Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

De standpunten en opinies vertolkt in de artikels die onder de Jubel-postbus verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Steeds meer burgers stappen zelf naar de rechter voor zaken van algemeen belang. Op die wijze werden de Oosterweelwerken door de Raad van State tweemaal stil gelegd. Dat is geen kleinigheid, vermits het om het grootste Vlaamse project ooit gaat. Hetzelfde rechtscollege vernietigde verschillende ruimtelijke uitvoeringsplannen van verschillende gemeenten wegens het bestaan van voorafgaande akkoorden met bouwpromotoren. De bestuurlijke afhandeling van deze dossiers waarbij de burger in het gelijk werd gesteld wordt echter niet gevolgd door een strafrechtelijke. Waarom gaat de auditeur, de vertegenwoordiger van de gemeenschap bij dit bestuurlijk college, wél in op de vragen van de burger en blijft zijn collega bij de strafrechtbank, de procureur des Konings, zonder actie of is deze minstens niet zichtbaar?, vraagt gewezen rechter Walter De Smedt zich af in dit opiniestuk.

Functie van de procureur

Het Landinvest-dossier werd door de procureur “geseponeerd”, en het is niet geweten wat er gebeurt met de lijst van misdrijven die door de onderzoekscommissie op het Publifin-schandaal aan het parket werd overgemaakt. Het Borealis-schandaal kwam er pas omdat een gewezen magistraat de mensenhandel in de openbaarheid bracht. In zowel het Fortis-onderzoek als in de Kazachgate werden “disfuncties” van hoge parketmagistraten blootgelegd. Het Openbaar Ministerie (OM) maakte ook zelden en summier gebruik van de door de wet-Franchimont voorgeschreven mogelijkheid om mededelingen te doen over lopende onderzoeken wanneer het openbaar belang het vereist. Na bijna dertig jaar onderzoek weet buiten de onderzoekers niemand wie er achter de bende van Nijvel zit en evenmin wat de oorzaken zijn van de mislukking van het onderzoek. Het is alsof er bij de parketten voor politiek gevoelige dossiers een “pleinvrees” is ontstaan.

Beantwoordt het “Openbaar” Ministerie nog wel aan het doel en aan de opdracht waar het zijn bestaan aan dankt, de bescherming van het “openbaar” belang?

Tegelijk wilde justitieminister Koen Geens unisono met de procureurs-generaal door de afschaffing van de burgerlijkepartijstelling de toegang van de burger tot de onderzoeksrechter beletten. Vandaar de vraag: beantwoordt het ‘Openbaar’ Ministerie nog wel aan het doel en aan de opdracht waar het zijn bestaan aan dankt, de bescherming van het ‘openbaar’ belang?

De missie van het Openbaar Ministerie wordt als volgt geformuleerd: “Het Openbaar Ministerie wil proactief en repressief de criminaliteit beheersen en verminderen en aldus bijdragen tot een leefbare en veilige samenleving. Daartoe wil het Openbaar Ministerie ketengericht en herstelgericht werken. Voor de rechtszoekende wil het Openbaar Ministerie garant staan voor een kwaliteitsvolle gemeenschapsgerichte dienstverlening. Vanuit een integraal kwaliteitsmodel wil het Openbaar Ministerie zichzelf doelmatig en doeltreffend organiseren op een wetenschappelijk en statistisch onderbouwde wijze. Als wezenlijk onderdeel van de democratische rechtstaat wil het Openbaar Ministerie transparant zijn en verantwoording afleggen over het gevoerde beleid (website OM).

Of ‘Disfunctie’?

Hoe kan het OM bijdragen tot een leefbare en veilige samenleving? Het antwoord is erg duidelijk: door de opsporing en de vervolging van misdrijven. Het is dus de vraag wat het OM heeft gedaan met de vele misdrijven die in de reeks schandalen aan het licht kwamen. Ook hier is het antwoord duidelijk. Sinds het Agusta-proces heeft geen enkel schandaal een behoorlijke strafrechtelijke uitkomst gekend. Twee elementen zijn daarbij opmerkelijk: de strafrechtelijke afhandeling werd door een enkel politiek-bestuurlijke vervangen, het begrip misdrijf door de omschrijving “disfunctie”. Parlementaire onderzoeken, zowel federale als gewestelijke, waarvan meerdere de bevoegdheid van een onderzoeksrechter verkregen, hebben zich over de schandalen gebogen. Daarbij werden telkenmale heel wat ernstige fouten en tekortkomingen aangetoond. In de besluitvorming werd echter niet over fout of tekortkoming gesproken.

