Un impôt minimum sur les multinationales en Europe cover

20 jun 2023 | Corporate & Accountancy

Minimumbelasting op Europees niveau voor multinationals

Recente vacatures

Notarieel jurist
Burgerlijk recht Fiscaal recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Burgerlijk recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Limburg
Advocaat
Omgevingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Antwerpen
Uitgever
3 - 7 jaar
Antwerpen

Aankomende events

In 2021 heeft de OESO een akkoord bereikt over een internationale fiscale hervorming om winstverschuivingen en de uitholling van winsten tegen te gaan. Een van de maatregelen binnen dit akkoord moet ervoor zorgen dat grote multinationals een minimumbelasting van 15% betalen (pillar two).

In dit kader heeft de Europese Unie op 14 december 2022 een richtlijn gepubliceerd, die de verschillende lidstaten uiterlijk op 31 december 2023 moeten implementeren. Die richtlijn volgt de inhoud en structuur van de OESO-voorschriften. Op vandaag is het nog wachten op een ontwerpwetgeving in België.

Toepassingsgebied

De richtlijn is van toepassing op groepsentiteiten die gevestigd zijn in de EU en die deel uitmaken van een multinationale of omvangrijke binnenlandse groep met een geconsolideerde jaaromzet van minstens 750 miljoen euro. Ze is niet van toepassing voor overheidsentiteiten, non-profitorganisaties, pensioenfondsen, etc.

Effectieve belasting en bijheffing

Op basis van de richtlijn moeten grote groepen minstens 15% vennootschapsbelasting betalen in elk land waar ze actief zijn. Deze minimumbelasting van 15% betreft een effectieve belasting. Dat wil zeggen dat ze geldt voor landen met een nominaal belastingtarief lager dan 15%, maar ook voor landen waar de groep minder belastingen betaalt door de toepassing van een gunstregime (bijvoorbeeld innovatie-aftrek voor R&D-activiteiten).

Wanneer de groep in een land geen effectieve belasting van 15% betaalt, moet een bijheffing plaatsvinden. Die bijheffing gebeurt in principe in hoofde van de uiteindelijke moedervennootschap.  Wanneer de woonstaat van de uiteindelijke moederentiteit niet voorziet in een bijheffing (die voldoende hoog is), mag de belastingadministratie van de onderliggende vennootschap(pen) de bijheffing toepassen.

Gekwalificeerde binnenlandse bijheffing

Daarnaast mogen lidstaten ervoor kiezen om een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing te implementeren. In dat geval worden alle laagbelaste entiteiten die in die lidstaat gevestigd zijn, onderworpen aan de binnenlandse bijheffing. Die binnenlandse bijheffing mag dan worden verrekend met de bijheffing die in de lidstaat van de moederentiteit verschuldigd is.

Ine Coolman, Advisor International, en Febe Louage, Senior Advisor International, Vandelanotte

Recente vacatures

Notarieel jurist
Burgerlijk recht Fiscaal recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Burgerlijk recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Limburg
Advocaat
Omgevingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Antwerpen
Uitgever
3 - 7 jaar
Antwerpen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.