten hun beroep uitoefenen in een samenwerkingsverband en meestal ook als samenwerkingsverband naar buiten toe optreden in hun organisatie, communicatie en advisering van cliënteel, loopt de wet achter. Overeenkomstig artikel 428 Gerechtelijk Wetboek blijft het beroep van advocaat nog altijd uitsluitend voorbehouden voor fysieke personen. Anders dan bij de bedrijfsrevisoren, accountants, belastingconsulenten of andere geregulariseerde vrije beroepers kent de advocatuur enkel een tableau van advocaten, maar niet van rechtspersonen.

Dit beantwoordt niet aan de realiteit. Erger nog, dit kan leiden tot absurde rechtspraak waarbij een eenzijdig verzoekschrift, dat overeenkomstig artikel 1026 Gerechtelijk Wetboek door een advocaat moet worden ondertekend, nietig wordt verklaard wanneer het wordt ondertekend door een advocatenkantoor, vertegenwoordigd door een van haar leden (voorzitter rechtbank Dendermonde 27 oktober 2016). Anderzijds is het noodzakelijk de rechtspersoon (advocatenkantoor) die op straffe van niet toelaatbaarheid van de vordering, tot invordering van de door het kantoor opgemaakte factuur dient over te gaan en is het de rechtspersoon die civiel aansprakelijk kan worden gesteld wegens een beroepsfout.

Het verslag tot modernisering van het beroep van advocaat[1] pleitte er ook voor om, naast het tableau en de lijst van de fysieke advocaten, een tableau te hanteren van advocatenvennootschappen. Zo lang dit niet gebeurt, vallen de samenwerkingsverbanden niet onder het tuchtgezag van de stafhouder, wat nog moeilijk kan worden verantwoord.

Nochtans verwijst de Codex Deontologie voor Advocaten ook nu al herhaaldelijk naar samenwerkingsverbanden, hoewel ze als rechtspersoon niet onderworpen zijn aan enig toezicht. Enkel de aanwijsbare natuurlijke persoon aan wie een bepaalde gedraging toerekenbaar zou zijn, kan hierover worden aangesproken. Denk bijvoorbeeld aan de bepalingen in de Codex inzake samenwerkingsverbanden, inzake witwaspreventie, inzake de derdenrekening, inzake publiciteit. Het strafrecht kent in artikel 5 Strafwetboek al sedert 1999 de strafbaarstelling van de rechtspersoon. Is het dan niet eindelijk tijd om een rechtspersoon die het beroep van advocaat uitoefent ook als dusdanig te erkennen en onder het tuchtgezag van de stafhouder te plaatsen?

Dit komt bovendien noodzakelijk voor in een moderne en aangepaste deontologie, waarin mogelijk sprake zou zijn van de advocaat die bediende is van een advocatenkantoor of bij een doeltreffend toezicht op samenwerkingsverbanden tussen advocaten en derden.

Is het dan niet eindelijk tijd om een rechtspersoon die het beroep van advocaat uitoefent ook als dusdanig te erkennen en onder het tuchtgezag van de stafhouder te plaatsen?

Bij de plannen van de minister van Justitie tot modernisering van het beroep van advocaat, werd ook dit onderwerp (een tableau van advocatenvennootschappen) opnieuw voorgelegd aan de communautaire Ordes. De algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies heeft deze vraag op haar vergadering van 8 februari 2023 negatief beantwoord. Een tableau van samenwerkingsverbanden zal dus nog niet voor morgen zijn.

Een advocaat of een samenwerkingsverband kan ook meerdere kantoren houden, in binnen- of buitenland (art. 180-181 CDA). In elke vestiging van het samenwerkingsverband houdt minstens één lid van het samenwerkingsverband kantoor. Deze verplichting lijkt moeilijk afdwingbaar, nu de samenwerkingsverbanden vooralsnog niet onder het tuchtgezag van de stafhouder vallen. Ook moet de advocaat in elk kantoor beschikken over een infrastructuur die een behoorlijke uitoefening van het beroep mogelijk maakt (art. 186 CDA). Wat dit precies inhoudt, blijft een open norm.

Samenwerkingsverbanden met derden

De multidisciplinaire samenwerking of multidisciplinaire praktijk (MDP) kent ook bij ons een geschiedenis van meer dan twintig jaar, die hier niet moet hernomen worden. Samen met de samenwerkingsverbanden tussen advocaten, heeft de algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies van 25 april 2019 ook gereguleerd inzake de samenwerkingsverbanden tussen advocaten en niet-advocaten, de huidige artikelen 176 tot en met 179 CDA. Net zoals bij de samenwerkingsverbanden tussen advocaten, kent ook deze vorm van samenwerking de associatie met gehele of gedeeltelijke inbreng, de kostendelende groepering en het netwerk.

