Jubel Talks II WVV-2

Jubel

Avatar

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Contacteer de Jubel-redactie via het formulier "Postbus" op de website.

 

Over de auteurs

Paul VERHAEGHE is advocaat sedert 1998 en lid van de Orde van Advocaten te Gent en van de Nederlandse Orde van Advocaten te Brussel waar hij zijn hoofdkantoor heeft.  Hij is voornamelijk actief in het fiscaal recht.  Daarnaast is hij vertrouwd met materies waar fiscaliteit bij komt kijken zoals het financieel strafrecht, verzekeringsrecht, het aansprakelijkheidsrecht voor cijferberoepen en erfenissen.

De ontluikende tak van het fiscaal recht met betrekking tot digitale activiteiten draagt zijn bijzondere interesse weg. Hij volgt de ontwikkelingen in deze materie op de voet en draagt daaraan bij door te antwoorden op publieke bevragingen en artikels te schrijven.

Roel DESEYN haalde zijn Bachelor Diploma Rechten cum laude aan de Kulak, de Master behaalde hij in Leuven. Daarvoor haalde hij ondermeer de graden van Master in de Romaanse Talen en  Master in de Media- en Informatiekunde. Momenteel is hij advocaat aan de balie van Brussel.  Voor de advocatuur was hij politiek actief op federaal niveau (Federaal Volksvertegenwoordiger 2002-2019, commissie Financiën met focus op fiscaliteit) en bekleedde posities in de publieke en private sector (Ernst&Young).

Hij is praktijkassistent Verbintenissenrecht aan de KULeuven (Kulak).

Mr. Deseyn is houder van het getuigschrift voor Salduz-bijstand (strafrecht), het getuigschrift voor Cassatieprocedure in strafzaken en is erkend als ‘collaboratief advocaat’. Fiscale en verbintenisrechtelijke dossiers genieten zijn voorkeur.

 

De Regering is van plan effectenrekeningen waar meer dan 1 miljoen euro op staat te onderwerpen aan een taks van 0,15%.  Voor Jubel schreven Paul Verhaeghe en Roel Deseyn  een korte opinie, waarin ze zeven kritische kanttekeningen bij het nieuwe voorontwerp van de regering plaatsen.  U kunt hun integrale analyse hier lezen.

Zeven kritische kanttekeningen

1ste pijnpunt: Het belastbaar voorwerp – de effectenrekening als enig belastbaar voorwerp is niet proportioneel verantwoordbaar vanuit het normdoel

Er schuilt een mogelijk probleem rond discriminatie van vrijstelling van gelijkaardige producten met effecten op naam die op een andere wijze worden aangehouden.

Door de kunstmatige scheiding tussen één vorm (effectenrekening) en het normdoel van de inhoud (financiële instrumenten beheren en centraliseren) is er een hoog risico op discriminatie wanneer vergelijkbare vormen van beheer worden vrijgesteld.

Op dit punt vinden wij dat er geen betere verantwoording komt in het voorstel.  Het lijkt een kwestie van semantiek die niets kan afdoen van de vraag waarom enkel een effectenrekening belastbaar is vanuit het normdoel.

2de pijnpunt: de uitdrukkelijke vrijstellingen hebben geen redelijke verantwoording

Principieel worden “alle financiële instrumenten op de effectenrekening” belastbaar. Er zijn een aantal evidente uitzonderingen zoals voor financiële instellingen of beursvennootschappen voor eigen professionele aanwending en eigen rekening.

Deze betreffen in regel ondernemingen die op hun rekeningen gelden en waarden beheren die nominatief toekomen aan hun rechthebbenden, de titularissen of de verzekeringsnemer.  Daar het geen ‘eigen vermogen’ betreft van deze instellingen maar werkingsmiddelen is het redelijk verantwoord om deze instellingen zelf van een aangifteplicht uit te sluiten.

Anderzijds, kan men zich wel de vraag stellen naar de redelijke verantwoording om het eigen vermogen dat zij aanhouden vrij te stellen wanneer andere rechtspersonen moeten bijdragen op hun kapitaal.

3de pijnpunt: de ene effecten(rekeningen) zijn de andere niet maar worden gelijk belast in hoofde van de eigenaar

Bepaalde financiële instrumenten geven geen belastbare inkomsten: de opgestapelde winsten verhogen de waarde bij latere verkoop.  Andere financiële instrumenten keren wél systematisch belastbare inkomsten uit.  Hun kapitaal is geen aangroei van vermogen anders dan door speculatieve koersschommelingen op de beurs.

Men kan zich vragen stellen dat enkel personen met een vermogen op een effectenrekening boven 1 miljoen euro moeten bijdragen en personen met andere beleggingen (goud, vastgoed, enz.) daaraan ontsnappen.  Dit lijkt niet redelijk, zelfs niet verantwoordbaar.

