Rechtuit

De ene advocaat is de andere niet

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

In het jongste nummer van Knack (5-11/8) verscheen een interview met Serge Lypszyc, de voorzitter van het comté I, het toezichtsorgaan van de Belgische inlichtingendiensten. Die liet optekenen dat in ons land politici kunnen worden gevolgd door de inlichtingendiensten. Sommige parlementsleden van de begeleidingscommissie worden dus in de gaten gehouden door het orgaan waar ze zelf toezicht op houden. In andere landen worden parlementsleden beschermd tegen interventies van de staatsveiligheid, maar dus niet bij ons.  Dat kan verbazing wekken, maar in de wet van 4 februari 2010 “betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten” werd artikel 2 van de wet van 30 november 1998 “houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten” aangevuld met een §2: “Het is de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verboden gegevens die worden beschermd door ofwel het beroepsgeheim van een advocaat of een arts, ofwel door het bronnengeheim van een journalist te verkrijgen, te analyseren of te exploiteren”. Het was mij nog niet eerder opgevallen hoe het beroepsgeheim van advocaten daar zo prominent wordt verankerd, naast dat van de arts en het bronnengeheim van een journalist. En het valt ook op hoe bevoorrecht de advocatuur is, want het lijstje met beroepen die door de staatsveiligheid ongemoeid moeten worden gelaten is erg kort. Ook op andere plaatsen in de wetgeving wordt het beroepsgeheim van de advocaat stevig beschermd en wanneer de wetgever dat dreigt uit te hollen staat het Grondwettelijk Hof klaar om de wetgever tot de orde te roepen.

Helaas lijken steeds meer advocaten zich niet (meer) bewust van dit grote privilege. Wie tijdens deze verzengende hitte op een verloren vakantiedag de media tot zich nam, viel van de ene verbazing in de andere. Het beroepsgeheim kreeg plots  een relativerende wending. Toen in Blankenberge op het strand incidenten uitbraken en drie relschoppers werden opgepakt,  praatte de raadsman van een van hen in de media honderduit over haar cliënt, inclusief de strafrechtelijke antecedenten. De journalist diende zich niet eens op zijn bronnengeheim te beroepen. Misschien ben ik wel een ouderwetse advocaat als ik dat merkwaardig vind, maar het is niet aan mij om hierover te oordelen.

Enkele dagen eerder: de gewezen burgemeester van Aalst werd vermoord en volgens de media heeft een verdachte onmiddellijk bekentenissen afgelegd. Wat later dook  daar de raadsman van de verdachte op in allerhande media-verklaringen, waarbij vooral een televisie-interview met de lokale zender TV-Oost gretig werd gedeeld op sociale media.  Het is aan de stafhouder van de betrokken confrater om uit te maken of de betrokken confrater het beroepsgeheim heeft geschonden door openlijk over de gemoedstoestand van haar cliënt te spreken.

Sommigen vonden dat de verklaringen van de advocaat ook indruisten tegen de waardigheid van het beroep. De deontologie mag natuurlijk niet verglijden in moralistische regelneverij. Stijl wordt door iedereen anders ingevuld en allicht ben ik ook hier ouderwets door te zeggen dat ik hoop dat die stijl niet de norm wordt.

Er volgde in diezelfde zaak een reactie van een raadsman van de nabestaanden van het slachtoffer. Die liet, ook via de media, dan weer weten dat zijn cliënten geschoffeerd zijn. In het Laatste Nieuws liet hij noteren dat hij vond dat de reactie van zijn confrater “een ware aanfluiting (is) van de waardigheid van de job van advocaat”. De krant kopte dan ook gretig:  “open oorlog tussen advocaten nabestaanden en dader” (HLN, 8 augustus). De stafhouder zal de discussie moeten beslechten en daarbij rekening houden met het belang van de rechtzoekenden én de advocatuur als collectief.

In de weekendbijlage van De Standaard (ook 8 augustus) verscheen dan weer een bespreking van ‘Justice For All’, een tv-reeks die binnenkort op Vier te zien zal zijn en die de journalist al kon bekijken. Zeven strafpleiters worden er gevolgd en blijkbaar zouden “de meest bizarre, flamboyante en machistische types” zijn uitgekozen. “Naast hen  lijkt Sven Mary een donzig kuikentje”, zo noteert De Standaard, die nog een advocaat citeert die in de uitzending aan bod zal komen: “Zijn lievelingswoord is ‘pannenkoek’, bijvoorbeeld om de nieuwe lading jonge advocaten – ‘luie puntenpakkertjes’ – te omschrijven. Dat zijn advocaten op wie ik kots”. Einde citaat. Het valt enkel maar te hopen dat de journalist verkeerd citeerde of alles op een groot misverstand berust, maar dat is allicht een illusie.

De ene advocaat is de andere niet, maar enkel wie de kernwaarden van het beroep respecteert is die naam waardig.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.