Rechtuit

De invloed van de politiek op de rechters: “Da gade gij niet bepale”

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

De senaat weigerde oud-voorzitster van Ecolo Zakia Khattabi te benoemen als rechter in het Grondwettelijk Hof.  De Tijd had het over “een primeur”, want “voor het eerst is een voorgedragen kandidaat voor het Grondwettelijk hof niet verkozen geraakt” (Afserveren van Katthabi nieuwe deuk in Vivaldi-coalitie – De Tijd, 18 januari). Ze kwam minstens twee stemmen tekort om de vereiste 2/3de meerderheid te halen. Haar plan om Jean-Paul Snappe op te volgen in dat Grondwettelijk Hof mislukte roemloos in een sfeer van politiek gekonkel, waarbij journalisten op zoek gingen naar “de mollen” in de senaat (Wie is de mol? – De Standaard, 18 januari). Velen leken te vergeten dat Jean-Paul Snappe zelf in 2001 door de groenen was voorgedragen in opvolging van de door de Franstalige christendemocraten (toen PSC) benoemde Etienne Cerexhe. Dat verliep toen trouwens helemaal niet rimpelloos, want ook de gewezen PSC-minister Charles-Ferdinand Notombh aasde op die post en dat zorgde toen voor luidruchtig gekissebis. Zo uitzonderlijk was die primeur van vorige week dus ook weer niet.

Ons land heeft drie hoogste rechtscolleges. Ook daar zijn we dus rijk bedeeld. Elke rechtsmacht heeft haar eigen opperste gerechtshof: voor de rechterlijke macht is dat het Hof van Cassatie; voor de uitvoerende macht is dat de Raad van State en voor de wetgever is dat het Grondwettelijk Hof. De rechters in het Grondwettelijk Hof worden voorgedragen volgens een politieke verdeelsleutel (dat klinkt mooier dan wat het is: politiek benoemd). De helft is gewezen parlementslid (de andere helft magistraat komend van de andere hoogste rechtscolleges of hoogleraar). In De Morgen verdedigde de voormalige voorzitter van het Grondwettelijk Hof Marc Bossuyt die samenstelling. Hij vindt zelfs de politieke verdeling (met een duidelijke politieke kleur voor iedere rechter) belangrijk: “De benoemingen zijn politiek, ook die van de professionals (…) Dat evenwicht is belangrijk, omdat de politieke overtuiging van een rechter bepalend kan zijn voor zijn visie. En ook professionele magistraten hebben een politieke overtuiging” (De Morgen, 20 januari). Toch voegt hij er met grote stelligheid aan toe dat dit niet leidt tot politieke beïnvloeding van de rechters. “Beïnvloeding bestaat vooral in de verbeelding van sommige mensen. Rechters hebben geen telefoontje nodig om te weten wat partijen graag willen. Daarom is dit evenwicht cruciaal. En bij verschil van mening bereikt men na overleg meestal een consensus”. De citaten staan er tussen aanhalingstekens, maar misschien waren ze niet zo scherp bedoeld als weergegeven.

Wie verkeerde intenties heeft zou kunnen denken dat de leden van het Grondwettelijk Hof slaafse volgelingen zijn van de politici die ze hebben voorgedragen, of erger nog, politiek zijn voorgeprogrammeerd. Uit de rechtspraak blijkt dat alvast niet, maar dat komt allicht wél omdat er tot nu altijd kwaliteitsvolle juristen werden benoemd.  Zakia Khattabi is echter geen juriste, maar ze kreeg vooral het verwijt een militante politica te zijn. Marc Bossuyt zegt daarover in hetzelfde artikel in De Morgen: “Van een magistraat wordt verwacht dat hij zich gereserveerd en schroomvol opstelt in het maatschappelijk debat”. Dat klinkt logisch, maar het betekent dus dat er in het Grondwettelijk Hof geen plaats is voor extreme opvattingen, allicht omdat dit de door het Hof nagestreefde consensus bemoeilijkt. Het toont meteen ook de grens aan het goed functioneren van dit hoogste rechtscollege. De door de politiek aangewezen rechters moeten hun vroegere politieke habitat vaarwel zeggen en er is geen ruimte voor extremisme. Maar wat als extreme partijen meer politiek gewicht krijgen? Zal dan ook het Grondwettelijk Hof op termijn dezelfde impasse ondergaan die nu bij de andere machten zichtbaar wordt, waar acht maanden na de verkiezingen het vormen van een nieuwe regering een verre wensdroom lijkt?

Wie door moedeloosheid overmand deze week verder de kranten las botste nog  op een andere grote kop: “ Politiek hoort niet thuis in een rechtbank”(De Morgen 18 januari). Het lijkt wel alsof de politiek niets te zeggen mag hebben over de rechters (- je hoort sommigen denken: “politiekers, da gade gij niet bepale”). Het ging echter niet over het Grondwettelijk Hof, maar over de euthanasie-zaak waar de Gentse Hof van Assisen zich over buigt. Sommige pleiters hadden het over een “politiek” proces en vonden dat het euthanasiedebat niet door rechters (en dus ook niet een volksjury) moet worden gevoerd. Hier wordt niet ingegaan op een zaak “sub iudice”, maar de krantenkop bewijst wel het moeilijke evenwicht tussen rechters en politiek.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.