Aviniti

Willy van Eeckhoutte

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Het sociaal statuut van de intercommunalist

Het is machtiger dan mijzelf, maar wanneer ik het woord intercommunale hoor moet ik denken aan de sociale rechtspositie van wie in de raad van bestuur van dergelijke instellingen zitting heeft. Ik noem die personen hier gemakshalve intercommunalisten. Inderdaad, zij hebben het telkens over het verschil tussen het bruto- en nettobedrag van hun vergoedingen. Maar wordt dat alleen door belastingen bepaald of zijn zij ook socialezekerheidsbijdragen verschuldigd op die inkomsten?

De startvraag bij dergelijke oefening is: zijn intercommunalisten werknemers, ambtenaren of zelfstandigen, want die hoedanigheden leiden tot een verschillende sociaalrechtelijke behandeling?

Geen werknemer of ambtenaar

Een werknemer is een intercommunalist in ieder geval niet: hij staat niet onder werkgeversgezag, noch van de gemeente of stad namens welke hij in de raad van bestuur van de intercommunale zitting heeft, noch van de intercommunale zelf.

Ambtenaren zijn intercommunalisten evenmin: het politiek mandaat op grond waarvan zij deel uitmaken van de raad van bestuur, is weliswaar een publiekrechtelijke figuur, maar van een statutaire benoeming is geen sprake.

Zelfstandige…

Blijft over: zelfstandige. Is een intercommunalist een zelfstandige?

De wet definieert zelfstandige als een natuurlijke persoon die in België een “beroepsbezigheid” uitoefent zonder werknemer of ambtenaar te zijn (art. 3, § 1, eerste lid, Sociaal Statuut Zelfstandigen).

Een bezigheid lijkt deel uitmaken van een raad van bestuur wel te zijn, althans voor wie de bijeenkomsten daarvan bijwoont. (Men zou nochtans kunnen twijfelen omdat men in België pleegt te spreken van zetelen in een raad van bestuur, woord dat bij mij doorzakken in de pluche oproept en dat de Dikke Van Dale archaïsch noemt, met als niet veel activiteit oproepend voorbeeld: “God zetelt in het eeuwig licht”).

Is zitting hebben in de raad van bestuur van een intercommunale een beroepsbezigheid? Op grond van de verklaringen van sommige politici dat de door de steden en gemeenten afgevaardigde personen zorgen voor een professionele inbreng in het bestuur, zou men geneigd zijn de vraag bevestigend te beantwoorden. Maar dat zou geen correcte juridische redenering zijn. Een beroepsbezigheid in de zin van de voornoemde bepaling van het socialezekerheidsrecht is, zo blijkt uit rechtspraak en doctrine, een activiteit die gekenmerkt wordt door een zekere regelmaat en de bedoeling daaruit inkomsten te halen. Of de frequentie van vier bijeenkomsten die de raad van bestuur van bepaalde intercommunales blijken te hebben, als regelmatig kan worden beschouwd, laat ik in het midden. Laten wij aannemen dat dit wel het geval is als er meer vergaderingen zijn. Dat die mandaten inkomsten opleveren staat vast (en zelfs dat zij in sommige gevallen worden toegekend om inkomsten te verwerven).

Op grond van voorgaande redenering zijn de vertegenwoordigers van steden en gemeenten in de raden van bestuur van intercommunales zelfstandigen. Ook de wetgever is blijkbaar tot die conclusie gekomen, want hij heeft het nodig gevonden hen expliciet uit te sluiten uit het toepassingsgebied van de socialezekerheidsregeling voor zelfstandigen: artikel 5bis van het Sociaal Statuut Zelfstandigen bepaalt dat “personen die belast zijn met een mandaat in een openbare of private instelling […] als vertegenwoordiger van […] een gemeente […], uit dien hoofde, niet onderworpen [zijn] aan [het Sociaal Statuut der Zelfstandigen]”. Een uitsluiting is niet nodig als men er niet onder valt, al heeft het Hof van Cassatie – terecht – beslist dat men er maar onder valt als men zelfstandige is. D.w.z. als men regelmatig (lees: hard) werkt (lees: professioneel bezig is).

Maar: … vrijgesteld van bijdragen

Die uitsluiting uit het toepassingsgebied van de sociale zekerheid voor zelfstandigen is er niet altijd geweest. Het voornoemde artikel 5bis heeft inderdaad een lange voorgeschiedenis, met o.m. een fase waarin het nog niet bestond (vόόr 1970) en een “fase” waarin het werd afgeschaft, maar retroactief terug werd ingevoerd (telkens met ingang van1 januari 2005). De parlementaire voorbereiding van de teksten levert een mooi voorbeeld van de worsteling van de wetgever om intercommunalisten toch maar niet te laten vallen onder de sociale zekerheid voor zelfstandigen. Of, juister uitgedrukt: geen bijdragen te laten betalen op hun vergoedingen, want dat is het gevolg daarvan natuurlijk.

Conclusie

Als een intercommunalist het heeft over het feit dat hij belastingen moet betalen op zijn vergoedingen, dan bedoelt hij daarmee enkel belastingen. Aan de sociale zekerheid draagt hij met die vergoedingen hoe dan ook niets bij.

Willy van Eeckhoutte

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.