Afgelopen maand werkte ik in de forensische psychiatrie. Ik stond als begeleider op een afdeling met twee leefgroepen in het forensisch zorgcircuit St.-Jan Baptist in Zelzate. In het verleden nam ik al deel aan opleidingen binnen het forensische milieu, onder meer rond risicotaxatie en diagnostiek. Deze maand kon ik de werkelijkheid eindelijk zelf ervaren.
Al lange tijd geloof ik dat de meeste mensen deugen, zoals Rutger Bregman het zo treffend beschrijft. Toch wringt dat geloof soms, zeker wanneer je werkt met mensen die zeer ernstige feiten hebben gepleegd. En toch heb ik velen op een verrassend aangename manier leren kennen. Ondanks de psychische stoornis die hun leven bepaalt, kan ik compassie voelen voor de mens die ze zijn. Elk verhaal liet me opnieuw de complexiteit zien van de context waarin dergelijke feiten ontstaan. Daarom heb ik het moeilijk om als mens anderen te veroordelen. Ik ben zelf niet feilloos, en voel me niet geplaatst om iemand te veroordelen voor zijn mens-zijn – een gedachte die aansluit bij de christelijke traditie.
Veroordelen is een taak van het rechterlijk instituut dat vanuit zijn functie oordeelt en sanctioneert
Veroordelen is, wat mij betreft, een taak van het rechterlijk instituut dat vanuit zijn functie oordeelt en sanctioneert. Uiteraard mogen we daden niet onder de mantel van barmhartigheid schuiven; dat zou fout zijn. Maar bepaalde uitingen van gedrag moeten we als maatschappij veroordelen, niet als mens.
Afgelopen maand merkte ik hoezeer de forensische psychiatrie oog heeft voor haar patiënten. Mensen worden hier gezien als personen met een hulpnood – en dat siert deze sector het meest. Met de middelen die er zijn, wordt dagelijks uitstekend werk verricht in de begeleiding van geïnterneerden die binnen dit zorgcircuit circuleren. Het harde werk van therapeuten, criminologen, psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkers en begeleiders is niet te onderschatten. Daarnaast zijn er nog tal van anderen die zich inzetten voor dit uitdagende doelpubliek, maar die ik hier onvermijdelijk vergeet te benoemen.
Ondanks dat harde werk hoorde ik een collectieve zucht. De schaarse middelen, het personeelstekort, maar vooral de druk van de overvolle gevangenissen wegen zwaar. Mensen die nog niet klaar zijn om zelfstandig terug te keren naar de samenleving, worden soms te vroeg aan hun lot overgelaten. De frustratie bij zorgverleners hierover was duidelijk voelbaar. Tegelijk begrijp ik de motieven van de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij: elke plaats die vrijkomt, kan worden ingevuld door een geïnterneerde die tevergeefs in de gevangenis opgesloten zit.
Moeten we een systeem zoals internering uitrollen naar het volledige gevangeniswezen?
Volgende week trek ik naar de University of Oxford om daar te leren over straffilosofie. Ik hoop er een antwoord te vinden op de vraag die me al een tijd bezighoudt: moeten we een systeem zoals internering uitrollen naar het volledige gevangeniswezen? Ondanks de moeilijkheden en het gebrek aan rechtszekerheid geloof ik dat we op deze manier mensen écht kunnen helpen. Het is een gedachte die ik verder wil funderen. Overlaad me dus met perspectieven en persoonlijke meningen – zo hoop ik volgende maand dichter bij een antwoord te staan.
Tot slot heeft één ding me het meest geraakt. Binnen de forensische psychiatrie zijn crisissituaties nooit ver weg. Op high risk- en medium risk-afdelingen zijn ze zelfs frequent. De psychiatrie heeft al vele wateren doorzwommen en een inhaalbeweging gemaakt op het vlak van menselijkheid. Toch hoorde ik uit getuigenissen dat bij crisissituaties nog vaak met de harde hand wordt gereageerd. Fysieke dwang wordt soms te snel ingezet; dat raakt me. Ik begrijp de absolute bezorgdheid rond veiligheid – die primeert. Maar ik vraag me vaak af of dialoog, in de mate waarin die mogelijk is, niet vaker en beter kan worden benut.
Op dat vlak heb ik grote bewondering voor Brenda Froyen, die als ervaringsdeskundige het platform Psychosenet ontwikkelde en onvermoeibaar heeft gestreden voor een humanere psychiatrie. We hebben al vele stappen in de juiste richting gezet, maar moeten blijven reflecteren over onze aanpak.
Menselijkheid, uitdaging en complexiteit zijn de drie woorden die voor mij de forensische psychiatrie het best samenvatten. Pleiten voor voldoende middelen, voldoende menselijke wilskracht en voldoende compassie blijft voor mij de kernboodschap.



0 reacties