Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Misschien dat sommigen nog twijfelen aan de huidige impact van het coronavirus op het openbare leven, maar dat doet alvast de Orde van Vlaamse Balies niet. Niet zonder trots kondigde de OVB het “innoverend juridisch event” aan dat op 29 april live plaatsvindt “met meer dan 70 topsprekers en 23 sessies die de juridische actualiteit belichten”. Iedereen die ertoe doet in juridisch Vlaanderen (en zelfs sommigen die er niet echt toe doen, zoals ondergetekende) zullen over de meest diverse onderwerpen op de een of andere manier het woord nemen.

De uitnodiging vermeldt dat het een “innoverend congres” wordt “dat verrast door een frisse en hedendaagse dynamiek”. Het is toch wat zwoegen om in het labyrint van de online-uitnodiging zijn weg te vinden. Het evenement wordt georganiseerd in Antwerpen, zodat de titel “jungle van het recht” allicht niet letterlijk moet worden opgevat, maar moet worden gelezen in zijn overdrachtelijke betekenis van “chaos”. Het is een stevig statement om het eigen werkveld met de chaos te vergelijken. De aankondiging is alvast prikkelend en het zal een blij weerzien worden na de maandenlange barre coronatijden.

Het recht mag dan al chaotisch zijn, wie het Rechtskundig Weekblad leest, ontdekt dat ook de advocatendeontologie soms een jungle is na het lezen van het hoofdartikel van Herman Buyssens. Hij was stafhouder bij de balie van Antwerpen en ook Belgisch delegatiehoofd bij de Europese CCBE (en tenzij ik iets gemist heb, werd hij voor zijn jarenlange tomeloze inzet door de OVB nooit echt bedankt, maar dit geheel terzijde). Hij bespreekt er hoe de advocatendeontologie zich verhoudt tot de rest. Dat “gemeen recht” kan soms lelijk toeslaan. Buyssens ziet conflicten tussen de deontologie en het “procedureel recht, het bewijsrecht, het ondernemingsrecht, de marktwerking zowel ten aanzien van cliënten, derden en justitie, als ten aanzien van advocaten onderling”. Gaat u dus eerst rustig zitten vooraleer u aan zijn kritische beschouwingen begint. “Door de ingrijpende beslissing van internationale en nationale overheden om vrije beroepen in het algemeen en advocaten in het bijzonder als ondernemers te beschouwen (…), alsook vanwege de toenemende bescherming van de consument in onze maatschappij, wordt de advocatendeontologie door het gemeen recht voortdurend op de proef gesteld”. Herman Buyssens vindt dat aanpassingen zich opdringen, waarbij hij doorheen zijn bijdrage zelf aanzetten geeft. Het stuk zou verplichte literatuur moeten zijn voor alle advocaten.

De week voordien verscheen op dezelfde plek een andere bijdrage van ook al een oud-stafhouder van de balie van Antwerpen, die overigens ook gedurende zes jaar voorzitter was van de Orde van Vlaamse Balies. Het is duidelijk dat die vroegere verantwoordelijkheden van hem een verbitterd en wat rancuneus man hebben gemaakt. Hij heeft zich onmiskenbaar jarenlang ingezet voor de balie en was auteur van onder meer het standaardwerk over de deontologie. Nadat hij vorig jaar al een in vitriool gedrenkt schotschrift publiceerde (“Van nationale orde naar OVB en terug. Met: een proeve van psychologie van de stafhouders”) rekent hij in de kolommen van het Rechtskundig Weekblad af met het College van Toezicht, een door de Orde van Vlaamse Balies zelf opgericht orgaan dat toeziet op het functioneren van de advocatentucht (en de stafhouders). Stevens ziet allemaal gemiste kansen en maakt brandhout van het eerste jaarverslag, waar hij enkel “zelf feliciterende postulaten” leest die het volgens hem “nog altijd doen in de Belgische advocatuur”. Hij is al jaren geen advocaat meer (en hij gaf zelfs zijn titel van “ere-advocaat” terug) en niemand begrijpt wat hem nog bezielt om zo wild te keer te gaan, ook al omdat hij zelf jarenlang verantwoordelijkheid droeg binnen de baliestructuren en aan de oorsprong ligt van vele deontologische regels. Is zijn verbetenheid het gevolg van de voor hem ontnuchterende vaststelling dat de laatste jaren de samenleving, het recht en de advocatuur verder geëvolueerd zijn? Of heeft hij er moeite mee dat sinds zijn vertrek stafhouders niet meer op oorlogsvoet leven met de Orde van Vlaamse Balies en de vroegere chaos die er soms heerste intussen plaats heeft gemaakt voor constructieve samenwerking? De rol van de stafhouders is binnen de OVB anders dan in Nederland, zodat een vergelijking met het toezicht daar niet altijd opgaat. Overigens was diezelfde Jo Stevens er zelf bij toen de structuren van de Orde van Vlaamse Balies werden uitgetekend. En het moet gezegd, er is toen geen jungle gecreëerd. En het College van Toezicht is een meerwaarde om de werking van de Vlaamse advocatuur te verbeteren, omdat zelfs goede structuren nu en dan een update nodig hebben.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Misschien is de term “jungle” een verwijzing naar het zicht op de Zoo….