Today's Lawyer

Today’s Lawyer is een tijdschrift voor en door advocaten van vandaag.

De kernredactie bestaat uit advocaten die gepassioneerd zijn door hun beroep en die graag stilstaan bij nieuwe evoluties die de advocatuur aanbelangen.

Daarnaast werken er auteurs mee die beknopt en to-the-point hun expertise (in marketing, IT, HR en personeelsbeleid, accountancy, deontologie, sociaal recht, enz.) delen in leesbare, toegankelijke bijdragen.

Dit tijdschrift informeert u (elk kwartaal) over alle onderwerpen die de ondernemende, hedendaagse advocaat interesseren en aanbelangen.

Op zoek naar meer informatie of naar de abonnementsvoorwaarden? Ontdek het hier!

Het nieuwe gerechtelijk jaar is sinds enige tijd van start en daarmee ook voor vele afgestudeerden de drie jaar durende stage bij een ‘stagemeester’ – neutraler lijkt mij te spreken van een stagebegeleidster of stagebegeleider – en de daarbij behorende beroepsopleiding die de Orde van Vlaamse Balies (OVB) krachtens artikel 435 Ger.W. moet organiseren voor de vorming van de advocaat-stagiairs.

Beroepsopleiding, hoezo?

Hebben deze beloftevolle starters dan geen opleiding genoten? Jawel. Om je te kunnen inschrijven als advocaat-stagiair moet je het bewijs kunnen voorleggen van het behalen van een masterdiploma rechten. Zonder volledige juridische universitaire opleiding kun je dus niet starten als advocaat (art. 428 Ger.W.).

Gezien dit diplomavereiste voor de toegang tot het beroep als advocaat, lijkt het vanzelfsprekend dat die universitaire opleiding de kandidaat-advocaten voorbereidt op het beroep van advocaat. De meeste rechtenopleidingen maken trouwens van het klaarstomen van hun studenten voor het professionele werkveld een uitdrukkelijk promotiepunt.

De rechtenopleidingen spelen doorgaans in op de verschillende juridische beroepen. De focus ligt dus niet enkel bij de advocatuur. Dat kan verklaren waarom voor advocaten nog een aanvullende beroepsopleiding wordt georganiseerd. Het gaat immers om een beroep met bijzondere (maatschappelijke) verantwoordelijkheden, deontologische regels en geplogenheden, die wellicht niet allemaal in detail aan bod kunnen komen in een rechtenopleiding.

De essentie van de beroepsopleiding

Het vereiste van een rechtendiploma creëert wel de – mijns inziens terechte – verwachting bij de stagebegeleidster of stagebegeleider – en overigens ook de advocaat-stagiair – dat de beroepsopleiding van de OVB gericht is op het bijbrengen van de specifieke kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het beroep van advocaat, waar het universitair curriculum niet in heeft kunnen voorzien. Het diploma is immers de officiële bevestiging van het vergaard hebben van een zekere juridische basiskennis.

Met andere woorden, de beroepsopleiding voor advocaat-stagiairs moet aanvullen, niet hernemen. Daarbij is er ook rekening mee te houden dat de advocaat-stagiair stage moet lopen bij een advocaat en zo een zekere praktijkervaring zal opdoen.

Recent werd de beroepsopleiding van de OVB grondig hervormd in drie verplicht te volgen luiken. Om meer praktijkgericht te zijn, wordt – zo kondigt de website van de balie te Brussel aan – afgestapt van de klassieke ex cathedra opleiding en worden de lessen vervangen door werkcolleges in kleine groepen. Van de weinig praktijkgerichte ex cathedra-lessen werd overgestapt naar onlinelessen, die, zeker wat betreft het eerste luik, evenwel even ex cathedra gedoceerd blijken te worden, maar dan vanop afstand. De online lesvorm zou het voordeel hebben van meer vrijheid in de organisatie van het volgen van de lessen. In de praktijk blijkt die vrijheid beperkt.

De essentie is echter de inhoud. Wat brengt die?

Nuttige aanvulling?

Als ik stagiairs mag geloven is er – althans voor het eerste luik – nog altijd een zeer grote overlapping met wat reeds aan de universiteit werd meegegeven. In plaats van de praktische toepassingen van de materie bijgeleerd te krijgen, komen de meeste lessen neer op het herkauwen van reeds geziene theorie en is het werkelijke praktijkgehalte van de werkcolleges (te) beperkt.

Nu, dat herkauwen van theorie kan zijn voordeel hebben. Als docent (en praktizijn) zie ik maar al te goed hoe informatie het best wordt opgeslagen door het brein continue te voeden met die informatie. Veelvuldige en continue herhaling en lezing van de (mogelijk aangepaste) theorie staat garant voor een goede en actuele kennis ervan. Dit geldt evenwel voor elke advocaat, niet enkel de advocaat-stagiair. Precies daarvoor bestaat de permanente vorming. Zo het doel is een zekere blijvende en actuele basiskennis van de theorie te garanderen, lijkt het mij dan ook beter te focussen op een daadwerkelijke en efficiënte verplichte permanente vorming gedurende de uitoefening van het beroep.