4de pijnpunt: de verschillende aanslagvoet

0,15% of beperkt tot 10% van het verschil tussen de belastbare grondslag en het drempelbedrag

Men heeft dit zo bepaald opdat effectenrekeningen na betaling van taks niet onder het drempelbedrag zouden duiken in bepaalde hypotheses.  Abstractie makende van de overheidsbelangen, blijft dit ten gronde een vreemd onderscheid en een grond voor juridische discussie over verschillende behandeling.

Vanuit het normdoel van meer fiscale rechtvaardigheid om sterkere schouders meer te laten bijdragen verdient het aanbeveling om met progressieve tarieven te werken.

5de pijnpunt: de belastbare basis en de referentietijdstippen

Wanneer de waarde van de effectenrekening 1.000.001 euro is wordt dit bedrag getaxeerd, wanneer er 999.999 euro waarde is, is er geen enkele taxatie. Een vrijstelling tot op een bepaalde hoogte (250.000 euro bv.) zou interessanter zijn.

De drempel werd gelegd op 1 miljoen euro omdat vanaf dat niveau – zo menen de indieners – ontwijkingsgedrag niet meer aan de orde is. Eronder zouden alternatieven (vastgoedbeleggingen, aanhouden liquide middelen) meer aan de orde zijn.  We menen dat dit misschien wel iets over het gedrag zegt, maar dat dit geen juridisch argument is om die drempel daar te leggen vanuit het standpunt van fiscale discriminatie.

Wanneer een rekening wordt geopend, kan dit kort voor een referentietijdstip. Het zou kunnen zijn dat de rekening nog niet ‘gevuld’ is op het referentietijdstip en dat zo de gemiddelde waarde onder 1 miljoen euro komt. Biedt de anti-misbruik bepaling daarvoor soelaas?

6de pijnpunt: De internationale fiscale regels (o.a. dubbelbelastingverdragen)

De Regering gaat uit van het universaliteitsprincipe om zo buitenlandse effectenrekeningen te belasten. Uiteraard wordt dit de toepassing van dit principe sterk afgezwakt door de verschillende DBV’s.

Men mag niet vergeten dat de DBV’s meestal over directe belastingen handelen. De regering spreekt – in onze opinie onterecht – over een indirecte taks. Dan kan leiden tot kwalificatieconflicten tussen Staten.

Het wordt gecompliceerder indien men een verrekening zou moeten toelaten met elders betaalde roerende voorheffing.  Het lijkt erop dat er voor de regering geen verrekening aan de orde is omdat de roerende voorheffing geënt is op de vermogensaangroei en de effectentaks op het medium, maar deze kunstmatige scheiding is wel een gevoelig discussiepunt.

7de pijnpunt: retroactieve werking en beweerdelijke voorbeelden van misbruik

Voor titularissen die zelf moeten indienen is de deadline de dag van aangifte voor personenbelasting. Er kan verondersteld worden dat wie met boekhouder werkt dan extra tijd heeft. Dit staat niet expliciet in de teksten.

Daar het publiek redelijkerwijze kon kennisnemen van de toekomstige wijzigingen wordt anticiperen daarop als een misbruik aanzien. Het lijkt ons problematisch om daarvoor naar ‘de media’ te verwijzen, daar deze allerminst een geschikt kanaal zijn voor officiële mededelingen. Voor de voorzienbaarheid van de retroactieve bepaling werd een bericht in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 4 november 2020.  Vraag is wat de juridische waarde is van zo’n mededeling (aankondigingsbericht, geen wet, KB of MB).

Algemene beoordeling

Het is aanbevolen om:

  • Omwille van (sanctioneerbare) discriminatie: Het normdoel van het belastbaar voorwerp anders te omschrijven, als zijnde niet enkel het beheer en het centraliseren van financiële instrumenten maar als “het aanhouden van vermogen bestemd voor private doeleinden in de vorm van financiële instrumenten of instrumenten met een vergelijkbaar economisch effect, teneinde hetzij vermogensaangroei, hetzij meer roerend inkomen te verwerven dan gebruikelijk wordt bekomen door middel van spaarrekeningen”. Er wordt vervolgens best meegegeven dat de acute budgettaire noden vereisen om vermogen meer te doen bijdragen naar verhouding van de financiële draagkracht (progressie zoals voorgesteld) zonder daarbij inkomsten die worden onderworpen aan de roerende voorheffing een tweede maal te willen belasten in dat belastbaar tijdperk.
  • Voor reden van Unierecht en dubbelbelastingverdragen: De belasting als een directe belasting te omschrijven op vermogen.

 

Paul VERHAEGHE en Roel DESEYNadvocaten jus-tax, 10/12/2020

Avatar

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Contacteer de Jubel-redactie via het formulier "Postbus" op de website.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.