Het is evident en het lijkt dus wel een overbodige bepaling dat de advocaat in zijn multidisciplinaire samenwerking het respect voor de kernwaarden en de naleving van de deontologische regels verzekert (art. 177.1 CDA). Tot deze kernwaarden behoort ook het vermijden van ieder belangenconflict, dus ook met de niet-advocaat of met zijn cliënt (art. 178bis.7 CDA). Het komt de advocaat toe nazicht te doen van mogelijke belangenconflicten, die zich ook hier uitstrekken tot alle vennoten, medewerkers en stagiairs.

De multidisciplinaire groepering en het multidisciplinair netwerk worden uitdrukkelijk toegestaan. De overeenkomst daartoe wordt vooraf aan de stafhouder meegedeeld. IT, administratie, dossierbeheer en archief moet duidelijk afgescheiden zijn van de niet-advocaten, de zogenaamde Chinese Walls. Het briefpapier vermeldt enkel de leden die advocaat zijn en de uitgaande communicatie mag niet uitsluitend de kantoornaam vermelden. Het aandeel in de kosten bij de kostendelende groepering mag geen verborgen inkomstenverschuiving inhouden.

De multidisciplinaire associatie en het vreemd kapitaal blijven verboden

Een advocaat mag in het Vlaams rechtsgebied geen multidisciplinaire associatie vormen. Dit verbod wordt om de twee jaar geëvalueerd (art. 178 CDA). De advocaat mag wel lid zijn van een buitenlandse multidisciplinaire associatie, voor zover hij in Vlaanderen de beroepsregels naleeft waaraan de Vlaamse advocaten zijn onderworpen, daarin dus ook begrepen het verbod om hier een multidisciplinaire associatie te vormen (art. 171.5 en 171.6 CDA).

Ook het vreemd kapitaal (de inbreng door niet-advocaten) wordt verboden. Enkel advocaten mogen zitting houden in het bestuursorgaan van een associatie en het verlies van de hoedanigheid van advocaat brengt de verplichting mee om als bestuurder terug te treden en om zijn aandelen over te dragen (art. 172.5 CDA).

De multidisciplinaire associatie is daarentegen wel mogelijk als ze tijdelijk en projectgebonden is (art. 179 CDA). Men kan hierbij denken aan het indienen van een gezamenlijke offerte bij een aanbesteding.

Evaluatie van het verbod

Na twee jaar werd het verbod geëvalueerd op de algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies van 25 mei 2022, die het verbod heeft gehandhaafd. Deze evaluatie volgde niet enkel na debat binnen de algemene vergadering, doch hieraan was ook een bevraging onder de stafhouders voorafgegaan en een panelgesprek met de vertegenwoordigers van de verschillende beroepen op het congres van de OVB van 29 april 2022. Er werd vastgesteld dat ook de andere beroepen geen vragende partij zijn om de multidisciplinaire samenwerking nog verder te gaan integreren.

Welke elementen hebben bij deze evaluatie meegespeeld?

De wet in de eerste plaats. Er is niet alleen de onmogelijkheid om tuchtgezag uit te oefenen over rechtspersonen (zie hiervoor), maar er is ook de wettelijke mogelijkheid voor iedere lokale raad van een Orde om aan een EU-advocaat het recht te ontzeggen om deel uit te maken van een multidisciplinaire associatie of een advocatenkantoor met vreemd kapitaal (art. 477octies §5 Gerechtelijk Wetboek).

Naast de wet is er de hoogste rechtspraak. Reeds in het arrest Wouters/NOvA (HvJ 19 februari 2002) werd duidelijk geoordeeld dat het (Nederlands) verbod niet strijdig was met het mededingingsrecht, dat er een wezenlijk onderscheid bestaat tussen de adviserende functie van de advocaat en de controlerende functie van de accountant en dat de beide beroepen geen vergelijkbaar beroepsgeheim hebben. Ook de arresten Akzo Nobel benadrukken de bijzondere bescherming van het beroepsgeheim van de advocaat, waarop zelfs de in house lawyer zich niet kan beroepen (Zie in het bijzonder HvJ 14 september 2010). Ook ons eigen Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad van State hebben zelfs nog zeer recent het specifieke karakter van de onafhankelijkheid van de advocatuur en het strikte beroepsgeheim van de advocaat, twee kernwaarden van openbare orde, benadrukt (Grondwettelijk Hof 15 september 2022 inzake DAC6). Laat ons dus zelf aan die kernwaarden, die de eigenheid van ons beroep rechtvaardigen, geen afbreuk doen.

Jan Meerts, de auteur schrijft deze bijdrage in eigen naam


Referenties

[1] P. Henry en P. Hofströssler, De toekomst van het advocatenberoep, 25 februari 2018.

Recente vacatures

Advocaat
Burgerlijk recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht Verzekeringsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel
Legal Counsel
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.