Wanneer zwijgen je duur kan komen te staan: een zaak over erfenis en eerlijkheid cover

5 mei 2026 | Civil Law & Litigation

Wanneer zwijgen je duur kan komen te staan: een zaak over erfenis en eerlijkheid

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Assistent Advisor
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Legal advisor
Commercieel recht
3 - 7 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen
Tax Advisor
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen

​Achtergrond – wat is er gebeurd?

In deze zaak staat de verdeling van de erfenis van een overleden vrouw centraal. Enkele jaren voor haar overlijden, verkocht de vrouw een woning en ontving hiervoor een bedrag van bijna 100.000 euro. Kort na deze verkoop begon zij opvallend grote sommen cashgeld af te halen van haar bankrekening. Deze verrichtingen trokken later de aandacht, omdat een aanzienlijk deel van deze bedragen vrijwel onmiddellijk werd doorgestort naar de rekening van een van haar kinderen.

Na het overlijden van deze vrouw werd de erfenis onder haar kinderen verdeeld, waarbij zij allemaal verklaarden geen kennis te hebben van wat er met de afgehaalde geldsommen was gebeurd. Deze getuigenissen werden onder de eed afgelegd.

Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek, kwam echter een andere werkelijkheid aan het licht. Uit het onderzoek bleek immers dat het geld daadwerkelijk bij een van de kinderen terecht was gekomen, waarna dit kind strafrechtelijk werd veroordeeld wegens het afleggen van een valse verklaring.

Bij de verdere afhandeling van de nalatenschap stelde de notaris zich op het standpunt dat dit gedrag neerkwam op erfenisfraude, meer bepaald het verborgen houden van goederen uit de nalatenschap. Het betrokken kind kon zich niet vinden in deze beslissing en tekende hiertegen beroep aan, waardoor de zaak voor het hof van beroep te Antwerpen werd gebracht.

Analyse – wat heeft het hof beslist?

Het hof van beroep moet beoordelen of de feiten effectief kunnen worden beschouwd als erfenisfraude. Daarbij baseert het rechtscollege zich op de voorwaarden die in eerdere rechterlijke beslissingen en in de juridische literatuur worden gebruikt om zo’n kwalificatie te maken.

Volgens het hof moet aan de volgende vier cruciale voorwaarden voldaan zijn. Ten eerste moeten er goederen verdwenen zijn of bewust verborgen zijn gehouden. Daarnaast moeten deze goederen deel uitmaken van de nalatenschap. Verder moet het handelen opzettelijk zijn, met de bedoeling om er een persoonlijk voordeel uit te halen. Tot slot moet de dader een erfgenaam zijn.

Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde dat in deze zaak aan al deze voorwaarden werd voldaan. Doorslaggevend was onder meer het feit dat het betrokken kind effectief een bedrag van 54.500 euro had ontvangen dat afkomstig was uit het vermogen van de overledene. Dat bedrag maakte dus duidelijk deel uit van de erfenis.

Daarnaast hechtte het hof bijzonder veel belang aan de eerdere strafrechtelijke veroordeling. De feiten die daarin bewezen werden verklaard, konden in de burgerlijke procedure niet zomaar opnieuw ter discussie worden gesteld. Dit volgt uit het zogenoemde gezag van gewijsde en het hof van beroep ging er dan ook vanuit dat de vaststellingen uit het strafdossier correct waren.

Verder stelde het rechtscollege vast dat het kind herhaaldelijk had ontkend kennis te hebben van de geldstromen. Deze verklaringen bleken achteraf onjuist te zijn. Volgens het hof kon dit niet worden beschouwd als een vergissing of onoplettendheid, maar wel als een bewuste poging om informatie achter te houden. Het intentioneel karakter was dus duidelijk aanwezig.

Het argument van het betrokken kind dat het geld eventueel voor andere doeleinden werd gebruikt, of dat het zich op de rekening van haar partner bevond, werd door het hof van beroep verworpen. Doorslaggevend was dat het kind controle had over die rekening en dus niet geloofwaardig kon beweren dat zij geen betrokkenheid had bij de gelden.

