Het niet-concurrentiebeding in overeenkomsten tussen zelfstandigen cover

10 jun 2026 | Corporate & Accountancy

Het niet-concurrentiebeding in overeenkomsten tussen zelfstandigen

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Een onderneming-opdrachtgever kan er belang bij hebben om een niet-concurrentiebeding op te nemen in de overeenkomsten die zij sluit met zelfstandige dienstverleners. Indien contractueel niets wordt geregeld, geldt immers het principe van de vrijheid van ondernemen. Dit betekent concreet dat de zelfstandige dienstverlener concurrentiële activiteiten mag uitoefenen, voor eigen rekening of voor andermans rekening (bijvoorbeeld voor een rechtstreekse concurrent van de opdrachtgever). Dit weliswaar mits naleving van de eerlijke marktpraktijken (oneerlijke concurrentie is steeds verboden).

Om te vermijden dat de zelfstandige dienstverlener het cliënteel van de opdrachtgever rechtstreeks zou benaderen en afwerven, is het raadzaam voor de opdrachtgever om een niet-concurrentiebeding overeen te komen.

Geldigheidsvoorwaarden niet-concurrentiebeding

Tussen zelfstandigen is het niet-concurrentiebeding niet wettelijk geregeld (met uitzondering van de handelsagentuur). Volgens de rechtspraak en rechtsleer gelden wel een aantal geldigheidsvoorwaarden waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van een niet-concurrentiebeding.

Die geldigheidsvoorwaarden hebben tot doel een evenwicht tot stand te brengen tussen de belangen van de opdrachtgever (bescherming van het cliënteel) en de belangen van de zelfstandige dienstverlener (de vrijheid van ondernemen).

Meer in het bijzonder gelden volgende beperkingen (geldigheidsvoorwaarden):

1. Beperking in de tijd

De periode waarvoor het niet-concurrentiebeding na beëindiging van de samenwerking geldt, moet uitdrukkelijk bepaald worden (bijvoorbeeld gedurende één jaar).

De maximale duur van het concurrentieverbod varieert naargelang de concrete omstandigheden (de betrokken sector, de duur van de samenwerking, …) en moet proportioneel zijn.

Indien de samenwerking bijvoorbeeld betrekking heeft op een opdracht van drie maanden, zal een concurrentieverbod van één jaar mogelijk disproportioneel zijn (hoewel dit steeds afhangt van de overige concrete omstandigheden).

2. Beperking in de ruimte

Het niet-concurrentiebeding moet ook beperkt zijn tot een bepaald geografisch gebied, rekening houdend met het rechtmatig belang van de opdrachtgever.

Indien de opdrachtgever bijvoorbeeld geen activiteiten voert in Italië (en daar ook geen voorbereidingen toe heeft getroffen) zal een concurrentieverbod dat ook van toepassing is in Italië als ongeldig worden beschouwd (aangezien de opdrachtgever geen rechtmatig belang voor een dergelijk verbod kan aantonen).

3. Beperking in activiteiten

De tijdelijk verboden activiteiten moeten betrekking hebben op de activiteiten die de zelfstandige dienstverlener uitvoerde voor de opdrachtgever.

Gevolgen ongeldig niet-concurrentiebeding

Indien het concurrentieverbod te verregaand is, kan de rechter het beding nietig verklaren en het dus buiten werking stellen.

Om het voordeel van een ongeldig concurrentieverbod niet geheel te verliezen (door nietigverklaring) is het raadzaam om er in op te nemen dat indien het beding ongeldig zou worden bevonden, de partijen er zich van onthouden de nietigheid te vorderen en het beding zal worden gematigd tot hetgeen redelijk en geldig wordt bevonden.

Bovendien is het raadzaam in de overeenkomst een deelbaarheidsbeding toe te voegen, waarin wordt bepaald dat de eventuele nietigheid van een beding de geldigheid van de overige bepalingen in de overeenkomst niet in het gedrang brengt.

Gevolgen schending niet-concurrentiebeding

In geval van de schending van een niet-concurrentiebeding is het vaak moeilijk om de daardoor geleden schade te bewijzen en te begroten.

Voor de opdrachtgever is het dan ook raadzaam om in het niet-concurrentiebeding een (niet buitensporige) forfaitaire (vaste) schadevergoeding op te nemen die zal verschuldigd zijn in geval van inbreuk. Dit onder het voorbehoud dat indien de werkelijk geleden schade hoger ligt dan de forfaitair bepaalde schadevergoeding, een hogere schadevergoeding kan gevorderd worden. Dit zal meteen ook een stimulans vormen voor de zelfstandige dienstverlener om het niet-concurrentiebeding na te leven.

Heeft u vragen over zelfstandige dienstverleningsovereenkomsten en/of over niet-concurrentiebedingen, aarzel dan niet om ons te contacteren.

​Elisah VanheckeIntinya

Lees ook de andere artikels van Elisah

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *