Corona Actua Legal Tech

Reeds meer dan tien jaar wordt videoconferentie gebruikt voor terechtzittingen in België

Avatar
Geschreven door Today's Lawyer

De Mechelse rechtbank van eerste aanleg haalde einde maart 2020 het nieuws met de primeur van de eerste zitting van een Belgische correctionele rechtbank via videoconferentie. Niet toevallig de rechtbank van eerste aanleg Mechelen, waar een pragmatisch aanpak reeds decennialang een constante is.

Ondanks het feit dat zittingen per videoconferentie praktische oplossingen boden tijdens de lockdownperiode, waardoor er behoorlijk goed kon gewerkt worden door de hoven en rechtbanken die daarop inzetten, ontstond er een discussie waarbij dikwijls nogal kort door de bocht werd gegaan.

Wel werden er terecht bedenkingen gemaakt. Het Grondwettelijk Hof had op 21 juni 2018 immers de wet van 29 januari 2016 betreffende het gebruik van videoconferentie voor de verschijning van inverdenkinggestelden in voorlopige hechtenis vernietigd. Dat gebeurde op vraag van de Ordre des Barreaux Francophones et Germanophones (OBFG).

Dit gebeurde o.m. omdat er geen waarborgen waren dat de inverdenkinggestelde in staat zou zijn effectief aan de rechtspleging deel te nemen, zonder technische belemmeringen te worden gehoord en op vertrouwelijke wijze te communiceren met zijn advocaat. Voorts omdat er niets bepaald werd over de plaats van de advocaat van de inverdenkinggestelde. Er werd niet gepreciseerd of die advocaat tijdens de debatten fysiek aanwezig zou moeten zijn in dezelfde zaal als de leden van het rechtscollege die uitspraak zullen moeten doen, dan wel of hij zich op dezelfde plaats als zijn cliënt zou kunnen bevinden. Er waren evenmin waarborgen voorzien ten aanzien van de manier waarop die laatste vertrouwelijk overleg zou kunnen plegen met zijn raadsman indien deze zich niet fysiek aan zijn zijde kon bevinden. Ook bakende de bestreden bepaling evenmin de aan de Koning verleende bevoegdheid af door te verwijzen naar de  “kwaliteitsnormen” of het “ kader” dat is vastgelegd op initiatief van de Europese Unie waarvan sprake is in de parlementaire voorbereiding ervan.

M.a.w. de vernietiging was een gevolg van de krakkemikkige redactie van de wettekst, maar geen principiële afwijzing van zittingen met videoconferentie.

Het is dus aangewezen om deze problematiek genuanceerd te benaderen.

Er kan trouwens gewezen worden op het feit dat zittingen met videoconferentie niet zo revolutionair zijn als sommigen -die graag denigrerend spreken over de rechterlijke orde- het doen uitschijnen.

In het hof van beroep Antwerpen worden immers reeds sedert april 2009 zittingen via videoconferentie gehouden, waarbij in burgerlijke zaken Limburgse advocaten kunnen pleiten vanuit Hasselt voor de magistraten die in Antwerpen zitten.

Het gaat om een initiatief van de rechterlijke orde zelf dat met veel creativiteit, goodwill, inzet en visie werd uitgebouwd. Dit overigens in nauw overleg en samenwerking met de Limburgse balies. Waaruit moge blijken dat overleg kan, en bovendien loont.

Het hof kreeg daarvoor trouwens ook erkenning toen het in 2010 de Innovatieprijs van de HRJ in de wacht sleepte voor de bijdrage geleverd aan de modernisering van justitie in België en het vertrouwen in justitie.

Het gebruik van de videoconferentie voor deze zittingen gebeurt op vrijwillige basis, en heeft bij mijn weten nooit aanleiding gegeven tot problemen.

Vermeldenswaard is dat de gebruikte video-installatie op initiatief van de toenmalige eerste voorzitter Christian De Vel gered werd uit de kelder van de Leuvense gevangenis.

Deze installatie werkt met drie heel grote schermen en drie camera’s aan beide zijden, waarbij partijen, advocaten en magistraten permanent heel goed voor elkaar zichtbaar zijn. Voorts is er aan beide zijden een overheadcamera die het mogelijk maakt stukken te tonen en is er ook een fax aanwezig om -indien nodig- stukken over te maken die ten onrechte niet vooraf werden neergelegd.

Ik heb zelf veel aan dergelijke zittingen via videoconferentie deelgenomen en ik zie er geen nadelen aan. Bovendien bespaart het verplaatsingen en fileleed voor de advocaten en partijen, met de daaraan verbonden kosten.

