Corona Actua Corporate & Accountancy

Moratorium faillissementen en geen beslag op loon, wagen en gezinswoning

Avatar
Geschreven door Studio Legale

U zal zich wellicht afvragen waarom er relatief weinig faillissementen zijn, hoewel het afgelopen jaar overheerst werd door de corona-crisis met aanzienlijke economische weerslag. Na het eerste moratorium dat liep tot juni 2020, is gebleken dat ook zonder moratorium diverse instanties in de praktijk rekening houden met de huidige economische moeilijkheden waarmee ondernemingen geconfronteerd worden ten gevolge van de corona-crisis. Een onuitgesproken gentleman’sagreement als het ware zorgt ervoor dat o.a. de fiscus, het parket, de RSZ, … nagenoeg geen dagvaardingen in faillissement uitbrengen. De wetgever heeft nu ook opgetreden door een moratorium t.a.v. de ondernemingen in te voeren, alsook ten aanzien van uitvoeringsdaden lastens particulieren.

Ondernemingen

Op 24 december 2020[1] werd een tweede moratorium ingevoerd ten voordele van de ondernemingen die:

  • getroffen zijn door de sluitingsmaatregelen ingevoerd per ministerieel besluit van 28 oktober 2020 zoals gewijzigd per 1 november 2020; en
  • waarvan de continuïteit bedreigd is door de verspreiding van de COVID-19 epidemie of -pandemie en haar gevolgen; en
  • die niet in staking van betaling waren op 18 maart 2020.

De ondernemingen die voldoen aan deze drie cumulatieve voorwaarden genieten een tijdelijke opschorting vanaf 24 december 2020 tot 31 januari 2020, wat in het
bijzonder inhoudt:

  • De gedwongen invordering en uitvoering van schulden is tijdelijk niet mogelijk, zelfs niet wanneer deze schulden opgenomen werden in een reorganisatieplan. Wel blijft het beslag, zowel bewarend als uitvoerend, op onroerende goederen mogelijk.
  • De onderneming kan niet op dagvaarding failliet verklaard worden of gerechtelijk ontbonden worden, tenzij op initiatief van het openbaar ministerie of van de voorlopig bewindvoerder conform art. XX.32 WER of met de toestemming van de schuldenaar. Daarnaast is het ook niet mogelijk de overdracht onder gerechtelijk gezag van een deel of het geheel van de activiteiten van een onderneming wordt bevolen.
  • Betalingstermijnen die werden opgenomen in een reorganisatieplan worden verlengd met een duur gelijk aan die van de opschorting uit deze wet. Dit mag leiden tot een verlenging van maximum vijf jaar voor de uitvoering van het plan.
  • Overeenkomsten gesloten voor de inwerkingtreding van deze wet kunnen niet eenzijdig of gerechtelijk ontbonden worden wegens wanbetaling van een opeisbare geldschuld. Dit geldt niet voor de arbeidsovereenkomsten.
  • De verplichting tot aangifte van het faillissement (artikel XX.102 WER) wordt tevens tijdelijk opgeschort gedurende voormelde termijn van opschorting. Deze opschorting geldt enkel indien de faillissementsvoorwaarden het gevolg zijn van de COVID-19-epidiemie of -pandemie en haar gevolgen. Uiteraard is het nog steeds mogelijk en toegestaan om aangifte van faillissement te doen.

Deze maatregelen zouden opnieuw wat ademruimte moeten geven aan ondernemingen in moeilijkheden. Uiteraard is het zeer belangrijk dat deze maatregelen enkel kunnen toegepast worden op ondernemingen die dankzij de coronacrisis in moeilijkheden verkeren. Dit kan dus niet toegepast worden op ondernemingen die reeds moeilijkheden hadden en waarbij de staking van betaling reeds plaatsvond voor 18 maart 2020.

Om misbruik tegen te gaan voorziet de wet uitdrukkelijk dat iedere belanghebbende bij dagvaarding de voorzitter van de bevoegde ondernemingsrechtbank kan
verzoeken om te beslissen dat een onderneming niet valt onder het toepassingsgebied van deze opschorting of de opschorting geheel of gedeeltelijk op te heffen.

Particulieren

Ten aanzien van particulieren werd tevens een tijdelijke opschorting ingevoerd van 24 december 2020 tot 31 januari 2021:

  • Er kan geen uitvoerend beslag meer gelegd worden op het onroerende goed dat de woonplaats is van desbetreffende schuldenaar.
  • Alle uitvoerende beslagen, die reeds werden gelegd worden geschorst, behoudens deze op onroerende goederen die niet de woonplaats betreffen.
  • Er kan geen bewarend en uitvoerend beslag onder derden dat de betaling van een geldsom tot voorwerp heeft worden gelegd.
  • Er kan geen loonoverdracht worden uitgevoerd.

Deze opschorting kent enkele uitzonderingen waarbij deze geen uitwerking heeft:

  • Onderhoudsgelden (art. 1412 Ger. W.).
  • De schuldenaar stemt in met het beslag of de voortzetting van de tenuitvoerlegging.
  • Invordering van geldsommen n.a.v. veroordeling in strafzaken.
  • Invordering van belastingen, voorheffingen, taksen, rechten, verhogingen, administratieve en fiscale geldboeten, nalatigheidinteresten en bijbehoren ingevolge een fiscale of sociale fraude.
  • Op de kennisgevingen bedoeld in de artikelen 434 en 435 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 93quater en 93quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, en 36 en 37 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen of gelijkaardige regionale regelgeving, in het kader van het opstellen van akten die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp hebben.

Opmerkelijk is dat betreffende particulieren géén voorwaarden voor de toepassing van de beperkingen werd voorzien én dat reeds gelegd uitvoerende beslagen tevens geschorst worden tot minstens 31 januari 2021.

Uiteraard is het heden ten dage niet ondenkbaar dat voormelde einddatum van 31 januari 2021 nog opgeschoven zal worden afhankelijk van de evolutie en verdere verloop van de COVID-19-epidemie.

U zal als werkgever dus zeer aandachtig moeten zijn om bijvoorbeeld bij een beslag op het loon van uw werknemers, niet over te gaan tot doorstorting indien dit beslag onder de opschorting/schorsing van dit artikel valt.

Wij volgen dit van nabij op en actualiseren dit artikel van zodra nodig/mogelijk. Voor verdere vragen en/of advies omtrent de concrete gevolgen voor u of uw onderneming, kan u ons steeds contacteren.

Studio Legale

[1] Wet van 20 december 2020 houdende diverse tijdelijke en structurele bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.