Binnen de in het eerste luik behandelde materies (deontologie, strafprocesrecht en burgerlijkprocesrecht) zijn er verder genoeg concrete situaties en vraagstukken waarmee de advocaat-stagiairs gevoed zouden kunnen worden. Deze materies lenen zich ook perfect om de concrete werking van rechtbanken en griffies aan den lijve te ondervinden. Een paar bezoeken aan een rechtbank zou de advocaat-stagiairs al veel praktijkervaring geven.

Het tweede luik dat bedoeld is om de advocaat-stagiairs wegwijs te maken in de praktische aspecten van de uitoefening van het beroep, lijkt op eerste gezicht wel een nuttige aanvulling op de universitaire opleiding. Alles hangt echter af van de werkelijke inhoud van de cursus. Zo de materie praktisch wordt gedoceerd en is gericht op de concrete bekommernissen waarmee een advocaat in de uitoefening van zijn/haar/x beroep geconfronteerd kan worden, biedt dit aspect van de opleiding zeker een meerwaarde. Theoretische uiteenzettingen over bijvoorbeeld de boekhoudregels beantwoorden hier niet aan. Wel nuttig is het concreet leren een nieuw dossier aan te pakken (hoe de concrete vraag van de cliënt uit het feitenrelaas destilleren, hoe een aanbod formuleren voor een vraag tot bijstand en de prijs van de dienstverlening bepalen, welke contractuele afspraken maken met de cliënt, welke methodologie hanteren voor het beantwoorden van de vraag, hoe en wanneer factureren, welke softwarematige ondersteuningsmiddelen gebruiken, enz. …) en het concreet leren beheren van meerdere dossiers (planning, time & deadline -management, stressmanagement, …). Deze aspecten komen blijkbaar nog te weinig aan bod.

Ook het derde luik lijkt, in het bijzonder met het onderdeel ‘Ondernemen en kantoororganisatie’, een mooie aanvulling te zijn op de universitaire opleiding. De ‘tips en tricks’ vanuit ondernemingsperspectief meekrijgen om een advocatenpraktijk uit te bouwen, zal door menig senior advocaat die, zoals ik, behoort tot een generatie die daarover niets heeft meegekregen (vaak ook niet van de ‘patron’ of het kantoor) benijd worden. Die meerwaarde zal echter pas echt ervaren worden zo de businesscase effectief betrekking heeft op de werking en organisatie van een advocatenkantoor en de advocaat-stagiairs leert hoe aan ‘business development’ te doen.

Van het vierde luik, dat bestaat uit het schrijven van een paper en een pleitoefening, begrijp ik dan weer de meerwaarde niet, althans wat betreft het schrijven van een paper. Een paper schrijven is het koninginnenstuk van de masteropleiding. Ook hier staat het rechtendiploma ervoor garant dat de betrokken student dit kan. In de beroepsopleiding heeft de paper blijkbaar betrekking op een dossier. Mag aan het einde van de stage niet worden aangenomen dat een advocaat-stagiair, dankzij die stage, weet hoe hij/zij/x een juridisch probleem moet aanpakken, hoe hij/zij/x procedurestukken moet schrijven, hoe een juridisch advies of een contract wordt opgesteld, of hoe er wordt onderhandeld? Moet hier nog een paper over geschreven worden? Het is voor deze aspecten dat de stagebegeleidster of stagebegeleider instaat en via het stageverslag aangeeft of de stagiair hierin slaagt. Indien de advocaat-stagiair verschillende van deze vaardigheden niet aanleert of heeft aangeleerd tijdens de drie stagejaren, lijkt mij er vooral iets mis te zijn met de stage zelf en de stagebegeleiding.

Te belastend

Naast het inhoudelijk aspect van de beroepsopleiding is ook het tijdsbestedingsaspect en de kost van de opleiding van belang. Van de advocaat-stagiair wordt verwacht dat hij/zij/x – naast het volgen van de lessen en het afhandelen van een minimum aantal pro-Deodossiers – stage loopt, i.e. dat hij/zij/x concreet werkt op dossiers van de stagebegeleid(st)er. Dat veronderstelt een zekere beschikbaarheid en inzetbaarheid van de stagiair voor die dossiers.