Omdat deze begrippen tot aanduiding van de verantwoordelijkheid en de daarmede samengaande schadevergoeding kunnen leiden werd een nieuw begrip, de “disfunctie”, bedacht. Het lege begrip “disfunctie” leidt tot niets, noch tot aanduiding van verantwoordelijkheid, en evenmin tot sanctionering ervan. Dat is dan ook het resultaat van al deze politiek-bestuurlijke afhandelingen gebleken: in de besluitvorming werd zowel het één als het ander ontweken. Ondertussen disfunctioneren wij verder.

Wat heeft de parketmagistratuur belet een gepast gevolg te geven aan de door het politiek-bestuurlijk onderzoek aangetoonde ernstige en samenlopende aanwijzingen van het bestaan van meerdere misdrijven? Hoe heeft het parket de nog steeds bestaande plicht tot opsporing en vervolging ingevuld? De Antwerpse dossiers kunnen als voorbeeld dienen. Het onderzoekswerk van nieuwswebsite Apache bracht ernstige aanwijzingen van meerdere misdrijven aan het licht. Was het dan met het oog op een “leefbare samenleving” niet aangewezen er minstens een ernstig opsporingsonderzoek op te doen? Is er buiten de snelle seponering van het dossier nog wat anders gebeurd?

3M

Het Oosterweel-onderzoek bracht ernstige aanwijzing van het misdrijf van samenspanning van ambtenaren naar voor. De aanvankelijk door de raad van bestuur van BAM-LANTIS opgestelde dagvaarding van 3M in schadevergoeding werd vervangen door een geheime dadingovereenkomst waarin de wettelijke verplichting om de schade door de vervuiler te doen betalen werd miskend en vervangen door de miljoenenschade lastens de belastingbetaler te leggen. Is dat dan geen samenkomst van ambtenaren waarin maatregelen worden genomen tegen de dwingende wettelijke bepalingen? Wat is de bijdrage van het OM in de door deze vervuiling ontstane onleefbare en onveilige samenleving?

Tijdens het Agusta-proces en het Dutroux-drama werd procureur-generaal Eliane Liekendael verweten dat zij wereldvreemd was. Haar antwoord was eenvoudig: zij was verplicht de wet toe te passen. Wat is er intussen gebeurd dat het nu anders is geworden?

Het statuut van het Openbaar Ministerie heeft altijd al een dubbele bodem gekend. Het samengaan van het statuut van openbaar ambtenaar en vervolgingsmagistraat, eigen aan de Napoleontische opvatting, heeft steeds voor de nodige spanningen gezorgd. Anderzijds hebben meerdere mercuriales van verschillende procureurs-generaal bij het hof van cassatie de nadruk gelegd op de onafhankelijkheid van de parketmagistratuur in het algemeen en van de individuele parketmagistraat in het bijzonder. Opeenvolgende hervormingen hebben daarin meerdere wijzigingen gebracht.

De oprichting van een federaal parket bracht deze dienst onder versterkt ministerieel gezag en gaf deze dienst de bevoegdheid om dossiers aan de andere parketten te onttrekken. Dat was het geval met het voornaamste dossier, namelijk het onderzoek naar de moorden van de bende van Nijvel. Het is nu de vraag of het samenvoegen van een reeks van misdaden waarvan de samenhang betwistbaar is de beste oplossing was voor de goede rechtsbedeling.

‘Top-down’

Ook de nieuwe opvatting over de vorm van de gehele gerechtelijke organisatie heeft zijn gevolgen. Voorheen was het gerecht een bottom-uporganisatie waarin het resultaat van de werking, door de toepassing van de rechtsmiddelen beroep en cassatie, voor eenheid en rechtszekerheid zorgde. Justitieminister Annemie Turtelboom bracht daar, om een eenheid in de “algemene” rechtsspraak te bekomen, het begrip ‘Top-down in. De bevoegdheden van de korpsoversten werden gevoelig versterkt ten nadele van de toewijzing van de volledige rechtsmacht aan iedere kamer.

De stelselmatige niet- of willekeurige uitvoering hebben de geldingskracht van strafrechtelijke uitspraken sterk aangetast en de langdurige en arbeidsintensieve werking van het uitgebreid vooronderzoek en het tegensprekelijk debat voor de strafrechter, waarin alle elementen aan bod komen, ernstig gerelativeerd.

