Witte mannen achteraan, zal ’t gaan ja? cover

29 jul 2026 | Column

Witte mannen achteraan, zal ’t gaan ja?

Door Hugo Lamon

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Strafrecht Familierecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen

Vorige week dook plots de naam op van Sophie Straat. Ik had vóór haar optreden op de Gentse Feesten nog nooit van haar gehoord, maar dat komt allicht omdat ik een cis man ben van boven de zestig en in die hoedanigheid niet tot de doelgroep behoor. Door nieuwsgierigheid geprikkeld lanceerde ik via YouTube een zoektocht en – eerlijk – indien ik zou verplicht worden naar haar te moeten gaan luisteren, zou ik wegvluchten naar de laatste rij. Als ik daarbij gebruik zou mogen maken van mijn vrijheid van meningsuiting, zou ik de door haar geproduceerde geluiden kwalificeren als iets tussen lawaai en auditief terrorisme. Uiteraard gun ik haar veel muzikaal succes, al stel ik vast dat in de mediatsunami die ze veroorzaakte het op geen enkel ogenblik ging over haar vermeende muzikale kwaliteiten of over de muzikale vernieuwing die ze mogelijkerwijze zou prediken. Het ging over een van haar bindteksten. Ze krijste toen zo ongeveer het volgende: “Er is nooit tijd voor nuance. We zijn al lang overtijd voor nuance. Alle witte mannen naar achteren! Het is tijd voor de girls, de queers, people of colour. Geen tijd voor nuance, we zijn al te laat, al lang te laat voor nuance. Alle witte mannen naar achteren, witte mannen naar achteren!”.

Nu denk ik dus – mag dat eigenlijk nog, denken? – dat het nooit te laat is voor nuance, dat het zelfs nooit te vroeg is voor nuance. En wie zijn dat eigenlijk, de “witte mannen”? Ik heb als overjaarse cis man de leeftijd waarop mij werd geleerd dat ik “blank” ben. Kan iemand mij eigenlijk eens genuanceerd uitleggen wat daar verkeerd aan is? Ik voel mij in ieder geval, minstens als gevolg van de zomerse omstandigheden, iets minder een bleekgezicht en dus eerder als een licht aangebrande westerling. Mag het nog?

De uitspraken waren provocerend en blijkbaar ook zo bedoeld. De artieste was overigens niet aan haar proefstuk, nu ze al eerder in Nederland soortgelijke uitspraken zou gedaan hebben. Het lijkt wel een succesvol businessmodel om aandacht te genereren.

​Het lijkt wel een succesvol businessmodel om aandacht te genereren

De juridische vraag die bij dit onnozele fait divers aan de orde kwam, is of die uitspraak een verboden discriminerende uitspraak zou zijn. In wat verschilt die van pakweg “alle ouderen naar achteren”, “alle Joden naar achteren”, “alle queers naar achteren”, “alle moslims naar achteren”? Dat wilden een opvallend groot aantal mensen wel vernemen van het gelijkekansencentrum Unia en van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (u weet wel, de door de overheid gesubsidieerde organen die over de zuiverheid van de leer waken).

Met een bewonderenswaardige snelheid (waar justitie nog iets kan leren) reageerde Unia met de mededeling dat er niets aan de hand is. “Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens genieten artistieke en politieke uitingen een ruime bescherming onder de vrijheid van meningsuiting, ook wanneer zij provoceren, choqueren of kwetsen. Alleen bij een daadwerkelijke oproep tot discriminatie, uitsluiting of haat kan die bescherming worden beperkt.” De vraag kan natuurlijk worden gesteld of “witte mannen” verzoeken wat afstand te nemen van het lawaai als een daadwerkelijke oproep tot discriminatie moet worden beschouwd, of hen eerder beschermt. Unia besluit dat de uitspraak “hoewel ze als polariserend of kwetsend kan worden ervaren, in deze context moet worden gezien als een symbolische en artistieke uiting”. Dat klinkt juridisch helder, al zal Unia nog vaak met die stelling worden geconfronteerd wanneer ze weer eens fulmineert tegen diegenen die stellingen verkondigen die niet in haar eigen ideologische kraam passen.

​Unia besluit dat de uitspraak “hoewel ze als polariserend of kwetsend kan worden ervaren, in deze context moet worden gezien als een symbolische en artistieke uiting”

In De Standaard stelt Laurens De Vos (doctor in de literatuur- en theaterwetenschappen) in een opiniestuk (“Alle persona’s naar achteren”, De Standaard, 27 juli) dat Unia geen onderscheid maakt tussen wat de muzikante in haar liedjes zingt en wat ze in haar bindteksten vertelt. “Hier was dus niet de persona (het fictionele personage dat in een liedje aan het woord is), maar de artiest aan het woord. En die valt zoals iedereen onder de antidiscriminatiewetgeving.” Hij besluit: “De facto heeft (Unia) met haar oordeel zichzelf elk bestaansrecht ontnomen en moet zij nu heel dringend worden opgedoekt”.

De uitspraak lokte, zoals te verwachten was, nogal wat reacties uit. Een politicus van Vlaams Belang (horresco referens) meent te weten dat Sophie Straat op de Gentse Feesten werd geboekt door de vzw Beestenmarkt (die volgens hem door de Vlaamse overheid gesponsord wordt ten belope van 98.000 euro) en door de vzw Democrazy (voor 506.000 euro gesponsord). Allicht omdat het uit de hoek van Vlaams Belang kwam, reageerde niemand op die bewering, maar het is misschien wel de moeite waard om ook op dit punt enige duidelijkheid te brengen.

Hugo Lamon

​​Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Strafrecht Familierecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *