Casus Haqbin: het verhaal van de jonge Afghaan cover

24 apr 2026 | Civil Law & Litigation

Casus Haqbin: het verhaal van de jonge Afghaan

Door Case4EU

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Assistent Advisor
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Legal advisor
Commercieel recht
3 - 7 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen
Tax Advisor
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen

Welke sancties mag een lidstaat opleggen aan een ‘weerbarstige’ asielzoeker? Haqbin, een minderjarige Afghaan, maakt zich schuldig aan ernstige vormen van geweld in zijn opvangcentrum in België. Mocht België (Fedasil) hem op straat zetten?

Aan migranten die in de EU internationale bescherming zoeken moeten de lidstaten materiële opvang bieden (huisvesting, voedsel en kleding). Kan die materiële opvang ingetrokken worden wanneer de verzoeker om internationale bescherming gewelddadig is en de regels van het opvangcentrum niet respecteert? Sancties zijn mogelijk, maar de lidstaten moeten steeds een waardige levensstandaard garanderen en niet verder gaan dan nodig is. Wanneer de verzoeker minderjarig is, staat het belang van het kind centraal. Huisvesting, voeding of kleding kunnen daarom niet zonder meer worden ingetrokken. Deze zaak nodigt uit om na te denken over de afweging van belangen: het bewaren van de menselijke waardigheid tegenover het optreden tegen ernstige vormen van geweld.[1]

De feiten: Haqbin raakt betrokken in een vechtpartij

Zubair Haqbin is een Afghaan van minder dan 18 jaar oud. Hij komt als niet-begeleide minderjarige in België aan en dient een verzoek tot internationale bescherming in. Hij wordt in een opvangcentrum in Broechem geplaatst, maar daar loopt het fout: Haqbin raakt betrokken in een vechtpartij. De politie moet tussenbeide komen en houdt Haqbin aan omdat hij een aanstoker van die vechtpartij lijkt te zijn. De volgende dag komt Haqbin weer vrij. De directeur van het opvangcentrum beslist om hem voor een periode van 15 dagen uit te sluiten van materiële hulp in een opvangstructuur. Die beslissing wordt bevestigd door het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (Fedasil). Haqbin krijgt een lijst mee van particuliere daklozencentra die hem kunnen opvangen. Hij komt echter op straat terecht en overnacht in een park in Brussel en bij vrienden.

De voogd die Haqbin was toegewezen na aankomst in België stapt naar de rechter, vraagt dat men Haqbin meteen weer toegang geeft tot het opvangcentrum en eist schadevergoeding. Hij krijgt geen gelijk. Daarop gaan Haqbin en zijn voogd in beroep. De beroepsrechter twijfelt: hoe moet hij de Europese Opvangrichtlijn uitleggen? Hij legt zijn vragen voor aan het Hof van Justitie.

Over welke EU-rechten gaat dit verhaal?

Dit verhaal situeert zich in de EU als een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. De EU ontwikkelt een gemeenschappelijk beleid inzake asiel, subsidiaire bescherming en tijdelijke bescherming. Het doel is om aan iedere onderdaan van een derde land die internationale bescherming behoeft een passende status te verlenen (art. 78 WV). Het is belangrijk om de juiste terminologie te gebruiken: migranten, derdelanders, verzoekers om internationale bescherming, vluchtelingen … Haqbin is een verzoeker om internationale bescherming.

Opvangrichtlijn

In het kader van haar asiel- en migratiebeleid heeft de EU de Opvangrichtlijn aangenomen.[2] De Richtlijn beoogt de toepassing van de grondrechten van het Handvest van de grondrechten van de EU te verzekeren en stelt de EU-waarde van menselijke waardigheid centraal. Het doel van de Richtlijn is “te waarborgen dat de menselijke waardigheid ten volle wordt geëerbiedigd alsook te bevorderen dat onder meer artikel 1 van het Handvest van de grondrechten wordt toegepast”.