Op basis van deze elementen besloot het hof van beroep te Antwerpen dat er sprake was van erfenisfraude. De sanctie die hieraan is verbonden, is bijzonder streng. Het betrokken kind verliest haar recht op het deel van de nalatenschap dat zij heeft verborgen gehouden. Bovendien kan zij de erfenis niet meer verwerpen om aan deze sanctie te ontsnappen. Zij blijft dus erfgenaam, maar zonder aanspraak op het verborgen bedrag.

Daarbovenop besliste het rechtscollege dat het kind interesten verschuldigd is op het bedrag vanaf het moment dat zij het geld heeft ontvangen. Dit versterkt het bestraffend karakter van de beslissing en heeft als doel ook een vorm van herstel te zijn voor de andere erfgenamen.

Gevolgen – wat betekent dit voor anderen?

Deze uitspraak illustreert op duidelijke wijze hoe streng de regels zijn over transparantie en eerlijkheid bij de afwikkeling van een nalatenschap. Erfgenamen bevinden zich in een bijzondere positie van vertrouwen ten opzichte van elkaar, en het recht verwacht dat zij zich loyaal gedragen.

Een belangrijke les uit dit arrest is dat erfgenamen een actieve informatieplicht hebben. Het volstaat niet om zelf geen fraude te plegen; men moet ook open zijn over alles wat men weet met betrekking tot het vermogen van de overledene. Dit betekent dat ook passief gedrag, zoals het verzwijgen van relevante informatie, ernstige gevolgen kan hebben.

De zaak toont aan dat zelfs het afleggen van een valse verklaring op zich al zwaar kan doorwegen, zeker wanneer dit gepaard gaat met een eed. Het vertrouwen dat in dergelijke verklaringen wordt gesteld, maakt dat rechters strenger optreden wanneer blijkt dat dit vertrouwen werd geschonden.

De mogelijke gevolgen voor erfgenamen zijn aanzienlijk. In de eerste plaats kan men het recht verliezen op bepaalde goederen uit de nalatenschap. Daarnaast kan men de erfenis niet meer verwerpen, wat betekent dat men steeds gebonden blijft aan de juridische gevolgen ervan. Verder kunnen er financiële sancties volgen, zoals het betalen van interesten. Tot slot kan er, zoals in deze zaak het geval is, ook sprake zijn van een strafrechtelijke veroordeling.

Voor de praktijk betekent dit arrest dat notarissen en rechters alert zullen moeten blijven voor signalen van mogelijke fraude. Wanneer er aanwijzingen zijn dat bepaalde goederen niet worden aangegeven of dat verklaringen niet overeenstemmen met de werkelijkheid, zal men sneller geneigd zijn om dit grondig te onderzoeken.

Besluit

Het arrest van het hof van beroep te Antwerpen bevestigt zeer duidelijk dat erfenisfraude streng wordt aangepakt in het Belgische recht. Het bewust verzwijgen van informatie of het achterhouden van goederen uit een erfenis wordt niet getolereerd en kan leiden tot zware civielrechtelijke en strafrechtelijke gevolgen.

Deze zaak onderstreept dat het erfrecht niet alleen een technisch juridisch domein is, maar ook sterk verbonden is met ethische principes zoals eerlijkheid en oprechtheid. Erfgenamen moeten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid tegenover elkaar en tegenover de nalatenschap van de overledene.

De boodschap die uit dit arrest voortvloeit, is helder: transparantie is essentieel. Wie probeert om op oneerlijke wijze voordeel te halen uit een nalatenschap, riskeert uiteindelijk meer te verliezen dan te winnen. In die zin draagt dit arrest bij tot de rechtszekerheid en het vertrouwen in de eerlijke afwikkeling van nalatenschappen.

Bjorn Robert, masterstudent Rechten aan de Universiteit van Antwerpen

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Assistent Advisor
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Legal advisor
Commercieel recht
3 - 7 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen
Tax Advisor
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *