Rechtuit

De ‘schending’ der machten: de ene al wat belabberder dan de andere

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Kort nadat de Koning het ontslag had geweigerd van de preformateurs Egbert Lachaert en Conner Rousseau tweette de gewezen hoofdredacteur van De Standaard Peter Vandermeersch gelaten: “Eerst was ik passioneel over Belgische politiek. Iets later was ik erg geïnteresseerd. Toen moest ik vooral lachen. Dan werd ik boos op het onvermogen. Nadien werd ik triest over het absolute onvermogen. Nu ben ik bitter.” Hij vat daarmee allicht goed samen wat bij vele burgers leeft. Ook bij diegenen die tot voor kort oog hadden voor de politieke actualiteit. De huidige minderheidsregering heeft dan wel ‘volheid’ van bevoegdheid, maar er is niemand die deze juridische realiteit ernstig neemt. Zelfs de vraag hoelang we al zonder regering zitten, is onduidelijk en voer voor discussie, want wat is de aanvangstermijn? De uitvoerende macht etaleert enkel onmacht en overigens niet alleen op federaal niveau. De zoektocht naar een nieuwe federale regering is een doolhof van botsende ego’s met weinig politieke ervaring en gemediatiseerde – door communicatiespecialisten uitgedokterde – oneliners.

De wetgevende macht dan. Die werd vroeger soms smalend als een ‘praatbarak’ weggezet, maar beleefde vorige week een triest dieptepunt met scheldende verkozenen des volks en een Kamervoorzitter die met het kamerreglement in de hand dan maar hun microfoon uitschakelde. Wie buiten het kielzog van de camera’s persoonlijk met politici praat, kan enkel vaststellen dat steeds meer onder hen beseffen dat ze collectief het ravijn in donderen. De verbinding met de samenleving zijn ze al langer kwijt.

Wanneer twee van de drie staatsmachten in de gevarenzone zitten, zou de rechterlijke macht als een baken van rust de rechtstaat kunnen stutten. Helaas komt de bovenvermelde gedachte van Peter Vandermeersch ook steeds vaker op wanneer justitie aan bod komt. De jarenlange onderfinanciering, de overbevraging, de nog steeds archaïsche structuur, de soms tergende traagheid en een verkeerd verwachtingspatroon maken dat ook het vertrouwen in de rechterlijke macht wegkwijnt. De melding dat 10.000 strafzaken kunnen verjaren helpt daarbij niet. Is er dan niets meer mogelijk?

Toch brengt die derde macht het er nog niet zo slecht van af, althans vergeleken met de afwezige regering en een op hol geslagen parlement. De rechters hebben niet de luxe om – zoals de regeringsonderhandelaars – maandenlang telkens op de rem te duwen wanneer het ego van de ene excellentie botst met dat van de andere kandidaat-premier. Ze moeten oordelen op basis van de wet, ook wanneer de wetgever kromme bochten maakte, tegenstrijdige bepalingen voorzag of bij gebrek aan eensgezindheid of visie open normen uitvaardigde zodat de rechter de klus maar zelf moet klaren. Rechters zijn doorgaans plichtsbewust en spreken recht. Wanneer de rechter te lang wacht nadat een zaak is gepleit, kan er worden ingegrepen. Artikel 652 Ger.W. bepaalt dat wanneer de rechter gedurende meer dan zes maanden verzuimt de zaak die hij in beraad heeft genomen te berechten, de zaak aan de rechter kan worden ‘onttrokken’. De rechter kan dan een tuchtstraf krijgen en een andere rechter zal dan uitspraak doen over de zaak. Een dergelijk systeem zou misschien ook nuttig zijn voor regeringsformaties. Wanneer rechters maandenlang piekeren over een zaak, wordt dit – terecht – als onverantwoord gedrag omschreven. Waarom geldt dat niet voor politici?

Deze week kreeg ook het overlijden van de Amerikaanse opperrechter Ruth Bader Ginsburg wereldwijd aandacht. Er werd vanuit diverse hoeken gewezen op haar engagement. In een commentaar in De Standaard schreef journalist Ruben Mooijman: “Het paradoxale is dat Bader Ginsburg de politisering van het hoogste Amerikaanse gerechtshof verafschuwde, maar er tegelijkertijd als progressief boegbeeld zelf aan bijdroeg – gewild of ongewild.” (DS 21/9). De journalist wees er terecht op dat rechtscolleges geen verlengstuk mogen worden van partijpolitiek, maar dat belet hen natuurlijk niet om verantwoordelijk te zijn en hun maatschappelijke rol te vervullen. Als Ginsburg iets duidelijk heeft gemaakt, is het wel dat het verdedigen van de ‘rule of law’ een niet aflatende inzet vereist. Die attitude is eigen aan veel magistraten. Zelfs wanneer justitie als instelling in de touwen hangt, wordt er nog verder gewerkt. Misschien dat de regeringsvormers en de wettenmakers daar wat inspiratie uit kunnen putten.

De samenleving kan niet langer verdragen dat de instellingen hun rol niet opnemen. Het is tijd om de ‘schending’ van de macht (of de zelfvernietiging) van de instellingen te stoppen. De crisis die na de COVID-19-pandemie stilaan zichtbaar wordt, vereist slagkracht.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

1 Comment

  • Klopt allemaal…..maar wat kunnen we doen ? Ze doen er alles aan om geen verkiezingen te hebben. Andere wetgeving die deze malaise in de toekomst kunnen stoppen moeten ze zelf stemmen, gaan ze dus niet doen. Betogen ? Ik heb me voorgenomen om de politiek even niet meer te volgen.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.