De installatie wordt eveneens gebruikt voor getuigenverhoren of ondervragingen in het buitenland, waardoor de kosten van rogatoire opdrachten vermeden kunnen worden. Ook is zij dienstig voor vergaderingen van de diverse afdelingen van korpsen, o.m. het arbeidsauditoraat Antwerpen en Limburg.

Het spreekt vanzelf dat er scrupuleus over dient gewaakt te worden dat de rechten van verdediging niet in het gedrang zouden komen, wat om meer voorzorgen vraagt in strafzaken. Maar de daartoe vereiste maatregelen zijn m.i. niet onoverkomelijk.

Het lijkt mij dan ook wenselijk dat daarover goed wordt nagedacht en de nodige voorzieningen daartoe worden getroffen zodat we, ingeval van nood -zoals bij corona-, niet holderdebolder weer eens kunst- en vliegwerk moeten verrichten om ook die zittingen op een aanvaardbare en correcte wijze te laten plaatsvinden.

Want in elk geval is een interactief debat via videoconferentie te verkiezen boven de schriftelijke afhandeling van zaken, wat immers ontegensprekelijk leidt tot onrechtvaardige beslissingen.

En laat ons eerlijk zijn, hoe dikwijls aanvaardt de advocaat in een strafzaak niet om zijn cliënt, die niet tijdig overgebracht kon worden, te vertegenwoordigen? Is het dan niet te verkiezen dat die cliënt kan deelnemen aan de zitting via videoconferentie? Vanzelfsprekend, ik herhaal het, met alle waarborgen voor de rechten van de verdediging.

Maar een goed verloop van de zittingen via videoconferentie vereist een performant systeem en een goede opleiding van de gebruikers, en tevens regels die EVRM-conform zijn. En het is jammer dat de minister van Justitie er niet toe gekomen is om teksten te produceren die deze toets doorstaan.

Aangezien het door het hof van beroep Antwerpen gebruikte systeem gedateerd was en er inmiddels een enorme evolutie op technisch vlak had plaatsgevonden, hebben wij enkele jaren geleden aan leden van het kabinet Geens een demo laten geven bij Digipolis van de Stad Antwerpen, waar men beschikt over een performant en breed uitgerold videoconferentie-systeem. De interesse bij het kabinet was echter matig, en verder dan enkele licenties voor Skype for Business zijn we nooit gekomen. Waarbij het aantal multi user-licenties op één hand te tellen was. In elk geval onbruikbaar voor zittingen en noodzakelijkerwijze beperkt voor vergaderingen, bv. van de korpsoversten. Het is dan ook zielig dat er bij het begin van corona kunst- en vliegwerk verricht moest worden om systemen uit te rollen met alle kinderziekten van dien.

I.p.v. van de coronacrisis gebruik te maken om de videoconferentie (en de schriftelijke procedure) op te dringen, zou men beter alle hoven en rechtbanken voorzien van de noodzakelijke infrastructuur, opleidingen geven voor de gebruikers, en een regelgeving uitdokteren die EVRM-proof is om videoconferentie te gebruiken waar nuttig en nodig.

Maar daarvoor moeten de minister en zijn kabinet natuurlijk de vertegenwoordigers van de magistratuur vinden. Overleg daarover met de rechterlijke orde en de balies is daartoe vanzelfsprekend een vereiste. Dit om te vermijden dat er zou gebeuren wat er zich met de informatisering voordeed, waar de minister van Justitie en de FOD Justitie op 22 juni 2016 een “Samenwerkingsprotocol” sloten met de beroepsgroepen van de advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders, maar waarbij de rechterlijke orde, m.n. het College van hoven en rechtbanken, het College van het openbaar ministerie en Raad van de hoofdgriffiers straal genegeerd werden. Met alle gevolgen van dien. Dergelijke strapatsen zijn dodelijk voor een goede werking van Justitie en staan haaks op het belang van de rechtzoekenden.

Er is dus werk aan de winkel als men wil voorkomen dat er opnieuw knip- en plakwerk moet gebeuren om de rechtbanken toe te laten te functioneren als er een tweede lockdown zou komen. De rechtzoekenden hebben daar recht op.

Gouverner, c’est prévoir.

Bruno Luyten
Ere-eerste-voorzitter
Hof van beroep Antwerpen

Info & abonnementsvoorwaarden voor het tijdschrift Today’s Lawyer vindt u terug via deze link.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.