De Richtlijn geeft aan verzoekers om internationale bescherming een recht op materiële opvangvoorzieningen. Dit slaat op maatregelen die de lidstaten treffen voor wie om internationale bescherming verzoekt, zoals het bieden van huisvesting, voeding en kleding.[3] In het verhaal van Haqbin zijn deze opvangvoorzieningen zeer van belang, omdat hij een niet-begeleide minderjarige is.[4]

Haqbin is geen EU-burger, maar een derdelander (hij heeft niet de nationaliteit van een EU-lidstaat) van nog geen achttien jaar oud. In België is hij een ‘NBMV’, een niet-begeleide minderjarige vreemdeling. Dat zijn jongeren van vreemde herkomst die in België aankomen zonder ouders of wettelijke vertegenwoordigers. Ze zijn op zichzelf aangewezen en daarom zeer kwetsbaar. Ze zijn vaker het slachtoffer van mensenhandel, mensensmokkel, drugsbendes of seksuele of economische uitbuiting (slavenarbeid). In 2020 verdwenen in België 638 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, van wie 93 verdwijningen onrustwekkend waren.[5] De Opvangrichtlijn bepaalt dat lidstaten bijzondere aandacht moeten hebben voor kwetsbare personen, zoals niet-begeleide minderjarigen.[6] Als niet-begeleide minderjarige moet Haqbin dus extra bescherming krijgen.

Aan deze bescherming zijn beperkingen, maar een genuanceerde benadering is nodig. De Opvangrichtlijn laat toe dat de lidstaten sancties opleggen bij “ernstige inbreuken op de regels met betrekking tot opvangcentra” en bij “ernstige vormen van geweld”.[7] Het Hof van Justitie interpreteert het begrip ‘sanctie’ en stelt dat die ook kan bestaan uit de beperking of de intrekking van materiële opvangvoorzieningen. Het gevolg hiervan is dat, wanneer een verzoeker geweld pleegt in het opvangcentrum, materiële opvangvoorzieningen mogen worden beperkt of ingetrokken.

De Opvangrichtlijn stelt dat beslissingen tot beperking of intrekking van materiële opvangvoorzieningen moeten worden gebaseerd op de specifieke situatie van de betrokkene, zeker voor kwetsbare personen. Bovendien moet rekening worden gehouden met het evenredigheidsbeginsel. Dat betekent dat de maatregel niet verder mag gaan dan wat nodig is. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat verzoekers altijd toegang hebben tot medische hulp en dat ze een waardige levensstandaard genieten.[8]

Waardige levensstandaard

Het Hof omschrijft de waardige levensstandaard. De eerbiediging van de menselijke waardigheid van een verzoeker om internationale bescherming vereist dat hij niet in een toestand van zeer verregaande behoeftigheid terechtkomt waardoor hij niet in staat zou zijn om te voorzien in zijn meest elementaire behoeften zoals wonen, eten, zich kleden en zich wassen. Dat zou zijn fysieke of mentale gezondheid kunnen schaden.

Haqbin werd gedurende vijftien dagen uitgesloten van materiële hulp binnen een opvangstructuur. Doordat hij uit het opvangcentrum werd gezet, kwam hij op straat terecht. Hij overnachtte in een park en bij vrienden. Door alle materiële opvangvoorzieningen in te trekken (huisvesting, voedsel en kleding) kon Haqbin niet in zijn meest elementaire behoeften voorzien.

Volstaat het dat hij op het moment dat hij uit het centrum werd gezet, een lijst kreeg met particuliere daklozencentra (geen opvangcentra van de overheid)? Het Hof antwoordt dat lidstaten de waardige levensstandaard voortdurend en zonder onderbreking moeten waarborgen. De lidstaten moeten hiervoor de materiële opvangvoorzieningen op een georganiseerde wijze leveren en dit onder hun eigen verantwoordelijkheid.

België kan dus een beroep doen op particuliere daklozencentra, maar dan nog zal het de verantwoordelijkheid moeten opnemen wanneer iets fout gaat.

