Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

De Vlaamse Codex is begin dit jaar in werking getreden, en deze zomer verschenen al twee reparatiedecreten: een eerste decreet van 3 juli 2015 betreft de sterfhuisclausule.

De context

Erfbelasting wordt in principe geheven op wat men krijgt uit de nalatenschap van iemand: men moet dus erfgenaam, legataris of contractueel erfgestelde [1] zijn. Dat is de eerste, fundamentele regel van onze erfbelasting. Krijgt men iets via huwelijkscontract, dan is dat in principe dus niet belastbaar.

Er zijn echter een aantal fictiebepalingen in ons wetboek, en een ervan betreft precies de verkrijging via huwelijkscontract. Artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna ‘de Codex’) stelt zo de toebedeling van de gemeenschap gelijk aan een schenking of legaat. Als men dus bepaalt: “Het gemeenschappelijk vermogen zal toebehoren aan de langstlevende beide echtgenoten”, wordt die verkrijging gelijkgesteld met een verkrijging uit een nalatenschap, en belast met erfbelasting.

Artikel 2.7.1.0.4 (vroeger art. 5 W. Succ.) was echter alleen toepasselijk als de toebedeling gebeurde onder die voorwaarde van overleving. Bv. als men bepaalde: “Het gemeenschappelijk vermogen zal toebehoren aan mevrouw Y”. Men deed dat vooral als meneer X ziek was, bij wijziging van huwelijkscontract. In dat geval verkreeg mevrouw Y dus het hele gemeenschappelijk vermogen, zonder erfbelasting, want ze kreeg niet op voorwaarde van overleving, maar onvoorwaardelijk.

De fiscus was daar niet gelukkig mee, en heeft nog geprobeerd om successierecht te heffen op basis van andere redeneringen, maar hij kreeg ongelijk van het Hof van Cassatie (arrest van 10 december 2010). Daarna probeerde hij om toch te stellen dat de clausule onder artikel 5 (thans 2.7.1.0.4) viel, maar kreeg keer op keer ongelijk van de rechtbanken [2]. Sinds de invoering van de anti-misbruikbepaling (op 1 juni 2012) kon hij ook proberen om deze toe te passen, maar ook dat was onzeker: de belastingplichtige kon immers het tegenbewijs leveren dat hij burgerlijke motieven had. Ook hier dreigde dus weer een hele reeks gerechtelijke geschillen.

De wijziging

Om hieraan een einde te stellen, schrapt het eerste reparatiedecreet, van 3 juli 2015, in artikel 2.7.1.0.4 de woorden ‘op voorwaarde van overleving’. Daardoor wordt het artikel toe toepasselijk, ook als de toebedeling onvoorwaardelijk gebeurt aan één van beide echtgenoten.

Het artikel is toepasselijk op de nalatenschappen die sinds 1 juli 2015 openvallen, ook als de clausule vroeger afgesloten werd [3].

Beoordeling

 Men kan betreuren dat de belasting weer verhoogt: door de nieuwe bepaling wordt aan de belastingplichtige immers een mogelijkheid tot belastingplanning in extremis ontnomen. Als een van de echtgenoten de boodschap kreeg dat hij een ongeneeslijke ziekte had, konden de echtgenoten nog hun huwelijkscontract laten wijzigen.

Maar het was ook niet logisch dat de wet dit ‘gat’ openliet. Bij schielijk overlijden – bij verkeersongeval bv – kon men deze sterfhuisclausule niet meer opnemen, en werd de echtgenoot belast. Bij overlijden door ziekte kon dat wel, en werd de echtgenoot niet belast. Waarom dat onderscheid?

In deze zin is het niet slecht dat deze achterpoort gesloten werd: het bevordert de heffing naar draagkracht, en de gelijkheid tussen de burgers.

Rik Deblauwe – Deze tekst werd eerder gepubliceerd op www.lexfin.be en is een aanvulling op de Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting

 

[1] Een contractuele erfstelling lijkt op een testament, maar wordt opgemaakt in de vorm van een schenking.

[2] Zie hierover Deblauwe, Inleiding tot de Vlaamse erfbelasting, Knops Publishing, 2015, nr. 129 en de rechtspraak onder nr. 139.

[3] Deblauwe, Inleiding tot de Vlaamse erfbelasting, Knops Publishing, 2015, nr. 141.

Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.