Dat bestuurders van vennootschappen de alarmbelprocedure beter rigoureus toepassen om de persoonlijke aansprakelijkheid te vermijden, blijkt andermaal uit een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 12 september 2025.[1] In de gerechtelijke procedure discussieerden de partijen over de concrete invulling van de te voeren alarmbelprocedure. De rechtbank zette daaromtrent de puntjes op de i.
Standpunten
Voor de rechtbank beargumenteerde eiseres dat verweerster, die bestuurder was van een BV, had nagelaten de alarmbelprocedure te voeren en zij om die reden aansprakelijk moet worden gehouden voor alle schade van eiseres (die in deze casus bestond uit onbetaalde schuldvordering op de BV, die later ook failliet werd verklaard).
De verweerster betwistte evenwel haar aansprakelijkheid, met de stelling dat sinds 2009 bij elke algemene jaarvergadering door de aandeelhouder-bestuurder werd genotuleerd dat “maatregelen dienen te worden genomen om het verlies te recupereren en de kosten te drukken”. Deze vermelding werd gedurende tien jaar telkens herhaald in het jaarverslag zoals gevoegd bij de gepubliceerde jaarrekeningen. Volgens verweerster had zij daarmee tegemoet gekomen aan haar verplichtingen als bestuurder, meer bepaald tot het voeren van de wettelijk voorziene alarmbelprocedure. Eiseres betwistte dit.
Rechterlijke beoordeling
De rechtbank bracht in herinnering dat artikel 332 Wetboek van Vennootschappen (nu artikel 5:153 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen[2]) voor de BV voorziet in een dwingende procedure, met name die van de alarmbelprocedure, indien de vennootschap in financieel moeilijk vaarwater komt.[3] Volgens deze alarmbelprocedure moet het bestuur enerzijds de algemene vergadering van de aandeelhouders bijeenroepen en anderzijds in een bijzonder verslag uiteenzetten welke maatregelen het bestuur voorstelt wanneer men de activiteiten van de vennootschap wenst voort te zetten. Wanneer het bijzonder verslag ontbreekt, is de beslissing van de algemene vergadering nietig en heeft dit tot gevolg dat de alarmbelprocedure wordt geacht niet te zijn gevolgd.
De rechtbank benadrukte dat de niet-naleving van de alarmbelprocedure bijzonder streng wordt gesanctioneerd, met name dat bestuurders ten aanzien van derden geacht worden aansprakelijk te zijn voor alle schade die deze derden hebben geleden, behalve indien het tegenbewijs wordt geleverd. Kortom, er geldt een weerlegbaar wettelijk vermoeden dat de schade van derden voortvloeit uit de niet-naleving van de alarmbelprocedure.
Na herhaling van deze wettelijke principes stelde de rechtbank vast dat gedurende tien jaar géén bijzonder bestuurdersverslag werd opgemaakt met concrete herstelmaatregelen.
Naar oordeel van de rechtbank is een loutere vermelding in de notulen van de algemene jaarvergadering (zoals gevoegd bij de neergelegde jaarrekeningen) met als enkele inhoud dat “maatregelen moeten worden genomen om het verlies te recupereren en de kosten te drukken”, niet voldoende. Dit kan niet dienen als een vervanging voor het bijzonder verslag zoals vereist door de vennootschapswetgeving, aldus de rechtbank. Immers, zo stelde de rechtbank, is het op basis daarvan geenszins duidelijk welke maatregelen verweerster als bestuurder ging nemen om de financiële situatie van de vennootschap te verbeteren.
De rechtbank concludeerde dan ook dat bij afwezigheid van het vereiste bijzonder verslag de alarmbelprocedure geacht wordt niet te zijn gevolgd, met als gevolg dat het vermoeden speelt dat de schade van eiseres het gevolg is van dit nalaten door verweerster. Hierdoor kwam het aan verweerster toe om het vermoeden te weerleggen, en dus aan te tonen dat het niet kunnen innen van de schuldvordering (op de vennootschap) door eiseres zich bij een correcte toepassing van de alarmbelprocedure ook zou hebben voorgedaan. Immers, in dat geval zou er geen oorzakelijk verband zijn tussen de niet-naleving van de procedure en de schade van eiseres.
Verweerster weerlegde dit vermoeden echter niet, zodat zij persoonlijk aansprakelijk werd geacht voor, én veroordeeld tot de schade (en dus het bedrag van de schuld) van eiseres.
Juridische lessen
Uit dit vonnis kunnen belangrijke lessen getrokken worden.
De bestuurder die genoodzaakt is om de alarmbelprocedure toe te passen, mag zich niet beperken tot nietszeggende stijlfiguren. De bestuurder moet daarentegen in een bijzonder verslag concrete maatregelen voorstellen om de financiële toestand van de onderneming te verbeteren en continuïteit te (trachten) garanderen. Concrete maatregelen kunnen zijn: het aangaan van nieuwe kredieten, het heronderhandelen van leningen of contracten, het realiseren van een kapitaalverhoging, een fusie, etc.
In louter algemene bewoordingen in notulen van de gewone algemene vergadering stellen dat kosten moeten worden gedrukt, en eventueel nieuwe inkomsten aangeboord, volstaat niet om te voldoen aan de wet. De bestuurder moet afzonderlijk en concreet optreden.
Niet alleen voor een bestuurder kan dit vonnis een belangrijke les zijn, maar evenzeer voor de cijferberoeper (accountant/boekhouder/revisor) die de ondernemer zou bijstaan bij de financiële en juridische verslaggeving die kadert binnen de alarmbelprocedure.[4]
Het onvoldoende doortastend of lichtzinnig uitvoeren van de alarmbelprocedure, kan de bestuurder-ondernemer (letterlijk en figuurlijk) duur komen te staan door zijn persoonlijke aansprakelijkheid, getuige daarvan het hier besproken vonnis. Men weze gewaarschuwd.
Bas Schuermans, advocaat bij Bricks Advocaten




0 reacties