Voor wie ooit een juridische opleiding volgde, leek het lange tijd een evidentie: het Europees recht heeft voorrang op het nationale recht. Het arrest “Franco-Suisse Le Ski” van ons Belgisch Hof van Cassatie is meer dan 50 jaar oud, maar staat nog steeds in alle handboeken en het vertolkt een van de fundamenten van ons rechtssysteem: een verdrag met directe werking (zoals het Europees Unieverdrag) heeft in de interne Belgische rechtsorde voorrang op de wetten en decreten van de Belgische parlementen en ook op de grondwet, zelfs wanneer deze wetten dateren van na de wet die het verdrag heeft goedgekeurd. Het is een juridische evidentie, zoals de regel dat je in het verkeer rechts moet rijden.

In die Europese constructie waakt het Hof van Justitie over de interpretatie van het Europees recht. Dat is cruciaal, nu dat recht ook door de nationale rechters moet worden toegepast en er nood is aan uniforme toepassing van dat Europees recht.

Vorige week besliste het Poolse Constitutionele Hof dat cruciale artikelen uit het Europees verdrag in strijd zijn met de Poolse grondwet en die laatste voorrang heeft op Europese regels. Polen zou anders zijn juridische soevereiniteit verliezen. Het is vooral de wijze waarop in het Europees recht de rechtsstaat wordt omschreven, met daarin een cruciale rol voor onafhankelijke rechters, die in Polen aanleiding geeft tot dit arrest. Eerder had al het Duits Grondwettelijk Hof bedenkingen bij de voorrang van het Europees recht wanneer het ging over de positie van de Europese Centrale Bank, maar nu gaat het verder: als de uitspraak van het Pools Grondwettelijk Hof zou worden uitgevoerd, verlaat Polen de Europese rechtsorde. Daar zullen dan in de eerste plaats de Poolse rechters het slachtoffer van worden. Zij zullen gesanctioneerd worden als ze nog het Europees recht willen toepassen wanneer dat ingaat tegen het Pools intern recht. Dat belet niet dat intussen Polen aanspraak maakt op 23,9 miljard Europese subsidies en 12,1 miljard aan leningen. Europa is echter geen zelfbedieningswinkel waar men vrij de schotel kan kiezen.

De juridische gemeenschap zou nu massaal aan de alarmbel moeten trekken en wijzen op de gevolgen die dat heeft voor de hele Europese constructie. De Brexit heeft ons toch duidelijk gemaakt dat Europa verlaten niet zo eenvoudig is en het nog maar zeer de vraag is of er wel winnaars zijn bij een dergelijk vertrek. Het verbaast dan ook dat er zoveel gelatenheid is bij die Poolse confrontatiestrategie. Er wordt nu weer gemobiliseerd over pakweg de klimaatopwarming, met jongeren die willen spijbelen en betogingen organiseren. Niets daarvan echter wanneer de Europese rechtsstaat op de helling staat, terwijl dit toch de basis is voor iedere gecoördineerde actie.

Het ontbreekt de juridische wereld aan een sense of urgency en er is al helemaal geen aanzet om de brede samenleving te overtuigen van de noodzaak tot reactie. Intussen staan de Poolse rechters in de kou en is het een kwestie van tijd voor het ook zo in Hongarije zal evolueren.

Volgens sommigen vergeet u echter best wat nu net las. Prof. Matthias Storme vindt op sociale media het arrest van het Poolse Grondwettelijk Hof “de logica zelve” en stelt zich de vraag of “de politieke macht kan worden overgedragen aan de EU als de grondwet daar niets over zegt? Kan de EU de grondwet overrulen?”. Overigens is hij niet de enige met een dergelijke reflex. In de Franse krant Le Figaro schrijft de gewezen secrétaire général van Franse Conseil Constitutionnel een opiniestuk met dezelfde ondertoon onder de titel: “Pourquoi tant de hargne contre la décision du tribunal constitutionnel polonais?” (Le Figaro, 12 oktober). Het hoofdartikel in de krant Le Monde (9 oktober) onder de titel “Ce qu’adhérer à l’UE veut dire” vindt dan weer dat de Poolse positie met wortel en tak moet worden uitgeroeid (“crever l’abcès”).

De zekerheden uit het Europees recht lijken nu plots niet meer verworven te zijn. Het open debat is een wezenlijk kenmerk van de democratische rechtsstaat. Zij die daarvan gebruik maken moeten ook beseffen dat wanneer de Poolse rechters aan dat open debat zouden meedoen er voor hen zware sancties dreigen, omdat een politieke partij erin geslaagd is het Poolse Grondwettelijk Hof naar haar hand te zetten. Dat klemt met de essentie zelf van de democratie, die er moet zijn voor de bescherming van de minderheid.

Juristen hebben dus de verdomde plicht om tegen deze gevaarlijke evoluties te blijven opkomen.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Jammer dat je twee zaken door elkaar gooit, wat oneerlijk. Je kan terecht bezorgd zijn over de wijze waarop de Poolse grondwettelijke orde de magistratuur organiseert en toch vinden dat het Pools grondwettelijk Hof perfect gelijk heeft wat de verhouding tussen grondwet en EU-recht betreft. Wat minder emotie en wat meer ratio zou tot een betere column leiden.