De nieuwe beroepsopleiding vereist een veel grotere inzet van de advocaat-stagiair. Dat heeft een weerslag op de advocaat-stagiair die de opleiding ernstig neemt en alle lessen ook effectief volgt, maar ook op de kantooromgeving die gedurende een toch wel substantieel uitgebreide periode niet op de advocaat-stagiair zal kunnen rekenen. Dat maakt het praktisch veel moeilijker om – met respect voor redelijke werkuren – de advocaat-stagiair effectief actief te betrekken en te laten werken in een dossier. Voor kleine kantoren kan het grotendeels tijdelijk wegvallen van een werkkracht zwaar aankomen. Ook tussen de advocaat-stagiairs is het speelveld niet gelijk. Zij die deel uitmaken van grotere structuren kunnen zich collectief beter ‘organiseren’ om de belasting te dragen.

Van de stagebegeleidster of stagebegeleider wordt verwacht dat deze de advocaat-stagiair voldoende ruimte geeft om de stageverplichtingen tot een goed einde te brengen en ook dat deze de advocaat-stagiair hierin financieel ondersteunt. Aan de beroepsopleiding van een advocaat-stagiair hangt derhalve voor het kantoor ook een zekere prijskaart: de vergoeding voor de beroepsopleiding zelf indien die door de stagebegeleider wordt betaald,[1]en de vergoeding van de stagiair zelf (ondanks diens verminderde aanwezigheid).

Gelet op de grotere belasting die de beroepsopleiding nu teweegbrengt, mag het niet verwonderen dat steeds minder kleinere of middelgrote kantoren deze inspanning willen of kunnen leveren. Dat is mijns inziens een spijtige evolutie want zij hebben vaak een zeer persoonlijke en intensieve begeleiding te bieden. Niet elke advocaat-stagiair heeft trouwens toegang tot een stage in een gro(o)t(er) kantoor. Zij die niettegenstaande de beperktere middelen toch oprecht willen instaan voor de opleiding van toekomstige advocaten zouden een aanmoediging verdienen voor hun inzet die mogelijk ook anderen zal ten goede komen, eerder dan te worden ontmoedigd.

Nood aan verdere bijstelling

Een beroepsopleiding door de OVB is vanuit diverse perspectieven toe te juichen.

Indien de opleiding evenwel onvoldoende aanvullend en te belastend is en niet bijdraagt tot het opleiden van de advocaat-stagiair tot een werkelijk zelfstandige beroepsbeoefenaar, mist ze mijns inziens haar doel. Ze riskeert bovendien, door de vereiste inspanning en kost, niet enkel voor menig advocaat-stagiair, maar ook voor menig kantoor, een te grote belemmering te vormen en een afschrikkende werking te hebben.

Opmerkelijk is dat advocaat-stagiairs blijkbaar – hoewel ze al een rechtendiploma op zak hebben – nog zeer veel bij te leren hebben op juridisch vlak, terwijl ze tegelijkertijd wel voldoende opgeleid geacht worden om als volwaardig advocaat (lees: onder hun volledige eigen verantwoordelijkheid) pro-Deodossiers af te handelen.

Het zou denk ik lonen om naast de stagiairs ook de advocaten en de stagebegeleid(st)ers te bevragen over hoe zij de stage ervaren en eens te gaan kijken hoe andere vrije beroepen dit aanpakken. Aan de hand van de ontvangen reacties en input zou dan de beroepsopleiding geëvalueerd kunnen worden en verder kunnen worden bijgesteld.

Régine Feltkamp, advocaat te Brussel, docent Vrije Universiteit Brussel, Vakgroep Privaat en Economisch Recht

Lees na deze bedenkingen van een stagebegeleidster, ook het standpunt van de stagiair van de hand van meester Sofie Cleiren “Steeds meer advocaat-stagiairs trekken aan de alarmbel: over het belang van zelfreflectie en een passende opleiding” (TL nr. 1/2022) en meester Valentine Vandendriessche “De vernieuwde beroepsopleiding van de advocaat-stagiair: tijdrovend en duur” (TL nr. 2/2022).

Meer info over het tijdschrift Today’s Lawyer?


Referenties

[1] Zo deze niet door de stagebegleid(st)er wordt betaald, is het toch wel een hele financiële hap die de advocaat-stagiair te verteren heeft. Het is te betreuren dat deze kost (momenteel 1.150 euro) niet wordt “gemutualiseerd” door ze op te nemen in de baliebijdrage of minstens gespreid wordt over de stagejaren.

Today's Lawyer

Today’s Lawyer is een tijdschrift voor en door advocaten van vandaag.

De kernredactie bestaat uit advocaten die gepassioneerd zijn door hun beroep en die graag stilstaan bij nieuwe evoluties die de advocatuur aanbelangen.

Daarnaast werken er auteurs mee die beknopt en to-the-point hun expertise (in marketing, IT, HR en personeelsbeleid, accountancy, deontologie, sociaal recht, enz.) delen in leesbare, toegankelijke bijdragen.

Dit tijdschrift informeert u (elk kwartaal) over alle onderwerpen die de ondernemende, hedendaagse advocaat interesseren en aanbelangen.

Op zoek naar meer informatie of naar de abonnementsvoorwaarden? Ontdek het hier!

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.