Auteursrechten en interieurprojecten: positieve rechtspraak zet zich door cover

26 mrt 2026 | Tax & Private equity

Auteursrechten en interieurprojecten: positieve rechtspraak zet zich door

Recente Jobs

Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Familierecht Privaatrecht verkeersrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Over de auteursrechten in fiscalibus is de rechtspraak in volle beweging. Recent signaleerden we een positief vonnis van de rechtbank van Hasselt in een zaak van een architect (Auteursrechten en architecten: positieve rechtspraak zet de juiste toon). Onlangs heeft nu ook de rechtbank van eerste aanleg, niet voor het eerst, een positieve uitspraak gedaan ditmaal in een zaak van ‘interior creators en designers’, bij vonnis van 4 maart 2026.

De originaliteitsvereiste

Kern van de discussie is vaak of het werk waarop de auteursrechtenvergoedingen betrekking hebben, ‘origineel’ is en aldus auteursrechtelijke bescherming geniet. Die originaliteit is er, zoals onder meer uit cassatierechtspraak blijkt, wanneer het werk een eigen intellectuele schepping van de auteur is. Concreet is dat het geval zodra de auteur eigen keuzes heeft gemaakt bij de totstandkoming van het werk.

Hoe beperkt, hoe groot, hoe kwalitatief die eigen keuzes ook waren, zodra er eigen keuzes in het werk zijn gelegd, en zodra een werk niet enkel teruggaat op technische voorschriften en instructies, is er originaliteit in de zin van de auteursrechtenwetgeving. Het werk hoeft niet nieuw te zijn. Het kan ook gelijkenissen vertonen met andere werken. De eigen keuzes zijn cruciaal. Dit manifesteert zich in tal van creatieve beroepsgroepen: IT’ers, schrijvers van artikels, architecten, interieurarchitecten, designers, meubelmakers, marketeers, enz.

Interieurprojecten

Enkele weken geleden heeft de rechtbank van Antwerpen, in een dossier behandeld door ons kantoor, geoordeeld over interieur- en designwerken van ‘interior creators en designers’. Concreet creëren de betrokken belastingplichtigen keukens op maat, kasten, kookeilanden, dressings, de (her)inrichting van woningen, appartementen, enz. Telkens gaat dit terug op hun keuzes qua materiaal, indeling, vormen, kleuren, technieken, combinaties van verschillende aspecten (bv. marmeren patronen in combinatie met gerookt hout, edelmetalen, enz.).

De fiscus betwistte evenwel de originaliteit, om reden dat er verschillende vergelijkbare keukens op de markt zouden zijn, om reden dat het gebruik van de gebruikte materialen zoals natuursteen, hout en metaal, niet uniek of origineel zou zijn, om reden dat de keuzes beperkt zouden zijn geweest door de wensen van de klant en de technische vereisten.

De rechtbank oordeelt op basis van de uitgebreide stukkenbundel – waarbij tal van voorbeelden van de gerealiseerde projecten werden voorgelegd en in detail besproken – dat voor de voorgelegde projecten, de plannen/ontwerpen, voldoen aan de vereiste van originaliteit nu de essentiële criteria, zijnde de vrije keuze en de creatieve keuze, aangetoond zijn.

De rechtbank voegde eraan toe dat de projecten niet enkel creatief zijn maar ook uniek, nu elk project individueel bekeken wordt; het unieke karakter komt naar boven bij ieder afgeleverd project.

Dat de auteurs samenwerkten met diverse leveranciers voor de materiële realisatie/uitvoering van de ontwerpen, en dat zij bij het uitwerken van de projecten, materialen zoals natuursteen, hout en metaal gebruikten, daarbij rekening houdende met de wensen van de klanten, doet geen enkele afbreuk aan de originaliteit van de werken aldus de rechtbank.

Het besluit van de rechtbank luidt dan ook dat de projecten duidelijk de stempel van de persoonlijkheid van de auteurs (interior creators) dragen en de originaliteitsvereiste derhalve is voldaan.

Co-auteurschap

In de praktijk komt het vaak voor dat meerdere auteurs samen een werk creëren. Dit is het zogenaamde ‘co-auteurschap’. Elke betrokken auteur levert zijn of haar eigen creatieve bijdrage in het geheel.

Ook in voorliggend geval was dit zo. De drie bestuurders-creators hebben de interieur- en designwerken alle drie samen ontworpen en gerealiseerd. Zonder elkeen zijn bijdrage zou het gezamenlijke werk niet tot stand zijn gekomen of zou het werk er anders hebben uitgezien.

De rechtbank oordeelt dat in casu aan de hand van de aangeleverde stukken, met inbegrip van de respectievelijke overeenkomsten van elk van de drie bestuurders-creators met de vennootschap inzake de cessie van auteursrechten, is aangetoond dat de drie belastingplichtigen de (co)auteurs zijn van de documenten (schetsen, plannen, technische tekeningen, etc.) en van het totaalproject.

Bovendien oordeelde de rechtbank dat het feit dat alle drie de belastingplichtigen gezamenlijk vrije en creatieve keuzes hebben gemaakt en dat de creatieve component (o.a. indelings-, bewerkings-, vorm-, materiaal- en kleurkeuze) van de ene bestuurder-creator niet één op één te onderscheiden is van de andere bestuurders-creators, geen enkele afbreuk doet aan de originaliteit of de concrete uitwerking van de interieur- en designwerken van deze drie (co)auteurs.

Bedrag auteursrechtenvergoeding in verhouding

Het bedrag van de auteursrechtenvergoeding vaststellen kan onder meer door toepassing van een percentage op de zogenaamde auteursrechtelijke omzet, zijnde de omzet die teruggaat op de exploitatie van de auteursrechtelijke beschermde werken. Onder andere in de rulingpraktijk zijn gangbare – als marktconform aangenomen – percentages terug te vinden, gaande tot bv. 15% voor architecten.

In het voorliggend dossier werd aangetoond dat de auteursrechtenvergoedingen onder dit rulingconform percentage vallen en dus redelijk waren.

De rechtbank oordeelt op basis van de dossierstukken dat in zijn totaliteit genomen er inderdaad redelijke percentages werden gehanteerd voor de berekening van de auteursrechten voor de drie bestuurders gezamenlijk of voor elke bestuurder afzonderlijk.

Anders dan de administratie beweerde staan de auteursrechten wel in verhouding tot de bedrijfsleidersbezoldiging van elke bestuurder. De rechtbank hield daarbij ook rekening met het feit dat op basis van de voorgelegde cijfers niet blijkt dat de auteursrechtenvergoeding in de plaats is gekomen van de bedrijfsleidersbezoldiging.

Conclusie

Opnieuw is er positieve rechtspraak te noteren inzake de auteursrechten. De rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, die eerder al positief oordeelde in een casus van een architect, velde eerder deze maand een positief vonnis in een casus van interieur- en design-ontwikkelaars (interior en design creators). De concrete onderbouw en illustraties van de originaliteit worden door de rechtbanken grondig beoordeeld met ontheffing van dien in de gerechtelijke fase. Andermaal een opsteker in dit verhaal en voor de creatieve sector.

Jihen Haouel en Dries Verhaeghe

Volg ook onze IMPOSTO Tax Talks, ook op LinkedIn

Recente Jobs

Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Familierecht Privaatrecht verkeersrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *