Jubel Talks II WVV-2

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Een jonge partijvoorzitter van een meerderheidspartij liet er geen twijfel over bestaan: “hé mannekes, ik ebbekik ook wel goesting in een frisse pint” en dus moeten we nog even op de tanden bijten om alzo de heropening van de cafés niet nog langer te vertragen. We zijn in oorlog tegen “het virus” en dus moeten de matekes, en ook diegenen die niet tot zijn vriendenkring behoren, niet moeilijk doen. De Grondwet en de grondrechten zijn oubollige fetisjen waar we best niet van wakker liggen. Hij voegde eraan toe dat hij zelf jurist is, waarbij hij in het midden liet of dat nu een verzwarende dan wel een verzachtende omstandigheid was voor zijn uitspraken. Maar dat onderscheid is voor de matekes zelf allicht niet erg pertinent, nu “vele wetten niet gemaakt zijn voor de huidige situatie”. Voorwaar een verhelderend inzicht voor een politicus.

Dat met dit jolig vertier plots de verworvenheden van de rechtstaat op de helling worden gezet, is blijkbaar verwaarloosbare collateral damage. En o ja, er is toch parlementaire controle op die onsamenhangende brei van ministeriële besluiten. De parlementsleden mogen vragen stellen, wat tot het al even verhelderend inzicht leidt dat de democratie niets meer is dan een format voor een filmpje. De vraagsteller kan zijn vraag en het nietszeggend antwoord (op kosten van de belastingbetaler) als gesponsorde mededeling posten op sociale media, waarna het tijd is voor wat luchtigheid.

Intussen trekt de fanfare verder. Wie niet wist wat te doen, kon op zondag een hartverwarmende boodschap lezen in het Staatsblad. Geheel in de lijn van de vorige hapklare regieaanwijzingen voor het dagelijks leven meldt de nieuwe aanpassing van het Covid-besluit van 28 oktober 2020 dat artikel 15bis “wordt aangevuld met een lid, luidende: In afwijking van het eerste lid, kan één persoon tegelijk het huis of een toeristische logies occasioneel en kortstondig betreden. Deze persoon wordt niet beschouwd als een duurzaam onderhouden nauw contact.”

De Belgische surrealistische kunstenaar René Magritte overleed in 1967 maar zijn geest leeft nog verder in de Wetstraat. De minister had dus de onweerstaanbare drang om het toiletbezoek wettelijk te regelen. De in hilariteit omgeslagen commotie rond deze bepaling bracht er de minister toe op haar Instagramaccount een poll te organiseren rond de vraag “voor eens en voor altijd: mag je naar het toilet als je op tuinbezoek gaat?” Het was allicht wat te direct geweest om in het ministerieel besluit gewoonweg te vermelden dat wie andermans tuin bezoekt daar ook voor de duurtijd van een toiletbezoek even naar binnen kan gaan. Maar wat met de vrijwilliger die bij een hulpbehoevend familielid wil gaan poetsen en die niet het knuffelcontact is? Mag die dan slechts “occasioneel en kortstondig” binnengaan en komt er nu ook nog een COL van het College van Procureurs-Generaal om tot een uniforme interpretatie te komen van de kortstondigheid? Is dat dan de duurtijd van een toiletbezoek (en maakt het dan uit over welk soort toiletbezoek het gaat)? En moet ook het toilet duurzaam onderhouden zijn?

Voor wie het is ontgaan: wie het genoemde artikel 15bis overtreedt kan volgens artikel 26 van datzelfde besluit worden “beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid”. U leest het goed: het toiletbezoek als een aantasting van de civiele veiligheid.

En geheel terzijde: heeft de opsteller van dat ministerieel besluit eigenlijk dat artikel 187 van de wet op de civiele veiligheid écht gelezen? Daar staat dat de straffen gelden bij inbreuken op de artikelen 181 en 182 van die wet, waar gesproken wordt over het in noodsituaties opvorderen van personen of zaken of het tijdelijk verplicht aanwijzen van een verblijfplaats. Iemand enig idee hoe toiletbezoek daaronder kan ressorteren? (voor zover u mij niet zou geloven, artikel 182 stelt: “De minister (…) kan in geval van dreigende omstandigheden de bevolking, ter verzekering van haar bescherming, verplichten zich te verwijderen van plaatsen of streken, die bijzonder blootgesteld, bedreigd of getroffen zijn, en degenen die bij deze maatregelen betrokken zijn een voorlopige verblijfplaats aanwijzen; om dezelfde reden kan hij iedere verplaatsing of elk verkeer van de bevolking verbieden”)

Wat zou René Magritte daarmee gedaan hebben indien hij nog zou leven? Misschien maakte hij dan wel een nieuw schilderij met de slogan “ceci est un état de droit”, geheel in de surrealistische traditie om het omgekeerde te schrijven dan wat hij bedoelde.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Avatar

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.