Evenredigheid

Het Hof van Justitie oordeelt dat er ook sancties denkbaar waren waardoor Haqbin niet volledig werd uitgesloten van de materiële opvangvoorzieningen. Zo kon men hem bijvoorbeeld verplichten om tijdelijk in een afzonderlijk gedeelte van het opvangcentrum te verblijven, hem verbieden in contact te treden met bepaalde bewoners (een contactverbod) of hem overplaatsen naar een ander opvangcentrum. Haqbin gedurende vijftien dagen uitsluiten van materiële hulp in een opvangcentrum is niet evenredig tot de beoogde doelstelling. De maatregel gaat verder dan nodig.

Belang van het kind

Haqbin is een niet-begeleide minderjarige, en dus een kwetsbare persoon volgens de Opvangrichtlijn. België had daarom meer rekening moeten houden met de specifieke situatie van de minderjarige.[9] Bovendien stelt de Opvangrichtlijn dat de lidstaten zich primair moeten laten leiden door het belang van het kind.15 Dat is een grondrecht van iedereen (niet alleen van EU-burgers), vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de EU.

Bij problemen kunnen de lidstaten een niet-begeleide minderjarige ook toevertrouwen aan diensten die met jeugdbescherming zijn belast (en dus niet gewoon aan daklozencentra).

Besluit

Het Hof oordeelt dan ook finaal dat wanneer een verzoeker om internationale bescherming ernstige inbreuken pleegt op de regels m.b.t. de opvangcentra of overgaat tot ernstige vormen van geweld, een lidstaat hem niet mag bestraffen door zijn materiële opvangvoorzieningen m.b.t. huisvesting, voedsel of kleding in te trekken. Daardoor kan de verzoeker namelijk niet meer voorzien in zijn meest elementaire behoeften. Bovendien moeten de sancties evenredig zijn en de menselijke waardigheid respecteren. Bij niet-begeleide minderjarigen moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de belangen van het kind.”

Vervolg na de beslissing van het Hof van Justitie

Het arbeidshof van Brussel past de interpretatie van het Hof van Justitie toe en verklaart de beslissing van Fedasil nietig. Fedasil schoot tekort in zijn verplichtingen inzake opvang. Door de foutieve beslissing van Fedasil was de minderjarige Haqbin gedwongen de nachten door te brengen in een park en in het station, zonder garanties op het vlak van veiligheid, eten, kledij, sanitair en hygiëne. Het arbeidshof kent Haqbin daarom 1 euro morele schadevergoeding toe.[10]

Niet alleen België, maar alle lidstaten moeten de regels van de Opvangrichtlijn, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie in de zaak Haqbin, respecteren. De lidstaten kunnen aan ‘weerbarstige’ asielzoekers alleen sancties opleggen die hun menselijke waardigheid onaangetast laten. Zij moeten bij het opleggen van sancties het evenredigheidsbeginsel en de bijzondere situatie van kwetsbare personen in acht nemen. Als het gaat om niet-begeleide minderjarigen moeten zij rekening houden met de belangen van het kind.

​Deze tekst is gebaseerd op de casusfiche geschreven door Caranina Colpaert en Griet Galle.

Meer uitleg over deze zaak en andere belangrijke Europese rechtspraak vindt u terug op de website van Case4EU, o.l.v. Kris Grimonprez.


Voetnoten

[1] Zubair Haqbin, Hof van Justitie van de Europese Unie, arrest van 12 november 2019, Zaak C-233/18, ECLI:EU:C:2019:956.

[2] Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming.

[3] Art. 2,f en g Opvangrichtlijn.

[4] Art. 2,e Opvangrichtlijn.

[5] Zie I.E, Federale Overheidsdienst Justitie en artikel van Termote.

[6] Art. 21 Opvangrichtlijn.

[7] Art. 20,4 Opvangrichtlijn.

[8] Art. 20,5. 14 Art. 21.

[9] Art. 21.

[10] Arbeidshof Brussel, arrest van 7 oktober 2021.

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Assistent Advisor
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Legal advisor
Commercieel recht
3 - 7 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen
Tax Advisor
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *