Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Vlaanderen is massaal in de ban van “de warmste week”. De openbare omroep raakt een gevoelige snaar en dat zorgt voor hartverwarmende solidariteitsacties. Het thema dit jaar – “kunnen zijn wie je bent” – beroert velen.

In deze barre coronatijden, waarbij het perspectief van bruisende eindejaarsfeesten al stevig werd bijgesteld, sluipt er in ieder van ons wat Willem Elsschot meer dan honderd jaar geleden omschreef als “de weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat”.

Wat betekent het voor een advocaat nog “te kunnen zijn wie je bent”? Sommigen liggen onder vuur omdat ze van “het recht” hun levensdoel hebben gemaakt. “Kunnen zijn wie je bent”, is voor hen het onwankelbaar geloof in de rechtsstaat. Ze scholen zich permanent bij om de juridische techniek te beheersen en met een breed inzicht het bos van wettelijke regeldrift te kunnen blijven overschouwen, eerder dan de techniciteit van enkele pietepeuterige regeltjes van onaandachtige regelneven in de talrijke parlementen die ons land kent.

Het mag niet meer. Wie nu luidop zegt dat een advocaat feiten wil kneden naar een juridisch hanteerbaar kader: kijken of het bijvoorbeeld een huurovereenkomst is, of toch eerder een vruchtgebruik. Of wie wil analyseren of een situatie als een agentuur kan worden gekwalificeerd eerder dan een onbenoemd contract, is een manipulerende wereldvreemde jurist, die het alleen maar erger maakt door dan nog te hopen dat de rechtsregel de oplossing biedt voor het geschil. Dat is voor nogal wat advocaten nochtans “kunnen zijn wie je bent”, maar pek en veren zijn steeds vaker hun deel. Dat juridisch geneuzel is voor de groeiende schare aanhangers van het mantra van de bemiddeling en andere vormen van “alternatieve geschillenbeslechting” een aanfluiting op het herstellen van de dialoog tussen partijen. Rechten moeten worden vervangen door belangen. De rechtsregel is iets voor losers, iets wereldvreemds, iets wat het samenleven bemoeilijkt. Maar is er in deze warmste week nog wat empathie voor advocaten die graag jurist willen zijn door het recht te koesteren?

Deze week was er ook aandacht voor het assisenproces in Antwerpen dat achter gesloten deuren plaatsvindt. Assisen zonder publiek is zo’n beetje als frieten zonder vet. Interessant in dat verband was de getuigenis in de krant De Morgen (”Media-aandacht was extreem” – 18/12) over hoe slachtoffers of hun nabestaanden de assisenprocessen en de media-aandacht daarrond beleven. De vader van de vermoorde Annick Van Uytsel vond niet dat het assisenproces voor hem louterend is geweest. De moeder van de door Hans Van Temsche vermoorde peuter Luna was bikkelhard voor de advocatuur: “Advocaten zijn de best betaalde leugenaars ter wereld. Het assisenhof is hun circus waarin wij moeten meedraaien.” Bij assisen valt het oordeel door een volksjury zodat juridische techniciteit daar uit den boze is. De media-aandacht zorgt voor veel bijkomende emotie en de assisenpleiters kunnen dan misschien wel zijn wie ze zijn, maar hun cliënten zijn daar niet altijd happig om.

Kunnen zijn wie je bent als advocaat die de rechtsregel omarmt, is niet altijd eenvoudig. De Raad van State sprak zich in een arrest van 21 december uit over de rechtsgeldigheid van de verplichting voor kinderen om in de lagere school een mondmasker te dragen. De vordering werd verworpen omdat…. – doffe ellende – er gewoon geen regeling is! Er werd wel tot zoiets beslist in het intussen door iedereen gekend overlegcomité. De Raad van State merkt echter “volledigheidshalve” op dat “beslissingen” van het overlegcomité uit zichzelf geen rechtsgevolgen hebben. De enige “regelgevende activiteit” blijkt een mededeling op de website van de Vlaamse minister van onderwijs te zijn. De minister heeft echter geen “normatieve tekst” opgesteld. Leest u verder mee:

die nieuwsbrief (die) de erin opgenomen maatregelen als echte beslissingen wil voorstellen, beoogt (…) niet de schijn te wekken van een eenzijdige beslissing die genomen is door de minister. Welk karakter die mededeling dan ook moge hebben, vooralsnog kan de Raad van State hierin geen eenzijdige administratieve rechtshandeling bespeuren” en verder: “Het lijkt (..) ook duidelijk dat de minister niet eens de intentie heeft gehad om zelf de maatregel van de mondmaskerplicht in scholen voor kinderen van zes tot negen jaar te formaliseren”.

Als advocaten nog mogen zijn wie ze zouden moeten zijn, kunnen ze niet anders dan deze volksverlakkerij krachtig helpen bestrijden. Ministers die zeggen bindende normen op te leggen en dat niet doen verdienen niet het minste respect van advocaten die zijn wat ze behoren te zijn.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.