Op 23 juli 2025 bracht het Internationaal Gerechtshof een advies uit op vraag van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over de internationaalrechtelijke verplichtingen van staten in de context van klimaatverandering. Een paar weken daarvoor formuleerde het inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens eveneens een advies met betrekking tot de klimaatnoodtoestand. Ook het Internationaal Zeerechttribunaal bracht in 2024 een advies uit over klimaatverandering, waarin onder meer werd ingegaan op de vraag of broeikasgassen onder de definitie van ‘verontreiniging van het mariene milieu’ in de zin van het Zeerechtverdrag van 1982 vallen. Deze recente adviezen tonen aan dat er een verschuiving is van juridische fragmentatie naar een meer geharmoniseerd kader voor klimaatverplichtingen van staten. Dit artikel gaat dieper in op deze adviezen en de betekenis ervan voor het internationaal klimaatrecht.
Het advies van het Internationaal Gerechtshof
In zijn advies over de verplichtingen van staten met betrekking tot klimaatverandering verwijst het Internationaal Gerechtshof eerst naar de bronnen van het internationaal klimaatrecht, om vervolgens over te gaan naar de verplichtingen van staten die voortspruiten uit deze bronnen. De belangrijkste bronnen zijn het Handvest van de VN, klimaatverdragen (zoals het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering, het Kyoto Protocol en de Overeenkomst van Parijs), het VN-Zeerechtverdrag, het internationaal gewoonterecht en internationale mensenrechten. Per bron worden verschillende verplichtingen uiteengezet. De belangrijkste verplichtingen onder het juridisch kader van de klimaatverdragen worden onderverdeeld in mitigatie-, adaptatie- en samenwerkingsverplichtingen. Verder bespreekt het Hof de juridische gevolgen van handelingen en nalatigheid van staten die schade veroorzaken aan het klimaat, waaronder staatsaansprakelijkheid.
In de rechtsleer wordt dit advies beschouwd als een mijlpaal, omdat het Hof ingaat op de (horizontale) klimaatverplichtingen die staten hebben tegenover elkaar in het internationaal recht. Eerdere klimaatzaken daarentegen, zoals de Urgenda-zaak, gingen over de verticale verhouding tussen staten en burgers.
Het advies van het inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens
Het inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens heeft duidelijk gemaakt dat staten een wettelijke verplichting hebben om schade aan het klimaatsysteem te voorkomen, omdat de gevolgen van klimaatverandering een rechtstreekste impact hebben op de uitoefening van mensenrechten en dat staten, om dit doel te bereiken, aan hoge eisen moeten voldoen. Het Hof heeft daarnaast een lijst opgesteld met verplichtingen voor staten. De belangrijkste verplichting is de erkenning van de natuur als rechtssubject beschermd door de Amerikaanse Conventie, maar ook de kwetsbare delen van de bevolking verdienen extra bescherming. Staten kunnen voortaan aansprakelijk gehouden worden voor klimaatschade door fossiele brandstoffen in het buitenland zolang de oorzaak binnen hun jurisdictie ligt. Een van de meest vernieuwende aspecten van het advies is de nadruk op regelgeving en de verantwoordingsplicht van bedrijven.
Met dit advies bevestigt het Inter-Amerikaans Hof voor het eerste dat klimaatverandering niet meer exclusief een milieuprobleem is, maar een directe mensenrechtenkwestie die strikte verplichtingen voor staten met zich meebrengt. Hoewel het juridisch gezien niet bindend is, zal het een belangrijk referentiepunt worden voor toekomstige klimaatprocedures.
Het advies van het Internationaal Zeerechttribunaal
Aan het Zeerechttribunaal werd de vraag gesteld wat de specifieke verplichtingen zijn van de verdragspartijen onder Deel XII het Zeerechtverdrag om de vervuiling van het mariene milieu te voorkomen, te verminderen en te beheersen, in het kader van de schadelijke gevolgen die voortvloeien uit of waarschijnlijk zullen voortvloeien uit klimaatverandering. Deze gevolgen omvatten onder andere oceaanopwarming, zeespiegelstijging en oceaanverzuring, wat veroorzaakt wordt door de uitstoot van broeikasgassen.
Ook dit advies wordt beschouwd als een keerpunt in het internationaal recht. Naast het feit dat het advies gedetailleerd ingaat op de wetenschappelijke aspecten van klimaatverandering en de relatie met de oceaan, bevestigt het Hof dat het Zeerechtverdrag een levend instrument is. Hoewel zaken zoals ‘klimaatverandering’ en ‘oceaanverzuring’ niet voorkomen in het Verdrag, maakt men toch duidelijk dat deze fenomenen niet buiten het toepassingsgebied van het Verdrag liggen. Het Hof verwijst ook naar andere bronnen van internationaal recht, zoals het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering en de Overeenkomst van Parijs.
Harmonisatie van het internationaal klimaatrecht via adviezen
De drie internationale hoven, zijnde het Internationaal Zeerechttribunaal, het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Gerechtshof, behandelen klimaatgerelateerde verplichtingen vanuit verschillende juridische perspectieven, omdat zij elk een eigen rechtsgebied hebben. Hoewel hun adviezen juridisch niet-bindend zijn, hebben ze een aanzienlijk gezaghebbende waarde en kunnen ze de ontwikkeling van het internationaal klimaatrecht beïnvloeden. Deze adviezen verduidelijken wat staten moeten doen om klimaatverandering aan te pakken, sturen toekomstige klimaatrechtszaken en versterken het mondiale klimaatbeleid.
Deze internationale hoven proberen bovendien een meer stevig kader van rechterlijke uitspraken te creëren naast de bestaande onderhandelde klimaatwetgeving. Dit kan helpen om de wettelijke verplichtingen van staten met betrekking tot emissiereducties en klimaatschade te verduidelijken, waardoor het debat kan verschuiven van vrijwillige toezeggingen naar duidelijk omschreven juridische verantwoordelijkheden.
Het advies van het Internationaal Zeerechttribunaal is vooral richtinggevend voor het beheer van de oceanen in een steeds warmere wereld. Het aanstaande advies van het InterAmerikaans Hof voor de Rechten van de Mens over mensenrechten en klimaatverandering kan de juridische normen in Noord en Zuid-Amerika voor lange tijd vormgeven. Samen dragen deze tribunalen bij aan de opbouw van een duidelijker juridisch kader voor klimaatactie, ter ondersteuning van de rechtsstaat en vreedzame geschillenbeslechting. Hun richtlijnen kunnen staten helpen hun klimaatverplichtingen na te komen, mensenrechten te beschermen en de belangen van toekomstige generaties te waarborgen.
Tot slot hebben deze adviezen belangrijke gevolgen voor zowel de publieke als de private sector. Voor bedrijven betekent dit dat zij mogelijks te maken krijgen met strengere regelgeving, uitgebreidere verplichtingen tot zorgvuldigheidsonderzoek en een toename van klimaatrechtszaken. Dit is al zichtbaar in de zaak Milieudefensie tegen Shell, waarin rechters niet alleen gebruikmaakten van niet-bindende normen, maar ook van internationale klimaatovereenkomsten zoals de Overeenkomst van Parijs. Op vergelijkbare wijze kunnen de nieuwe adviezen van de drie tribunalen in de toekomst worden ingeroepen in nationale procedures.
Derya C. en Kyliane Kameni –Brussels Law School Consultancy





0 reacties