Iedere woensdag om 10 uur, al 10 jaar lang, verschijnt deze wekelijkse beschouwing over de juridische actualiteit van de afgelopen week. Het zou deze week dus kunnen gaan over de eedaflegging in handen van de Koning van prof. Frank Fleerackers tot rechter in het Grondwettelijk Hof (het Koninklijk Paleis verspreidde overigens mooie glamourfoto’s), of de aanstelling van gewezen VLD-politica Fientje Moerman tot Nederlandstalig voorzitter van datzelfde Grondwettelijk Hof. Het zou de aanleiding kunnen zijn voor een brede beschouwing over de belangrijke rol van het Grondwettelijk Hof in de bescherming van het beroepsgeheim van advocaten.
Er zou ook aandacht kunnen worden besteed aan het werkbezoek dat de minister van Justitie gisteren bracht aan het hof van beroep van Brussel (nadat ze eerder al bij de andere hoven van beroep was langs geweest). Op LinkedIn schreef ze dat ze veel “vernieuwende initiatieven” leerde kennen “waarmee de medewerkers en magistraten bouwen aan een modernere en toekomstgerichte justitie”. De vraag zou kunnen worden gesteld of er ook “vernieuwende initiatieven” zijn aangekondigd om te remediëren aan de schandalige gerechtelijke achterstand bij het hof van beroep te Brussel.
Het was allicht ook de hoogste tijd om het hier nu te hebben over de blijvende toename van het aantal “grondslapers” in de gevangenis. Er waren er gisteren 763. Iemand opsluiten en die zelfs geen bed gunnen, moeten we daar niet blijvend tegen in opstand komen?
Deze week geraakte ook het cassatiearrest van 3 april bekend. Een kinderpsychiater die kritiek uitte op een vaccinatiecampagne kreeg een zware tuchtstraf van de orde der artsen omdat hij het vertrouwen in de geneeskunde had ondermijnd. Hij was zonder de nodige nuance voor een breed publiek ingegaan tegen de officiële richtlijnen. Het Hof van Cassatie vindt dat een tuchtoverheid het uiten van een waardeoordeel enkel maar mag bestraffen wanneer dat oordeel werkelijk elke feitelijke grondslag mist. Daar zou een interessante overweging over het advocatenberoep aan kunnen worden gekoppeld.
Ook deze week viel de aandacht op een beslissing van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (die weliswaar al dateert van 19 maart): “Een roekeloos en ondoordacht gebruik van (…) AI-tools, die leiden tot ellenlange uiteenzettingen die soms zelfs niet ter zake doen, is deloyaal en verstoort de goede werking van de openbare dienst van de rechtsbedeling”. Op sociale media werd ook verwezen naar een arrest van 25 maart van het hof van beroep te Antwerpen. Daar betrof het een zaak waar iemand zijn advocaat had vervangen door AI (en in het ongelijk werd gesteld). Het hof veroordeelde de man tot een verhoogde rechtsplegingsvergoeding omdat AI de zaak nodeloos complex had gemaakt. Het zou de aanleiding kunnen zijn voor een beschouwing over de ethische grenzen van AI.
Helaas lukt het me deze week niet. Het gaat niet om writer’s block. Ik ben gewoon in de ban van mijn eigen navel en van de aankomende verkiezingen voor het voorzitterschap van de Orde van Vlaamse Balies (de primeur ontgaat u allicht: het is de eerste keer dat het woord “ik” in deze column binnensluipt). Die ietwat excentrieke persoonlijke ambitie is behoorlijk opslorpend en er zal vandaag (woensdag 22 april) over worden geoordeeld.
Het gaf aanleiding tot een voorzittersdebat dat online te volgen was. Die openheid was copernicaans vernieuwend, al zullen de kijkers misschien toch wat ontgoocheld zijn achtergebleven. Het bleek toch allemaal nogal technisch en braaf. Misschien moeten we schoorvoetend durven bekennen dat we inzake levendigheid van het debat nog wat kunnen leren van de politici. En, toegegeven, ik voel zowaar enige empathie voor deze politici. De democratie kan hardvochtig zijn en misschien ben ik woensdagavond wel de paria van de beroepsgroep. Het kan – laat ik dat dan maar hopen – ook omgekeerd zijn. Iedereen weet al jaren wat ik over veel dingen denk en vaak vinden advocaten (maar niet enkel zij) dat niet altijd verkeerd. Misschien mag ik die zelfverklaarde mondigheid nu inzetten voor een hoger doel.
Ik bedacht zonet dat het woord “overwinningsspeech” wel bestaat, maar niet zoiets als “nederlaagtoespraak”. Dat laatste wordt dan meestal aangeduid met de omschrijving dat iemand zijn verlies heeft toegegeven, wat vaak gepaard gaat met “een stap opzij zetten”.
Ik heb nogal de gewoonte om na verkiezingen verliezers te contacteren, die dan vaak opvallend vlot bereikbaar zijn. Daar ben ik al op voorbereid. Ik zal even halsstarrig onbereikbaar zijn.
Maar stel – vooralsnog een loutere hypothese – dat ik kan overtuigen, dat al mijn oprispingen van de voorbije jaren een vervolg kennen en een megafoon mogen worden voor de ganse advocatuur. Ja stel …
Maar in ieder geval: het woord “ik” in deze blog is eenmalig. Er moet weer dringend verder dan de eigen navel worden gekeken.
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.



0 reacties