Afkoopwet

De afkoopwet maakte een eind aan het “eerlijk” proces. Wie er het geld voor had kon nu de strafrechterlijke beoordeling ontlopen en zijn schuld en boete afkopen door een tussen de procespartijen in het geheim gemaakte deal. Een aanpassing van de wet ontkent de voornaamste waarborg voor een behoorlijke afhandeling: de raadkamer beslist met gesloten deuren.

Een door het bendeonderzoek vastgestelde ernstige disfunctie, de overmacht van het openbaar ministerie op de onderzoekspistes en de onderzoeksstrategie, werd geïnstitutionaliseerd door de toekenning van het gehele strafrechtelijk beleid aan slechts één politieke mandataris, aan enkel de justitieminister. De onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie werd er in herleid tot een enkel advies en de tot de verplichting om de ministeriële richtlijnen uit te voeren.

Operatie Kelk

De operatie Kelk, de door de onderzoeksrechter genomen maatregel die het rechtscollege in staat moest stellen over het mogelijk schuldig verzuim door de Kerk te oordelen, werd doorkruist door de oprichting van een parallelle vorm van onderzoek en beoordeling door een commissie van de verdachte partij, van de Kerk zelf. Door de teruggave van de in beslag genomen stukken werd een openbaar en tegensprekelijk debat over de mogelijke bewijzen onmogelijk gemaakt.

Het was één van de geplande hervormingen om het vooronderzoek aan de rechter te ontnemen en het te vervangen door een onderzoeksmonopolie van het openbaar ministerie. Het plan stuitte echter op de vaststelling dat dergelijke afhandeling, om het eerlijk te houden, andere vormen van toezicht vereist die heel wat langer en omvangrijker konden worden.

Aan voorgaande vaststellingen kan je een merkwaardig besluit halen: de aangehouden pogingen om de onderzoeksrechter te vervangen door een rechter van het onderzoek en om de eindbeoordeling door de strafrechter te ontwijken door andere wijzen van afdoening gingen samen met ingrepen in het statuut van het Openbaar Ministerie die telkenmale een ernstige versterking van de uitvoerende macht uit maken. Het is dankzij de invloed van de Angelsaksische opvatting over de vereisten van “het eerlijk proces” dat deze hervormingsdrift kon herleid worden. De Napoleontische handigheid die aan één procespartij, aan het Openbaar Ministerie, een bevoorrechte plaats gaf en daardoor aan de uitvoerende macht een toegang tot de strafrechtelijke afhandeling, werd evenwel gehandhaafd en zelfs gevoelig versterkt.

Hoe kan het Openbaar Ministerie als wezenlijk onderdeel van de democratische rechtstaat verantwoording afleggen over het gevoerde beleid?

Daardoor komt ook het laatste element van de missie van het Openbaar Ministerie in vraag: hoe kan het als wezenlijk onderdeel van de democratische rechtstaat verantwoording afleggen over het gevoerde beleid? Telkenmale daartoe in een parlementair onderzoek de mogelijkheid werd gegeven werd het door het OM afgewezen, mededelingen over lopende onderzoeken waren erg summier of nietszeggend, de geheimhouding over het belangrijkste werd tot dertig jaar verlengd.

Aan het statuut van de rechter, kan je niets wijzigen. Dat is universeel en grondwettelijk vastgelegd. Dat maakt dat de pogingen van het vorige politiek beleid om het wel te doen de aandacht afleidde van de noodzaak om dat van één van de procespartijen te herbekijken. Dat de burger steeds meer door eigen initiatief naar de rechter stapt om een kwaliteitsvolle gemeenschapsgerichte dienstverlening te verkrijgen bevestigt deze noodzakelijkheid.

Walter De Smedt
gewezen voorzitter van de vereniging van onderzoeksrechters


Lees ook deze eerdere opiniestukken van oud-rechter De Smedt:

Een fonds voor justitie is geen goed gedacht: “Hou magistraten ver weg van het beheer van centen

Het betwistbaar sepot van het Fedasil-dossier

Hoe de toegang tot de rechter wordt aangetast


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?
Volg Jubel.be op LinkedIn

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

De standpunten en opinies vertolkt in de artikels die onder de Jubel-postbus verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.